Bij jongeren is snowboarden erg in trek, wat niet altijd naar de zin is van alpineskiërs die zich op de piste wel eens bedreigd voelen door al dat jonge geweld. Ook veel ouders hebben vragen bij de veiligheid van snowboarden. Meestal zijn ze zelf niet vertrouwd met de sport die pas eind jaren zestig werd uitgevonden. De stijl mag dan roekeloos en agressief overkomen, toch is snowboarden een veilige sport waarbij weinig ernstige ongevallen gebeuren.
...

Bij jongeren is snowboarden erg in trek, wat niet altijd naar de zin is van alpineskiërs die zich op de piste wel eens bedreigd voelen door al dat jonge geweld. Ook veel ouders hebben vragen bij de veiligheid van snowboarden. Meestal zijn ze zelf niet vertrouwd met de sport die pas eind jaren zestig werd uitgevonden. De stijl mag dan roekeloos en agressief overkomen, toch is snowboarden een veilige sport waarbij weinig ernstige ongevallen gebeuren. Snowboarders lopen iets vaker letsels op dan alpine- skiërs, maar het blijft in beide gevallen weinig. Het grote verschil tussen boarden en alpineskiën schuilt vooral in de aard van de letsels. Bij snowboarden zijn er minder knie- en duimletsels en meer pols- en enkelletsels. Botsingen komen minder vaak voor dan bij skiërs. Een snowboard is korter en zwaarder dan ski's, en vooral, de boarder staat met beide voeten vast op de plank. Dus is er minder risico dat één been in een ongunstige positie wordt weggedrukt, iets wat de oorzaak is van veel knieblessures bij alpineskiërs. Goede skiërs vinden uitdaging in snel bergaf zoeven, met een verhoogd risico op botsingen, terwijl ervaren snowboarders zich eerder laten verleiden tot springen en andere luchtacrobatieën, waarbij ze soms ongelukkig ten val komen met een risico op hoofd-, rug- en vooral enkelletsels. Beginners vallen vaak. De eerste dag dat ze op een board staan, raakt bijna een kwart gekwetst, zij het meestal licht. De helft loopt een letsel op tijdens de eerste snowboardvakantie. Omdat beide voeten vastzitten, vraagt het wat oefening om het evenwicht te bewaren en kan een val alleen maar opgevangen worden door de armen. Daarbij strekken snowboarders beide armen achteruit met opengesperde handen. Een spontane reactie, met een risico op polsverstuikingen en -breuken. Polsbreuken zijn goed voor bijna een kwart van alle letsels bij snowboarders. Leren vallen met gesloten vuisten is dan ook zinvol. Polsbeschermers bieden minder bescherming. Een beter beschermmiddel is de boardie, een plaatje waarop een soepele handgreep zit en dat de slag opvangt. Meer ervaren snowboarders krijgen soms te maken met een snowboard-enkel, vooral veroorzaakt door een slechte landing na een sprong. Het gaat om een enkelverstuiking waarbij soms een stukje bot is afgebroken van één van de enkelbotten. Knieletsels kunnen ook voorkomen, vooral wanneer men ze nauwelijks verwacht. Namelijk bij het aanschuiven aan de skilift, waarbij de snowboarder vaak alleen de achterste voet losmaakt om zichzelf vooruit te duwen, terwijl de voorste voet nog dwars op het bord staat. Wanneer men in die positie het evenwicht verliest en valt, kunnen de knieligamenten scheuren. Per duizend skiërs die op één dag aan het skiën zijn, lopen er twee tot drie een letsel op. Voor snowboarders ligt het aantal iets hoger, al zijn hun kwetsuren meestal minder erg. Fatale ongevallen komen bij snowboarden vrijwel nooit voor. Skiërs lopen ook zeer weinig, maar wel dubbel zoveel risico op een dodelijke val dan snowboarders, vooral door botsingen tegen hoge snelheid tegen een rots of boom. Een helm kan ernstige schedelletsels voorkomen, zowel bij skiërs als bij boarders. Marleen Finoulst