Voor het tweede jaar op rij stevent de markt van certificaten voor warmtekrachtkoppeling af op een overschot. Dat wil zeggen dat er meer energie wordt bespaard door warmtekrachtkoppelingcentrales (WKK) dan de Vlaamse overheid in 2005 had ingeschat.
...

Voor het tweede jaar op rij stevent de markt van certificaten voor warmtekrachtkoppeling af op een overschot. Dat wil zeggen dat er meer energie wordt bespaard door warmtekrachtkoppelingcentrales (WKK) dan de Vlaamse overheid in 2005 had ingeschat. Toch betekent dat niet noodzakelijk goed nieuws voor iedereen. Sommige investeerders in WKK dreigen minder te ontvangen voor hun certificaten dan oorspronkelijk begroot. "In ieder geval horen wij van onze leden dat de terughoudendheid om in WKK te investeren veel groter is dan een aantal maanden geleden", bevestigt Jean-Pierre Lemmens, gedelegeerd bestuurder van de sectorfederatie Cogen Vlaanderen. Voor warmtekrachtkoppeling werd destijds een systeem in het leven geroepen, waarbij WKK-operatoren per megawatt primaire energie die ze besparen, één certificaat ontvangen. Die konden ze verkopen aan elektriciteitsleveranciers zoals Electrabel, Luminus, Nuon of Essent. Die moeten elk jaar tegen 31 maart een quotum aan certificaten inleveren bij de Vlaamse energieregulator VREG. Het quotum is mede afhankelijk van het elektriciteitsverbruik, dus het is nog onduidelijk hoe groot het overschot precies zal zijn. Volgens waarnemers zullen er zowat 3,2 miljoen certificaten worden ingeleverd, terwijl het quotum rond de 2 miljoen zou uitkomen. Vorig jaar was er al een overschot van zowat 885.000 warmtekrachtcertificaten. Indien de leveranciers dat quotum niet haalden, moesten ze een boete van 42 euro per ontbrekend certificaat betalen. De marktprijs circuleerde de eerste jaren dan ook steeds net daaronder. Nu er een structureel overaanbod lijkt te zijn, kan die prijs wel eens dalen in de richting van de 'opvangprijs' van 27 euro, die indien nodig door de distributienetbeheerders (Infrax, Eandis, enz.) moet worden betaald. Grote WKK-operatoren, die bijvoorbeeld instaan voor de processen van grote industriële bedrijven, werken doorgaans met langetermijncontracten. Maar voor anderen dreigt de rendabiliteit van hun investering onder druk te komen. Een oplossing is niet eenvoudig. Want elektriciteitsleveranciers rekenen die meerkosten door aan de consument. "Er zijn zelfs leveranciers die de prijs van de boetes doorrekenen, maar intussen hun certificaten wel goedkoper aankopen", merkt Dirk Van Evercooren, sociaal-economisch directeur van de VREG, op. Lemmens bevestigt dat er "zeer voorzichtige" onderhandelingen werden opgestart met de VREG en het Vlaams Energie Agentschap. "Op langere termijn moeten we het systeem misschien herdenken in de richting van wat de federatie van grote elektriciteitsverbruikers Febeliec voorstelde, waarbij projecten meer of minder steun krijgen in functie van hun rendabiliteit. Maar op korte termijn - dan spreken we nog over twee jaar - moet er een tussenoplossing komen, anders dreigt het systeem zichzelf de prak in te rijden." Van Evercooren waarschuwt echter voor te drastische stappen. "In het WKK-systeem zit een degressiviteit: de eerste vier jaar krijg je certificaten voor 100 procent van je energiebesparing, nadien daalt dat langzaam tot nul. Het is aan de overheid om te beslissen of ze haar doelstellingen behoudt, die aanpast of aan de modaliteiten sleutelt." L.H.