De motor achter alle welvaartsgroei sputtert in Europa en België. En die motor is de toename van de productiviteit, die toelaat om uit dezelfde schaarse productiemiddelen meer output te puren. We worden in de eerste plaats rijker omdat u en ik met dezelfde inspanning meer producten en diensten kunnen genereren.
...

De motor achter alle welvaartsgroei sputtert in Europa en België. En die motor is de toename van de productiviteit, die toelaat om uit dezelfde schaarse productiemiddelen meer output te puren. We worden in de eerste plaats rijker omdat u en ik met dezelfde inspanning meer producten en diensten kunnen genereren. Het is dan ook verontrustend te moeten vaststellen dat die productiviteitsgroei taant. In België ging er de jongste decennia gemiddeld om de tien jaar een procentpunt af (zie grafiek). In 1980 bedroeg de groei nog 3 %, nu nog 1,5 %. Is dat normaal? Neen. De VS maakte de tegenovergestelde beweging: de productiviteit versnelde er opnieuw, van 1 % begin de jaren tachtig tot 3 % nu (zie grafiek). Gevolg: de Amerikaanse economie groeide de jongste jaren vrolijk en snel; hier was het scharrelen voor elk procentje groei. De meeste Europese landen zakken steeds verder weg in de internationale lijstjes die de concurrentiekracht meten. De enige uitzonderingen zijn de Scandinavische landen en de Ieren. In zowat alle sectoren is de arbeidsproductiviteit in Europa lager dan in de VS. Alleen de voedingsdistributie in Frankrijk en de mobiele telefonie in Frankrijk en Duitsland doen het beter dan vergelijkbare sectoren in de VS. De meeste branches hinken echter steeds verder achterop. De vraag is dan: hoe komt dat? De eerste en klassieke verklaring is dat de VS meer investeren in onderzoek & ontwikkeling en er beter in slagen innovatie te vertalen in producten met een hogere toegevoegde waarde. België investeert momenteel net geen 2 % van zijn bruto binnenlands product in O&O. Dat is behoorlijk in Europees perspectief, maar nog altijd minder dan de norm van 3 % die Europa zich in Lissabon heeft opgelegd. Maar innovatie is niet de enige verklaring. Neem nu de investeringen in informatietechnologie, die zo vaak geciteerd worden als motor achter de productiviteitswinsten. Europa past echter precies dezelfde technologie toe als de VS - maar toch neemt de productiviteitskloof toe. Bovendien, in de VS versnelde de productiviteit de jongste jaren, hoewel de VS in dezelfde periode net minder investeerde in informatietechnologie. Wat is er dan wel aan de hand? De hoofdoorzaak is de lagere concurrentiedruk in Europa, zo luidt de analyse van onder meer het Internationaal Monetair Fonds. Meer concurrentie binnen een industrietak is de weg naar een betere productiviteit, omdat de concurrentieslag ervoor zorgt dat de meest productieve bedrijven marktaandeel winnen en jobs creëren. Tegelijk laat een goede concurrentiële markt aan de minder productieve bedrijven de keuze tussen beter worden of failliet gaan. In verschillende Europese landen echter groeien de meest productieve bedrijven nauwelijks, terwijl de minst productieve bedrijven standhouden. Reden: regels, regels en nog eens regels die de marktwerking aan banden leggen. En hier komt ook de Belgische strategie van loonmatiging om het hoekje kijken, en vooral dan haar marktverstorende werking. Freddy Heylen (Universiteit Gent): "Een algemeen loonmatigingsbeleid houdt op een artificiële wijze technologisch minder geavanceerde sectoren in stand en belemmert het dynamisme in andere sectoren. De mindere geavanceerde activiteiten zijn op termijn toch niet houdbaar in België. Zij moeten de concurrentie aangaan met China of Oost-Europa, wat een onmogelijke opdracht is. Een doorgedreven loonmatiging - zie het voorbeeld van Nederland - kan op de termijn de productiviteitsgroei fors verzwakken."Europa moet in vergelijking met de VS soms vechten met één hand op de rug gebonden. De Amerikanen poten vrolijk gigantische distributiecentra neer in de stadsrand, een strategie die meer productiviteitswinsten oplevert dan IT-investeringen. Hier is er echter geen denken aan om verse groene ruimte aan te snijden om nieuwe distributiecomplexen in te planten. Maar daartegenover staat dat Europa in de starre arbeidsmarkten en vaak nog afgeschermde product- en dienstenmarkten nog heel wat onontgonnen potentieel laat liggen om de productiviteit op te krikken. Het is dan ook tragisch dat de Europese dienstenrichtlijn nog maar een flauw afkooksel is van het origineel. De productiviteitswinsten zullen navenant zijn. Europa kan, via meer concurrentie op de interne markt, nochtans een pak meer welvaart scheppen zonder dat het een euro kost. De klok tikt. Productiviteitswinsten zijn essentieel om de vergrijzing het hoofd te bieden. Vanaf 2012 krimpt de beroepsbevolking met zo'n 1 % per jaar. Om dan nog een nulgroei te boeken, is al een productiviteitswinst van 1 % nodig. Om een groei van 2 % te halen, is een jaarlijkse productiviteitswinst van 3 % nodig. Dat is het dubbele van vandaag. Het beleid moet dus dringend om. Daan Killemaes