Tot een kleine, door covid-19 veroorzaakte daling vorig jaar is de Duitse bevolking in de jaren 2010 gestaag gestegen, tot een record van 83,2 miljoen in 2019. Dat was het resultaat van een hoge netto-immigratie, met een jaarlijks gemiddelde van 400.000. Zelfs het geboortecijfer, lange tijd een van de laagste ter wereld, ging omhoog. Maar nu dreigt een crisis. Het geboortecijfer bereikte zijn hoogtepunt in 1964, en de babyboomers maken zich op voor hun pensioen. In 2000 waren er 26,5 zestigplussers op elke 100 inwoners tussen 20 en 65 jaar. Tegen 2025 zal die verhouding zijn gestegen tot 41,4 op 100. Immigratie ...

Tot een kleine, door covid-19 veroorzaakte daling vorig jaar is de Duitse bevolking in de jaren 2010 gestaag gestegen, tot een record van 83,2 miljoen in 2019. Dat was het resultaat van een hoge netto-immigratie, met een jaarlijks gemiddelde van 400.000. Zelfs het geboortecijfer, lange tijd een van de laagste ter wereld, ging omhoog. Maar nu dreigt een crisis. Het geboortecijfer bereikte zijn hoogtepunt in 1964, en de babyboomers maken zich op voor hun pensioen. In 2000 waren er 26,5 zestigplussers op elke 100 inwoners tussen 20 en 65 jaar. Tegen 2025 zal die verhouding zijn gestegen tot 41,4 op 100. Immigratie en arbeidsparticipatie buiten beschouwing gelaten zal de beroepsbevolking in het komende decennium met meer dan 4 miljoen krimpen. Delen van het voormalige communistische Oost-Duitsland staan voor bijna onoverkomelijke demografische hindernissen. Hoewel er niet langer mensen naar het westen vertrekken, hebben zo veel mensen dat na de hereniging wel gedaan, dat de demografische schade is ingebakken. Alle vijf oostelijke deelstaten zijn ouder dan de elf westelijke. Sommige steden, zoals Leipzig en Jena, doen het beter, maar voor kleine steden en het platteland is het beeld somberder. Toch zijn maar weinig regio's immuun. Volgens prognoses van het Berlijnse Instituut voor Bevolking en Ontwikkeling zullen in 2035 slechts 31 van de 401 Duitse districten een beroepsbevolking hebben die vergelijkbaar is met die van nu. Volgens Gerhard Hammerschmid van de Hertie School in Berlijn zal bijna een derde van de overheidsambtenaren in het komende decennium met pensioen gaan. Immigratie kan maar tot op zekere hoogte helpen. In de Europese Unie is de immigratie al vertraagd. In 2020 heeft Duitsland de toelatingseisen voor geschoolde werknemers van buiten de Europese Unie enigszins versoepeld. Maar dat zal niet genoeg zijn. De Federale Dienst voor de Arbeidsvoorziening schat dat het land 400.000 immigranten per jaar nodig heeft om het tekort aan geschoolde arbeidskrachten aan te vullen. Sinds 2007 is het aantal uitkeringsgerechtigden met meer dan 1 miljoen gestegen tot meer dan 21 miljoen, meer dan een kwart van de bevolking. Het stelsel slokt ongeveer 100 miljard euro per jaar op uit de federale begroting, meer dan 30 procent van de totale uitgaven. Een sterke arbeidsmarkt en eerdere hervormingen, waaronder de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd tot 67 jaar in 2031, hebben de situatie enigszins verlicht. Maar het is duidelijk dat de crisis eraan komt. Wat te doen? Het Internationaal Monetair Fonds pleit ervoor de pensioengerechtigde leeftijd te koppelen aan de levensverwachting, zoals in Denemarken. Waarschijnlijker zijn kleinere aanpassingen, zoals een verhoging van de premies. De uitkeringen zullen wellicht ook moeten dalen. Toch zal verandering niet eenvoudig zijn. Een vergrijzend electoraat zal niet gemakkelijk overstag gaan, en de regering zal het terrein zorgvuldig moeten voorbereiden. Vier op de vijf Duitsers denken dat hun staatspensioen niet volstaat om van te leven op hun oude dag. De volgende regering moet hun angsten wegnemen.