Het is een donkere nacht. In het schijnsel van de maan zit Josh tussen de struiken voor een poort, waarboven in grote letters Metusalem staat. "Ik heb Sarah een bericht gestuurd. Ik hoop dat ze komt", zegt hij.

De poort geeft toegang tot een ommuurd domein waar mensen wonen. Het gerucht gaat dat ze eeuwig leven. "Wie is Sarah?" vraag ik. "Mijn achterkleindochter, ze is nu oud en rijk. Ze weet dat ik hier elke nacht wacht in de hoop dat ze de poort opent."

"Naar het schijnt spuiten de bewoners van Metusalem ook hun honden en katten in met het serum", lach ik. "Reden te meer dat ook Sarah mij eeuwig laat leven", zegt Josh vastberaden.

"Ben je dan zo bang om te sterven?" vraag ik. "Ik ben al eens dood geweest. Ik wil niet opnieuw doodgaan", antwoordt Josh bits. "Was dat zo'n nare ervaring?" vraag ik. "Gruwelijk", zegt Josh. "Soms komt de dood plots, als een glas water dat stomweg omvalt. Maar niet bij mij. Het begon met de boodschap dat ik niet lang meer te leven had. Dat was een mokerslag. Ik was zo radeloos dat ik ademnood kreeg. Ik was bang te stikken. Maar ik had vooral veel pijn. Mijn medicatie werd opgevoerd. Koortsremmers, antibiotica, pijnstillers. Ik kon niet meer nadenken. Mijn toekomst was weg, mijn verleden tolde door mijn hoofd. Dingen waar ik trots op was. Gemiste kansen. Vergooide jaren.

"Ik lag in bed, ik had een zee van tijd, maar geen tijd meer. Alles ging zo snel. Mijn eetlust verdween. Mijn stem verloor kracht. Elke beweging werd zwaar. Ik kon niet meer slikken. Ik had waanbeelden, verloor het gevoel voor tijd, voor dag, voor nacht.

"Dan stokte mijn adem. Mijn huid werd grauw. Mijn voeten koud. Mijn nagelranden kregen een blauwe schijn. Mijn mond viel open. Ik begon te reutelen. Mijn blik vertroebelde. Toen was het afgelopen."

Even is het stil. Wolken schuiven voor de maan. "Maar je had ervoor gezorgd dat je zou ingevroren worden. Dat bracht toch troost?" vraag ik. "Nee", lacht Josh. "Geen seconde."

"Geloofde je in God, in het hiernamaals ?" "Wie na de dood is ingevroren, weet jaren later bij het ontwaken dat God niet bestaat. Ik garandeer u. Er is niets."

"Maar je bent nu weer ontdooid en genezen, dat is toch goed nieuws?" zeg ik. "Nee, ik wil niet opnieuw sterven."

"Buk je", roept Josh plots. "De bewakers zijn daar!" We verbergen ons in de struiken. Drones vliegen over ons heen en verdwijnen weer boven Metusalem. "Ze hebben ons niet gezien", zegt Josh. "Nu zal Sarah de poort openen." We turen tussen de takken. Maar de poort blijft dicht.

"Als iedereen eeuwig leeft, dan is de wereld meteen overbevolkt", mijmer ik. "Dat zal niet gebeuren", zegt Josh. "Dat serum is alleen voor de superrijken."

"Dat is nog erger", zeg ik. "Vroeger was iedereen gelijk voor Pietje de Dood. Maar nu zijn er twee soorten mensen. De rijken, die eeuwig leven, en de sukkelaars, die sterven."

"Klopt", zegt Josh. "De rijken zijn de nieuwe goden. Ze leven achter muren om de sterfelijke barbaren als wij buiten te houden."

"Ik denk dat die mensen in Metusalem heel bang zijn", zeg ik. "Waarom?" vraagt Josh. "Omdat ze van de trap kunnen vallen. Wij gaan duiken of we rijden met de fiets pijlsnel een berg af. Wij tarten graag het lot. Zij sluiten zich op achter muren op een plek waar niets kan gebeuren. Je gooit je eeuwigheid niet zomaar te grabbel." Josh lacht. "Zo had ik het nog niet bekeken", zegt hij.

"Ik vraag me ook af of ze huwen. Eeuwige trouw is in hun geval wel heel lang." Daar moet Josh hard mee lachen.

"Ze moeten zichzelf ook voortdurend heruitvinden", zeg ik, "en mee evolueren met de wereld. Stel je eens voor dat de baas van je bedrijf uit de tijd van Napoleon stamt." "Of rondloopt met een zwaard", lacht Josh.

"Eeuwig leven is niet gelijk aan eeuwig geluk, Josh", zeg ik. "Het leven is boeiend omdat het vergankelijk is. Vergelijk het met een bloem. Een plastieken bloem is zielloos. Een echte bloem is mooi omdat je weet dat ze zal verwelken."

Een merel zingt in het ochtendgloren. De zon verschijn aan de einder. Josh staat op en stapt langs het pad naar huis.