Aan mij zal de uitslag van de Europese verkiezingen niet gelegen hebben. Voor de lage opkomst ben ik wel deels verantwoordelijk. Ik heb niet gestemd. Niet omdat ik het advies van de Nederlandse tv-journalist Paul Witteman heb opgevolgd, maar gewoon omdat ik niet kon stemmen.
...

Aan mij zal de uitslag van de Europese verkiezingen niet gelegen hebben. Voor de lage opkomst ben ik wel deels verantwoordelijk. Ik heb niet gestemd. Niet omdat ik het advies van de Nederlandse tv-journalist Paul Witteman heb opgevolgd, maar gewoon omdat ik niet kon stemmen. Witteman had in zijn programma Paul&Witteman een oproep gedaan aan de Nederlanders om thuis te blijven voor de Europese verkiezingen, omdat ze toch alleen maar op tweederangspolitici konden stemmen. Daar kon ik het alleen maar mee eens zijn. Maar als in Nederland wonende Belg had ik de keuze: ofwel in Nederland stemmen op die tweede keuze, ofwel in België voor internationaal al dan niet bekende Belgische kandidaat-parlementsleden. Maar zodra stemkeuzes geboden worden, worden procedures complex. Ik had mij vorig jaar, conform de regeling, netjes aangemeld bij de Belgische ambassade om mijn Belgisch kiesrecht te mogen vervullen. En van de gemeente Maastricht waar ik woon, kreeg ik twee maanden geleden een formulier om in het geval ik in Nederland wilde stemmen, mij aan te melden bij de gemeente. Als ik in mijn land van herkomst wilde stemmen hoefde ik niets te doen, stond op het formulier. Dat bleek niet te kloppen. Vorige week maandag kreeg ik, op de valreep, de verkiezingsomslag van de Belgische ambassade met al het materiaal om te kunnen stemmen voor de Belgische federale verkiezingen. Zoals u mogelijk niet weet, mogen Belgen in het buitenland niet stemmen voor de regionale verkiezingen. Voor de Belgische wetgever wonen in het buitenland alleen Belgen, geen Vlamingen, Walen of Brusselaars. Net zoals er vanuit Nederland bekeken, in België alleen maar Nederbelgen wonen, geen Nedervlamingen. Maar goed, ik verkeerde in de veronderstelling dat ik bij mijn Belgische stempapieren ook de Europese zou ontvangen, wat niet zo was. Blijkbaar had ik toch iets moeten doen. Wat dan wel, weet ik nog altijd niet. En dan te bedenken dat mij precies hetzelfde was overkomen in 2004. Je zou denken dat ik toen mijn lesje geleerd heb, maar blijkbaar heb ik de juiste procedure nog altijd niet gevonden. En om mij in Europa te laten vertegenwoordigen door Nederlandse tweederangspolitici bedank ik. Het grappige is dat een van mijn Nederlandse collega's die lange tijd in Duitsland had gewoond en daar nog altijd een residentie heeft, mij vertelde dat hij nu twee stembiljetten heeft gekregen: één voor Nederland en één voor Duitsland. Hij wilde mij er graag een cadeau doen, mocht dat helpen... Het volgende Europees Parlement zal het dus zonder mijn steun moeten doen. Maar wat er ook gezegd moge worden van de democratische legitimiteit van dit parlement, het wordt de hoogste tijd dat Europa bevrijd wordt uit het verstikkende, nationale carcan waarin de nationale politici de Unie gijzelen. Zolang Europese verkiezingen gehouden worden binnen het kader van nationale, en in België zelfs regionale kieskringen, kan een Europees politiek gevoel zich nooit ontwikkelen. En zal het idee van de suprematie van de nationale staat in Europa, hoe historisch weinig relevant en politiek risicovol in Europa, dominant blijven. Zo blijven Europese verkiezingen de speeltuin voor anti-Europese partijen die zich hiermee nationaal kunnen profileren. Maar de nationale regeringsleiders vinden het in feite wel goed zo. Hoe minder legitimiteit het Europees Parlement heeft, hoe beperkter zijn invloed en hoe machtiger de Europese Raad blijft. Vorige maand hadden we in Maastricht het eerste grote debat tussen de vier Europese partijleiders voor studenten en jongeren vanuit heel Europa. Een goed debat, maar op de vraag die heel wat Nederlandse studenten mij stelden, namelijk wat de logica is van een Europees kiesstelsel waarbij geen van hen op een van de Europese kopstukken kon stemmen, bleef ik het antwoord schuldig. Dat ik het wel had kunnen doen, maar uiteindelijk toch niet deed, zal ik hen maar niet vertellen. De auteur is rector van de Universiteit Maastricht. LUC SOETEDe nationale regeringsleiders vinden het in feite wel goed zo. Hoe minder legitimiteit het Europees Parlement heeft, hoe beperkter zijn invloed.