Op een plechtige bijeenkomst voor een Texaanse liefdadigheidsinstelling verscheen Enron-topman Jeff Skilling met een blauw oog. De aanwezige Enron-directeurs kregen pas argwaan toen hun anders zo zelfverzekerde CEO zijn speech stuntelig schertsend begon met de verklaring dat hij zopas een lichte oogoperatie had ondergaan en dat de geruchten dat zijn vriendin hem een mep verkocht had, niet klopten. Zijn persoonlijke problemen, die nog toegenomen waren sinds zijn verhouding met een directiesecretaresse, leken hem meer en meer parten te spelen.
...

Op een plechtige bijeenkomst voor een Texaanse liefdadigheidsinstelling verscheen Enron-topman Jeff Skilling met een blauw oog. De aanwezige Enron-directeurs kregen pas argwaan toen hun anders zo zelfverzekerde CEO zijn speech stuntelig schertsend begon met de verklaring dat hij zopas een lichte oogoperatie had ondergaan en dat de geruchten dat zijn vriendin hem een mep verkocht had, niet klopten. Zijn persoonlijke problemen, die nog toegenomen waren sinds zijn verhouding met een directiesecretaresse, leken hem meer en meer parten te spelen. Het was begin augustus 2001. Twee weken later verdween Skilling geruisloos van het toneel. Na nauwelijks zes maanden aan de top, nam Kenneth Lay, de stichter van het onwezenlijk snel gegroeide energiebedrijf, het roer opnieuw in handen. Voor de redding was het evenwel al te laat. Eind 2001 kapseisde de gigant. Toen was het nog het ophefmakendste bedrijfsschandaal en grootste faillissement in de Amerikaanse geschiedenis. Inmiddels zijn we bijna gewend geraakt aan bedrijfsschandalen. Over die tragedie (eigenlijk een klassiek hoogmoed-komt-voor-de-val-verhaal, maar dan opgeluisterd met een niets ontziende hebzucht) vloeide al ontzettend veel inkt en tuimelen de boeken zowat van de rekken. De meeste beschrijvingen getuigen evenwel van haastwerk en hijgerige conclusies, die meteen maar het hele kapitalistische bestel aan de schandpaal nagelen. Over de vele schuldvragen zullen diverse Amerikaanse rechtbanken zich pas over geruime tijd uitspreken, maar in al dat tumult slaagde journalist Loren Fox erin een boek voort te brengen dat zweert bij grondig onderzoek en zich niet vermeit in bijdehandse uitroeptekens. Enron - The Rise and Fall schetst de vaak flamboyante of mysterieuze karakters van de hoofdrolspelers, gaat de pregnante anekdoten niet uit de weg en focust vooral op de vele methoden die zovele beleggers hebben misleid (en er ook heel wat hebben geruïneerd, een groot deel van het Enron-personeel dat zijn pensioen belegde in Enron-opties incluis). Lernout en Hauspie? De uitdijende collectieve verbijstering en woede nadat het Enron-schandaal losbarstte, doen sterk denken aan de jeremiades en scheldtirades die de Belgische beleggerswereld verzuurden na het Lernout & Hauspie-debacle. Misschien herkent u meer gelijkenissen. Enron werkte met bijzonder ingewikkelde financieringsvehikels, rekte het begrip creatief boekhouden vakkundig uit (er is allicht niets mis mee om slim te zijn) en kon rekenen op het enthousiasme van de beursanalisten die de aandelenkoers naar ongekende hoogten stuwden (en ook niet anders durfden, omdat hun broodheren grof verdienden aan opdrachten van Enron). Naar nogal wat directeurs loopt ook een strafrechtelijk onderzoek van schaamteloze verrijking op kosten van het bedrijf. Ondertussen werden alle boekhoudkundige acrobatie en financiële gaten toegedekt door accountant Arthur Andersen, die in 1999 47 miljoen dollar aan honoraria opstreek voor zijn Enron-werk, een bedrag dat in 2000 opliep tot 58 miljoen dollar. Je bijt toch nooit zo'n gulle hand? Nu en dan waagde iemand een kritische noot bij het ongebreidelde succesverhaal. In april 2001 vroeg een analist tijdens een teleconferentie meer uitleg en cijfers. Toen hij bleef aandringen, werd Skilling geprikkeld en arrogant. Hij scheepte die ene kritische analist af met: "Dank u, we stellen het erg op prijs." Waaraan hij asshole ( beleefd vertaald: lul) toevoegde, duidelijk hoorbaar voor alle deelnemers. Ook bij Arthur Andersen was er discussie over de opgesmukte Enron-boeken. De hardnekkigste klokkenluider werd overgeplaatst. Dat gebeurde ook binnen Enron zelf, al werden de meeste critici daar gewoon ontslagen. Volgzaam personeel. Ontslagen vielen er bij de vleet bij Enron. Dat behoorde tot de bikkelharde bedrijfscultuur, waar het personeel om de zes maanden op een rangschikking belandde. De 15% laagst geklasseerden werden meteen aan de deur gezet. Iedereen was er als de dood voor om een slecht rapport te krijgen, want de beste blijvers werden onder meer beloond met opties (en die waren lange tijd goud waard). Zo werd de zweep erop gelegd, een manier om iedereen te doen presteren - of doen goed te staan met hun chefs. Kortom, zo werd een erg meegaand personeel gekneed. Ondertussen staken vele managementgoeroes de lofbazuin van Enron. Zij roemden juist het personeelsbeleid, dat veel vrijheid gaf en innovatie aanmoedigde. Die vrijheid bleek er ook voor bepaalde categorieën - en sommigen onder hen hebben daar gretig misbruik van gemaakt. Of ze daarbij konden rekenen op trawanten bij de top, moet het gerecht uitmaken.Luc De Decker [{ssquf}]Loren Fox, Enron - The Rise and Fall. Wiley, 370 blz., 33,95 euro. Verkrijgbaar bij Acco Leuven. 016-29 11 00, fax: 016-20 73 89. Om de zes maanden belandde het personeel op een rangschikking. De 15% laagst geklasseerden werden meteen aan de deur gezet.