Op 21 april 2003 komen de Europese ministers van Financiën, Economie en Landbouw bijeen om een oplossing te vinden voor het probleem van de melkboeren. Drie departementen voor een koe? Jazeker. Italië weigert de Europese spaarrichtlijn goed te keuren als zijn boete van 650 miljoen euro wegens het schenden van de melkquota niet vervalt.
...

Op 21 april 2003 komen de Europese ministers van Financiën, Economie en Landbouw bijeen om een oplossing te vinden voor het probleem van de melkboeren. Drie departementen voor een koe? Jazeker. Italië weigert de Europese spaarrichtlijn goed te keuren als zijn boete van 650 miljoen euro wegens het schenden van de melkquota niet vervalt. Nochtans bestaat er sinds begin dit jaar al een politiek akkoord over een gemeenschappelijke aanpak van het buitenlandse spaargeld. Vanaf 1 januari 2005 willen de lidstaten fiscale informatie over niet-onderdanen uitwisselen - wie heeft waar een rekening en hoeveel staat daarop? - om die vreemde inkomsten te belasten. Tijdens een overgangsperiode blijven België, Luxemburg en Oostenrijk een roerende voorheffing van 15 % tot 35 % toepassen. In de praktijk betekent dat het einde van de beroemde couponnetjes- trein. Maar zover is het nog niet. De definitieve goedkeuring dreigt nog een moeilijke bevalling te worden. Voor een richtlijn is immers een unanieme beslissing nodig. Italië misbruikt nu dit vetorecht om - letterlijk en figuurlijk - het onderste uit de kan te halen. Nochtans hebben alle schatkisten baat bij de vooropgestelde maatregel. Daarom is de Nederlandse eurocommissaris Frits Bolkestein, bevoegd voor de Interne Markt en Fiscaliteit, optimistisch over een snelle en goede afloop van het dossier. "Naast een belasting op inkomsten uit spaartegoeden bevat het pakket ook een gedragscode om schadelijke fiscale concurrentie te vermijden. Zo worden de heffingsmogelijkheden van de lidstaten verbeterd, wat een bijdrage kan leveren tot een verlaging van de gemiddelde belastingdruk op arbeid." FRITS BOLKESTEIN (EUROPEES COMMISSARIS VOOR FISCALITEIT). "We verwachten niet dat die richtlijn tot enige kapitaalvlucht zal leiden. Van in het begin houden we immers rekening met de internationale concurrentiepositie van de financiële markten in Europa. Ook hebben we met derde landen onderhandelingen opgestart om vergelijkbare maatregelen te introduceren met betrekking tot rentebetalingen aan onderdanen van de Europese Unie. De Verenigde Staten passen het systeem inmiddels toe. Wat Andorra, Liechtenstein, Monaco, San Marino en Zwitserland betreft, gaan de gesprekken de goede richting uit. Ook heeft de Raad voldoende toezeggingen van het Verenigd Koninkrijk en Nederland over de medewerking van hun overzeese gebieden - de Kanaaleilanden, Man en de Caraïben - ontvangen. Voorts komt het doel van het belastingpakket waarvan de richtlijn voor spaartegoeden deel uitmaakt, overeen met initiatieven van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ( Oeso) om schadelijke belastingconcurrentie op te heffen door informatie uit te wisselen." BOLKESTEIN. "Het doel van de richtlijn op de spaartegoeden is de uitwisseling van fiscale informatie, die lidstaten beter in staat stelt om hun onderdanen correct te kunnen belasten. Maar in het Oeso-rapport van april 2000 over de verbetering van de toegang tot bankinformatie voor belastingdoeleinden, staat aangegeven dat de geheimhouding van de gegevens níét wordt aangetast indien belastingadministraties direct of indirect toegang zouden krijgen tot dergelijke informatie. Belastingadministraties in alle lidstaten van de Europese Unie én de Oeso zijn immers gebonden aan zeer strenge regels over hoe ze moeten omgaan met informatie van belastingplichtigen, inclusief informatie van banken. Voorts hebben de lidstaten van de EU en de Oeso strikte regels om de geheimhouding te garanderen, onder andere met behulp van zware sancties voor het verbreken van de geheimhoudingsplicht." BOLKESTEIN. "Zoals ik al zei, lopen er momenteel gesprekken met Zwitserland, Liechtenstein, Monaco, Andorra en San Marino om overeenstemming te bereiken over het vierpuntenplan. Dat plan bestaat uit een bronheffing, maatregelen ter bevordering van vrijwillige medewerking, informatie-uitwisseling op basis van een verzoek, en een herzieningsclausule. Het plan houdt rekening met het feit dat die landen grote bezwaren hebben tegen automatische informatie-uitwisseling en biedt daarom de mogelijkheid om tot een overeenstemming te komen over 'vergelijkbare maatregelen'. De verwachting is dat er op korte termijn overeenstemming zal worden bereikt met deze landen." BOLKESTEIN. "Indien de Europese Unie een overeenkomst bereikt met Zwitserland op basis van het vierpuntenplan, dan zal dat land dezelfde bronheffing toepassen als België, Luxemburg en Oostenrijk: 15 % gedurende de eerste drie jaar van de overgangsperiode, 20 % voor de volgende drie jaar en uiteindelijk 35 %. Zwitserland is bereid om de opbrengst van die bronheffing te delen met de respectieve lidstaten volgens de verdeling 75 %-25 %, zoals ook binnen de EU is afgesproken. Maar in het geval van Zwitserland geldt de verdeling van de opbrengst alleen voor de nieuwe bronheffing en niet voor de bestaande bronheffing van 35 % die wordt toegepast op inkomsten die uit Zwitserland afkomstig zijn." BOLKESTEIN. "Nee. Verdragen ter voorkoming van dubbele belastingheffing behandelen verschillende bronnen van inkomsten, en situaties die relevant zijn voor de belastingheffing voor grensoverschrijdende gevallen. Rente-inkomsten van spaartegoeden die zijn ontstaan in de ene lidstaat en door een onderdaan worden ontvangen in een andere lidstaat, vormen daar maar een onderdeel van. "Voorts sluit de richtlijn de mogelijkheid niet uit dat lidstaten andere vormen van bronbelastingen heffen op inkomsten van spaartegoeden, op basis van nationale wetgeving en binnen het kader van belastingverdragen. Alleen wanneer er een conflict optreedt tussen een belastingverdrag van twee lidstaten en de artikelen van de richtlijn, zal de richtlijn prioriteit hebben."BOLKESTEIN. "De Commissie heeft in haar Mededeling over belastingen op ondernemingen in oktober 2001 aangegeven dat het niveau van de belastingheffing - en in dit geval het vennootschapsbelastingtarief - wordt overgelaten aan de lidstaten en dat een specifieke gemeenschappelijke actie qua tarieven niet nodig is. "Tegelijk bestudeert de Commissie de trends in de effectieve tarieven van de vennootschapsbelasting in de lidstaten, om een beter begrip te krijgen van de mogelijke effecten van de belastinghervormingen. Alle lidstaten binnen de EU achten het wenselijk om samen te werken in de strijd tegen schadelijke belastingconcurrentie. De gedragscode voor belastingregelingen voor ondernemingen wil die concurrentie opheffen door specifieke fiscale maatregelen aan te pakken die een lagere belastingheffing tot stand brengen dan wat gebruikelijk is in een lidstaat. Daarbij staat het algemene tarief voor vennootschappen niet ter discussie. De Commissie vindt het niet nodig om de algemene tarieven voor de belastingen op vennootschappen in de lidstaten te harmoniseren."BOLKESTEIN. "De Commissie heeft België op 17 februari 2003 gelast een einde te maken aan het gunstregime voor coördinatiecentra. Het moet die regeling met onmiddellijke ingang sluiten voor nieuwkomers, en geleidelijk - uiterlijk op 31 december 2010 - laten aflopen voor de huidige begunstigden. Aangezien de meeste erkenningen vóór die termijn verstrijken, zal de regeling geleidelijk aan economisch belang inboeten en tegen de einddatum van 2010 nog maar van marginaal belang zijn. Doordat de Commissie de regeling aanvankelijk had goedgekeurd, hoeven de begunstigden geen enkel voordeel dat ze in het verleden mogelijk hebben genoten, terug te betalen. "De Commissie heeft in haar eindbeschikking rekening gehouden met de legitieme verwachtingen van de huidige begunstigden ( nvdr - ondernemingen met een coördinatiecentrum in België), en erkent die ook. Begunstigden voor wie de erkenning in werking trad vanaf 17 februari 2003 mogen gebruikmaken van het nieuwe regime totdat hun erkenning afloopt. In sommige gevallen kan dat tot eind 2010 zijn." ( nvdr - bij de hervorming van de vennootschapsbelasting paste de regering eind 2002 het systeem van coördinatiecentra aan om aan de kritiek van de Commissie tegemoet te komen.) BOLKESTEIN. "We verwachten niet dat dit zal gebeuren. Het arrest-Centros had betrekking op een vennootschap opgericht naar recht van een lidstaat, en niet over een Europese vennootschap met een filiaal in een andere lidstaat. Het Hof oordeelde dat Denemarken niet het recht had de registratie van het filiaal te weigeren, maar wel om maatregelen te treffen die fraude kunnen bestrijden of bestraffen. Bovendien moet men in ogenschouw nemen dat de plaats van registratie en de werkelijke plaats van vestiging voor belastingdoeleinden niet overeenkomen. In de meeste lidstaten is de fiscale vestigingsplaats afhankelijk van de plaats van het management of bestuur, en niet van de plaats van registratie." BOLKESTEIN. "Het staat lidstaten vrij om de belastingen en het belastingstelsel te kiezen die zij passend achten voor hun maatschappij, zolang die binnen de Europese regelgeving vallen. Hoewel het nodig is dat de belastingregelgevingen van de lidstaten op sommige onderdelen geharmoniseerd worden - bijvoorbeeld op het gebied van de indirecte belastingen - is een harmonisatie van de vermogensbelasting nu niet aan de orde. Hoewel er geen harmonisatie plaatsvindt, kan het wellicht nodig zijn om bepaalde elementen in het fiscale stelsel te veranderen om zo discriminatie en belastingontwijking te voorkomen." Eric Pompen"Alleen wanneer er een conflict optreedt tussen een belastingverdrag van twee EU-lidstaten en de EU-richtlijn, zal de richtlijn prioriteit hebben.""De EU-lidstaten hebben strikte regels om het bankgeheim te garanderen - met zware sancties voor het verbreken van de geheimhoudingsplicht."