Joseph Kabila tekende op 5 augustus de presidentiële decreten waarmee de overdracht van de belangrijkste koper- en kobaltmijnen van het staatsbedrijf Gécamines in Katanga formeel beslecht werd. Tenke Fungurume Mining (TFM) verwerft de onontgonnen concessie Tenke-Fungurume, Kinross-Forrest (KFL) neemt de ondergrondse Kamoto-mijn en de metallurgische fabriek van Luilu, en Global Enterprise Corporate (GEC) gaat de belangrijke KOV-openluchtmijn ontginnen. Daarmee krimpt Gécamines tot een minimale holdingstructuur. Ook in Kasaï gaan belangrijke diamantconcessies van het staatsbedrijf Miba in weinig transparante deals naar hetzelfde GEC van de Israëlische diamantair Dan Gertler, de Russische Alrosa-groep en De Beers.
...

Joseph Kabila tekende op 5 augustus de presidentiële decreten waarmee de overdracht van de belangrijkste koper- en kobaltmijnen van het staatsbedrijf Gécamines in Katanga formeel beslecht werd. Tenke Fungurume Mining (TFM) verwerft de onontgonnen concessie Tenke-Fungurume, Kinross-Forrest (KFL) neemt de ondergrondse Kamoto-mijn en de metallurgische fabriek van Luilu, en Global Enterprise Corporate (GEC) gaat de belangrijke KOV-openluchtmijn ontginnen. Daarmee krimpt Gécamines tot een minimale holdingstructuur. Ook in Kasaï gaan belangrijke diamantconcessies van het staatsbedrijf Miba in weinig transparante deals naar hetzelfde GEC van de Israëlische diamantair Dan Gertler, de Russische Alrosa-groep en De Beers. Begin jaren negentig drong de Wereldbank aan op privatisering van de mijnsector. Onder Mobutu werd voor de rijkste onaangeraakte koperreserves ter wereld in Tenke-Fungurume een internationale aanbesteding uitgeschreven. Daaruit kwam de Zweedse Lundin-groep uit de bus. Lundin, een financier in de oliewinning, haalde het met TFM van grote mijnconcerns, de majors. Nochtans zou TFM 1,6 miljard dollar moeten investeren, terwijl Lundin niet eens een junior was. Het contract werd getekend net voor de val van Mobutu en door Laurent-Désiré Kabila erkend. Maar begin 1999 riep TFM overmacht in. Het project bleef onaangeroerd. In het nieuwe akkoord, getekend door Joseph Kabila, neemt Lundin de Amerikaanse major Phelps Dodge onder de arm en wordt de oorspronkelijke investering meer dan gehalveerd. TFM, geregistreerd op de Bermuda-eilanden, krijgt verregaande fiscale voordelen. De twee overige contracten hebben betrekking op veruit het belangrijkste al ontgonnen winningsgebied van Gécamines. Maar wat decennialang een rationeel geïntegreerd exploitatiegebied was, wordt nu verdeeld tussen de combinatie KFL en GEC. Voor deze concessies werd er geen internationale aanbesteding uitgeschreven. Maar vooral de toewijzingsprocedures roepen in Congo vragen op, zowel voor TFM als KFL en GEC. Blijkt immers dat Lundin expertise noch financiële middelen had, en een beroep moet doen op Phelps Dodge. Het diamantbedrijf GEC is geen kopermijnuitbater (en zijn Zuid-Afrikaanse partner, Batesman, is een engineeringbedrijf). Ook KFL moet op zoek naar externe expertise en financiële middelen. GEC en KFL zouden elk 200 miljoen dollar investeren. De geruchten deden al langer de ronde, maar net voor de ondertekening van het presidentiële decreet bleek inderdaad dat de beursgenoteerde Canadese goudproducent Kinross Gold Corp. uit KFL wil stappen. Daarom oefent Balloch Resources, een mijnbedrijfje op de beurs voor juniors in Toronto, een koopoptie uit op alle aandelen van KFL, behalve de 25 % van Gécamines. De hoofdaandeelhouders van Balloch Resources zijn Forrest en Arthur Ditto, de gewezen vice-president van Kinross Gold Corp. (65 % zijn kleine beleggers). De operatie komt neer op een naamsverandering van KFL in Balloch Resources. Het was Ditto die op 30 juni 2003 zijn handtekening zette onder de eerste joint-ventureovereenkomst tussen Gécamines en KFL. Volgens goed ingelichte bronnen was dat net op de valreep vóór het aantreden van de nieuwe overgangsregering. Hoe dan ook werd de weerstand van onder meer de nieuwe minister van Mijnen, Jean-Pierre Bemba, snel overwonnen. En nu wordt de deal definitief, nog vóór de aangekondigde democratische verkiezingen er aankomen. Op de vraag waarom Kinross Gold uit KFL stapt, net nu de koperprijs naar recordhoogten evolueert, verwijst Arthur Ditto naar Thomas Pladsen, woordvoerder van Balloch. "Kinross Gold is een goudbedrijf, geen koperbedrijf," klinkt het verrassend. Wist Kinross Gold dan niet eerder dat Kamoto een kopermijn is? Om een haalbaarheidsstudie voor het Kamoto-project te financieren, start Balloch met een private plaatsing "bij gefortuneerde personen", vertelt Pladsen. Die studie wordt begroot op 7 miljoen dollar, wat volgens mijnanalisten bijzonder weinig is voor een investering van 200 miljoen dollar. "Om de huidige en nieuwe beleggers te overtuigen, zal over drie maanden een prospectus verschijnen," zegt Pladsen op onze vraag naar precisering van de kapitalen achter de huidige aandelenpercentages in KFL. Balloch wordt het vehikel om via de beurs van Toronto de nodige kapitalen op te halen voor de geplande investering in Kamoto. Volgens analisten zou 120 miljoen dollar ruim volstaan om Kamoto weer operationeel te maken, en Gécamines zou dat bedrag makkelijk zelf hebben kunnen ophalen na het heropstarten van de KOV-mijn die nu naar GEC gaat. "Als het de Wereldbank te doen was geweest om corruptie en goed bestuur, had ze transparante procedures geëist. Maar daar ging het niet om. Men wilde Gécamines kapotmaken," zegt een Congolees parlementslid. Uiteraard anoniem. Erik BruylandBalloch wordt het vehikel om via de beurs van Toronto de nodige kapitalen op te halen voor de geplande investering in Kamoto.