Als u geld belegt, is dat natuurlijk met de bedoeling het te doen opbrengen. Daarvoor hebt u verschillende mogelijkheden, gaande van het spaarboekje tot ingewikkelde financiële instrumenten zoals opties, warrants en futures. Bepaalde beleggingsproducten bieden ook meer zekerheid dan andere. Van een spaarboekje of een kasbon bijvoorbeeld weet u precies hoeveel ze u zullen opleveren, maar die opbrengst is slechts een fractie van de mogelijke return van sommige aandelenbeleggingen. Maar met beleggingen in aandelen loopt u een groter risico dan bij een belegging met vaste opbrengst.
...

Als u geld belegt, is dat natuurlijk met de bedoeling het te doen opbrengen. Daarvoor hebt u verschillende mogelijkheden, gaande van het spaarboekje tot ingewikkelde financiële instrumenten zoals opties, warrants en futures. Bepaalde beleggingsproducten bieden ook meer zekerheid dan andere. Van een spaarboekje of een kasbon bijvoorbeeld weet u precies hoeveel ze u zullen opleveren, maar die opbrengst is slechts een fractie van de mogelijke return van sommige aandelenbeleggingen. Maar met beleggingen in aandelen loopt u een groter risico dan bij een belegging met vaste opbrengst. Wat de inkomsten van een (roerende) belegging betreft, zijn er een aantal fiscale spelregels vastgelegd. Op de interesten van een spaarboekje bijvoorbeeld betaalt u geen roerende voorheffing op de eerste schijf van interesten tot 1550 euro (inkomstenjaar 2005). Op dividendinkomsten van aandelen betaalt u in principe 25 % roerende voorheffing. Verkoopt u dan weer aandelen met winst, dan is die meerwaarde in principe belastingvrij. Hetzelfde geldt voor de inkomsten van beleggingsfondsen, tenminste voor fondsen of beveks die hun inkomsten niet uitkeren, maar kapitaliseren. De fiscus ligt op de loer wanneer hij merkt dat u niet belegt als een goed huisvader. In het fiscale wetboek is er immers een bepaling die speculatieve inkomsten belast als zogenaamde diverse inkomsten tegen een eenvormig tarief van 33 % (plus gemeentebelasting). Belangrijk om te weten is dat de bewijslast van dat speculatieve inzicht in het kamp van de fiscus ligt. De fiscus moet met andere woorden bewijzen dat de belastingplichtige heeft gespeculeerd. Maar wanneer is er nu precies sprake van speculatie en riskeert u een belasting van 33 %? Algemeen kan speculatie worden omschreven als een transactie met veel risico, waarbij men kans op veel winst heeft, maar ook kans op een groot verlies. Speculatie houdt dus handelingen in die buiten het gewone beheer van het privé-vermogen vallen en die een goed huisvader niet zou doen om zijn privé-vermogen te behouden of te doen aangroeien. Een feitenkwestie dus, waarover een betwisting geval per geval door de fiscale rechter zal worden beslecht. Het gebeurt zelden dat iemand die speculeert op de beurs, ook effectief wordt belast omdat hij speculeert. Zoals gezegd, ligt de bewijslast bij de fiscus. En die heeft geen informatie over beleggers op de beurs, dus is het achterhalen van de identiteit van een speculant niet eenvoudig. Toch is het opletten geblazen, want de fiscus kan de identiteit van een anonieme beursbelegger wel op een indirecte manier achterhalen, namelijk via een zogenaamde indiciaire taxatie. Dat is het geval als de fiscus vaststelt dat de belastingplichtige er een levenswijze op nahoudt of zichtbare uitgaven (huis, wagen...) doet die niet mogelijk zijn volgens de door hem aangegeven inkomsten. Stel, u verkoopt aandelen en realiseert belangrijke winsten. Nietsvermoedend koopt u daarmee een mooie wagen of verbouwt u uw woning. Dat is echter buiten de fiscus gerekend. Vanaf het ogenblik dat u een aankoop doet (bijvoorbeeld een wagen of een huis), kan de fiscus die aankoop achterhalen (wie is de verkoper?). De fiscus kan u dus vragen waar u het geld vandaan hebt gehaald om die aankoop te financieren. Hebt u officieel niet genoeg verdiend om die aankoop te kunnen doen, dan zal de fiscus u belasten op basis van zogenaamde tekenen en indiciën. U zult dan moeten bewijzen dat het geld voor uw wagen of huis ergens anders vandaan kwam. Daarvoor kunt u bijvoorbeeld verwijzen naar het feit dat u uw aandelenportefeuille flink hebt doen groeien en dat u met de gerealiseerde winst de aankoop hebt gedaan. U kunt dat dan bewijzen door aan- en verkoopborderellen op uw naam voor te leggen. Die borderellen zullen helpen om uw indiciair tekort te verantwoorden. In de meeste gevallen zal de zaak daarmee afgehandeld zijn. Een normaal beheer betekent immers niet dat u al uw geld op een spaarboekje moet zetten. Ook een goed huisvader mag aandelen kopen en verkopen met de bedoeling een hogere opbrengst te genereren. U mag zelfs aandelen met een hoger risico (bijvoorbeeld technologie en telecom) kopen, maar u moet wel opletten voor speculatie. Uit de rechtspraak blijkt dat er een aantal concrete elementen zijn die bij de verkoop van aandelen op speculatie kunnen wijzen. In de eerste plaats is dat het geval bij het systematische aan- en verkopen op korte termijn om winst te maken, als u dat bijvoorbeeld in één dag doet ( day trading). Bij de beoordeling van dat speculatieve inzicht zal de rechter rekening houden met de aard van de aankopen (bijvoorbeeld beleggen op de optiemarkt), maar ook bijvoorbeeld met het feit of u leningen aangaat voor die verrichtingen. In de rechtspraak is er ook een tendens om rekening te houden met de achtergrond en de leefwereld van de persoon in kwestie. Het is evident dat iemand die de beurs van nabij opvolgt en daarvoor een opleiding heeft gehad, op een andere manier omgaat met geld dan de thuiswerkende huisvrouw. Wat voor een specialist normaal is, is mogelijk niet normaal voor de huisvrouw. Belangrijk is wel dat u zich niet zomaar neerlegt bij de visie van de fiscus, die uw winst wil afromen met het argument dat die voortkomt uit speculatie. Dikwijls zijn er immers genoeg tegenargumenten om de fiscus te counteren. Desnoods stapt u naar de fiscale rechter om uw gelijk te halen. De fiscus valt de laatste jaren meer en meer transacties op niet-beursgenoteerde titels aan op hun speculatieve karakter. Denk bijvoorbeeld aan de aandelen van uw vennootschap waarin u jaren actief bent geweest en waarin u belangrijke winsten hebt opgestapeld. Verkoopt u de aandelen van die vennootschap, dan betaalt u daar in principe geen belasting op. Dat is een doorn in het oog van de fiscus, die vaststelt dat er geen belasting op de winst is, terwijl dat wel het geval zou zijn als de winst zou worden uitgekeerd onder de vorm van bezoldigingen, tantièmes of dividenden. Op zich is er natuurlijk niets verkeerd aan om winst te maken door uw aandelen te verkopen. Dat past immers in het normale beheer van uw vermogen. Het feit dat u professioneel actief bent in de vennootschap waarvan u de aandelen verkoopt, verandert daar niets aan. Ook hier gaat het echter over een feitenkwestie en is het de fiscus die zal moeten bewijzen dat er speculatie is. Laten we dat even verduidelijken aan de hand van enkele rechterlijke uitspraken. 1. Geen normaal beheer van een privé-vermogen (en dus speculatie) is: het verkopen van aandelen van een vennootschap waarin men de enige aandeelhouder is, aan een andere vennootschap waarin men eveneens enige aandeelhouder is, met als enige motief geen belasting te moeten betalen op de gevormde reserves in de eerste vennootschap. De korte tijdsspanne van het aandelenbezit en de hoge waardering van de aandelen spelen een belangrijke rol. 2. In een geval waarbij een aandelenverkoop aan een holding aan de orde was, werd het speculatieve inzicht onder meer afgeleid uit de volgende feiten: het herhaaldelijke karakter van de verkoop, het afsluiten van leningen door de kopende vennootschap ter financiering van de operatie, de korte tijdsspanne tussen de diverse stappen en de hoogte van de bedragen. 3. Normaal beheer (dus geen speculatie) is er wel wanneer de aandelen worden verkocht aan één of meerdere vennootschappen (toebehorend aan de verkoper) om een vermogen te structureren (risicobeperking, stemrechten, erfopvolging...). Amaury De la Chevalerie is juridisch en fiscaal consulent.Amaury De la Chevalerie, Johan Steenackers