De discussie over de begroting van 2017 is vrij snel stilgevallen na de bevrijdende persconferentie van premier Michel. Dat valt te betreuren, want zo wordt geïllustreerd dat de problemen rond de overheidsfinanciën geen prioriteit zijn voor zowel de beleidsvoerders als de publieke opinie. Toegegeven, er blijft het studiewerk rond de meerwaardebelasting en de verlaging van de vennootschapsbelasting, maar we moeten afwachten of dat niet meer is dan een doofpotoperatie.
...

De discussie over de begroting van 2017 is vrij snel stilgevallen na de bevrijdende persconferentie van premier Michel. Dat valt te betreuren, want zo wordt geïllustreerd dat de problemen rond de overheidsfinanciën geen prioriteit zijn voor zowel de beleidsvoerders als de publieke opinie. Toegegeven, er blijft het studiewerk rond de meerwaardebelasting en de verlaging van de vennootschapsbelasting, maar we moeten afwachten of dat niet meer is dan een doofpotoperatie. Vreemd en ook verontrustend is dat, na vele decennia van problemen met de overheidsfinanciën, iedere begrotingsoperatie, -opstelling of -controle ontaardt in een kleine regeringscrisis. Dat geeft aan dat de regeerakkoorden geen duidelijke afspraken bevatten over de begrotingsstrategie. Cynisch kan men argumenteren dat die discussies de aandacht afleiden van de maatregelen en zo ingrepen acceptabeler maken. Maar dat brengt ons niet dichter bij een structurele sanering van de overheidsfinanciën. Integendeel. Hoe men het draait of keert, er werden nooit lessen getrokken uit het voortdurend falen van het saneringsbeleid. Moeilijk is dat toch niet. Of moeten we hier ook stellen dat de beleidsvoerders inzien dat het opstellen van een strategisch saneringsplan onhaalbaar is. Die defaitistische houding zou aangeven dat via een democratische weg nooit voldoende druk op de beleidsvoerders kan worden uitgeoefend om de noodzakelijke beslissingen te nemen. Maar uiteindelijk is dat onbelangrijk. Er is namelijk nog Europa. Ook in het hoofdkwartier van de Europese Unie stijgt geleidelijk de onvrede met het Belgische begrotingsbeleid. Dat blijkt duidelijk als we de Europese commentaren van de jongste jaren op het Belgische begrotingswerk naast elkaar leggen. De toon wordt almaar kritischer. Niet onverwacht, want buiten de traditionele probleemlanden, zoals Griekenland en Italië, glijdt ons land stilaan af in de rangorde van de financieel solide landen. Vandaag kunnen we nog op wat begrip van Europa rekenen, omdat de conjunctuur blijft slabakken, zodat uitstel van de saneringsoperaties niet al te zwaar wordt aangerekend. Dat blijft niet zo. Als de conjunctuur herneemt, vervalt dat argument. Als de groei niet herstelt, vervalt het argument evenzeer, want langdurig een tekort opstapelen van bijna 3 procent in een periode waarin het nominale bbp minder zou stijgen, zou resulteren in een snel stijgende schuldquote. Over nefaste evoluties van de rente spreken we het best niet, hoewel een vooruitziende overheid daar wel rekening mee dient te houden. Europa heeft, in tegenstelling tot België, waarschijnlijk wel lessen getrokken uit de Griekse ervaring. Speculeren dat er een einde zou komen aan het saneringsproces, is dan ook misplaatst. De vraag is hoe het nu verder moet, want hoewel het al enkele decennia duurt, we kunnen geen begrotingen blijven ineen knutselen met knip- en plakwerk zonder strategische visie. De jaarlijkse begrotingsopmaak, het tactische onderdeel van het saneringsproces, mist richting omdat er geen strategische visie is. Met een uitgewerkte strategische visie op het saneringsproces kan een begrotingsopstelling geen regering in zware problemen brengen. Een discussie over een meerwaardebelasting of een hervorming van de vennootschapsfiscaliteit moet niet worden gevoerd bij de opmaak van een begroting. De principes daarvan moeten in een regeerakkoord staan. Toegegeven, in het Belgische systeem met coalitieregeringen worden regeringsonderhandelingen dan moeilijk en zullen ze wel wat tijd in beslag nemen, maar hoeveel tijd wordt er bij het opstellen van begrotingen niet verloren omdat strategie en tactiek gemengd worden? Het saneringsbeleid moet doeltreffender. Als we daar niet zelf voor zorgen zal Europa ons ertoe dwingen. Twijfel hieromtrent kan gemakkelijk weerlegd worden: faalt Europa, dan krijgen we een Griekse crisis opgelegd door de financiële markten. Ook daar geldt de regel dat uitstel enkel de pijn van het saneringsproces verhoogt. De pijnloze oplossing bestaat niet meer. De auteur is hoogleraar economie aan de VUB. JEF VUCHELENMet een uitgewerkte strategische visie op het saneringsproces kan een begrotingsopstelling geen regering in zware problemen brengen.