Vandaag is het, zeker in Europa, bon ton om de Verenigde Staten en president George Bush af te schilderen als een duivelse natie met een satanische leider. Ook al heb ik met heel wat aspecten van het Bush-beleid behoorlijke problemen, ik blijf ervan overtuigd dat het Amerikaanse Rijk positief is voor de wereld," analyseert Niall Ferguson. Neen, Ferguson is geen lid van het neoconservatieve genootschap dat in Washington vandaag de plak zwaait. De Schot is hoogleraar Financiële Geschiedenis aan de Stern School of Business van New York University en de toonaangevende economische historicus van zijn generatie (zie kader). Trends interviewde hem naar aanleiding van zijn nieuwe boek The Price of America's Empire, dat binnenkort verschijnt.
...

Vandaag is het, zeker in Europa, bon ton om de Verenigde Staten en president George Bush af te schilderen als een duivelse natie met een satanische leider. Ook al heb ik met heel wat aspecten van het Bush-beleid behoorlijke problemen, ik blijf ervan overtuigd dat het Amerikaanse Rijk positief is voor de wereld," analyseert Niall Ferguson. Neen, Ferguson is geen lid van het neoconservatieve genootschap dat in Washington vandaag de plak zwaait. De Schot is hoogleraar Financiële Geschiedenis aan de Stern School of Business van New York University en de toonaangevende economische historicus van zijn generatie (zie kader). Trends interviewde hem naar aanleiding van zijn nieuwe boek The Price of America's Empire, dat binnenkort verschijnt. Volgens Ferguson vormt de VS vandaag een imperium zoals de geschiedenis er slechts enkele voortbracht - van het Romeinse Rijk in het begin van onze jaartelling tot het Britse Rijk in de negentiende eeuw en het sovjetrijk in de twintigste eeuw: "Het Britse Rijk annexeerde grote delen van de wereld. De Amerikanen doen dat niet, maar beschikken wel over een wereldwijde militaire tegenwoordigheid. Aan de vooravond van de oorlog in Irak tekenden ze present in 130 landen met in totaal 752 militaire installaties. Voeg daar de dollardominantie, het economische overwicht en de nooit voorheen in de geschiedenis geziene militaire suprematie aan toe. De VS is de eerste natie die op elk domein van het militaire gebeuren ver voorligt." De meeste voorgangers van de VS als Rijk gingen ten onder aan wat Paul Kennedy omschreef als overstretch, een versmachting van de eigen economie en maatschappij onder de engagementen aangegaan door de imperiale machthebbers. Ferguson: "Ik zie op dat vlak weinig risico's voor de VS. Paul Kennedy gebruikte als vuistregel dat overstretch en de daaropvolgende val onvermijdelijk worden als een imperium verscheidene jaren méér dan 10 % van zijn bruto binnenlands product (BBP) aan militaire uitgaven besteedt. De Sovjets zaten boven 15 %, allicht zelfs boven 20 %. De Amerikaanse militaire inspanningen situeerden zich tijdens de Koude Oorlog rond 7 %. In de jaren negentig vielen de militaire uitgaven terug tot gemiddeld 3,5 % van het BBP, vooral omdat het BBP sterk groeide. Nu gaan ze in de richting van 5 %. Vergeet niet dat het Amerikaanse BBP groter is dan dat van Japan, Duitsland, Frankrijk en Engeland samen. Wie denkt dat de Amerikanen hun huidige militaire inspanningen in Irak, in Afghanistan en in de strijd tegen het internationale terrorisme vanuit financieel-economisch standpunt niet lang kunnen volhouden, droomt." In zijn vorig boek, Empire, uitte de Schotse historicus zich behoorlijk positief over de realisaties van het Britse Rijk in de negentiende eeuw. Ferguson trekt die argumentatie nu door naar de VS als wereldwijd imperium: "Zowel het Britse als het Amerikaanse Rijk geven aan wat een liberaal geïnspireerde wereldmacht kan doen om, in de positieve zin van het woord, de globalisering te promoten. Net zoals de Britten voorheen, trachten de Amerikanen nu te komen tot een algemene verspreiding van de principes van een vrijemarkteconomie en van een goed georganiseerd juridisch systeem naar Angelsaksisch model. Je hebt een liberale supermacht nodig om hervormingen - noodzakelijk voor een degelijke sociale, economische en politieke ontwikkeling - op te dringen, die in bepaalde gebieden of landen nooit vanzelf zouden totstandkomen." Toch liggen de successen van de Amerikanen inzake nation building dun gezaaid. West-Duitsland, Japan en Zuid-Korea mogen door de Amerikanen zeker als succesvolle interventies naar voren geschoven worden, maar er waren flagrante mislukkingen in onder meer Haïti, Nicaragua, Cuba en Vietnam. De kans dat Irak en Afghanistan in het tweede rijtje gezet moeten worden, lijkt vandaag vrij groot. Ferguson: "Het grote probleem van de Amerikanen is dat ze geen adequate opvolging kunnen geven aan militaire successen. Ze beschikken niet over een imperiaal ambtenarenkorps zoals de Britten dat hadden. Zoals de recente ontwikkelingen in Irak illustreren, verplicht de Amerikaanse politieke autoriteit haar militairen tot taken die ze niet aankunnen. Militairen zijn allicht de laatste groep aan wie je de uitbouw van de instituties noodzakelijk voor een goed werkende markteconomie kan toevertrouwen." Het schaarse aantal succesvolle interventies van het Amerikaanse Rijk schrijft Ferguson toe aan een aantal deficits: "Het eerste van drie doorslaggevende deficits is economisch. De VS teert op grote tekorten op de nationale begroting en op de lopende rekening van de betalingsbalans. De begrotingstekorten die nu op jaarbasis in de richting van 5 % van het BBP gaan, zijn uitermate onrustwekkend. Het Amerikaanse sociale-zekerheidssysteem zit financieel al zo slecht ineen, dat in de komende decennia de totale ontvangsten van op zijn minst 45.000 miljard dollar zullen tekortschieten om de uitgaven te dekken. De deficits op de lopende rekening van de betalingsbalans geven aan dat de Amerikaanse economie chronisch verslaafd is aan de aanvoer van kapitaal uit het buitenland. Dat staat in schril contrast tot het Britse Rijk, dat tussen 1870 en het begin van de Eerste Wereldoorlog jaar na jaar kapitaal exporteerde naar de rest van de wereld, sommige jaren zelfs 9 % van het BBP." Een wezenlijk bestanddeel van het economische deficit betreft de wijze waarop de Amerikanen hun rol als leverancier van de wereldreservemunt, de dollar, misbruiken. Ferguson: "Bekijk de huidige wereldeconomie. De Amerikanen konden de voorbije jaren hun eigen spaarinspanningen letterlijk tot nul herleiden en toch van een hoge economische groei genieten. De rest van de wereld financiert hen, terwijl zij zelf zich geen barst aantrekken van de bewegingen van de dollar. Ik verwacht in de nabije toekomst trouwens een stevige verdere daling van de dollar. Hoe lang aanvaardt de wereld dat nog? Het Britse Rijk kon die misbruiken niet plegen, vermits het pond sterling aan het goud gebonden was op het moment dat de Britse munt de dominante wereldmunt was."De vergelijking met het Britse Rijk brengt Ferguson met- een bij het tweede grote deficit van het Amerikaanse Rijk: "De VS zendt, in flagrante tegenstelling tot het Britse Rijk, zijn zonen en dochters niet uit. Tussen 1850 en 1950 verlieten 18 miljoen mensen de Britse eilanden. Velen onder hen zwermden uit als missionarissen, zakenlui, militairen, ambtenaren en leraars die de Britse waarden verspreidden. De VS blijft constant op grote schaal mensen aantrekken. In de jongste 25 jaar kwamen bijna 20 miljoen mensen naar de VS om zich daar te vestigen. 26 miljoen van de huidige Amerikaanse staatsburgers werden in het buitenland geboren, terwijl slechts 4 miljoen mensen die in de VS geboren werden nu in het buitenland leven. Zelfs met alle moderne communicatiemiddelen is het moeilijk om te fungeren als wereldrijk in de klassieke zin van het woord als uw onderdanen niet uitzwermen."Het derde deficit is volgens Niall Ferguson het meest doorslaggevende om uit te leggen waarom zoveel van de Amerikaanse buitenlandse avonturen slecht aflopen en waarom het nu ook stevig fout dreigt te lopen in Irak: "Amerikanen lijden acuut aan een aandachtsdeficit voor zover het hun imperiale avonturen betreft. Enkele maanden na elke militaire interventie heeft de Amerikaanse publieke opinie nog maar aan één ding behoefte en dat is het zo snel mogelijk beëindigen van die militaire operatie. Dan krijg je absurditeiten als: op 30 juni 2004 nemen de Irakezen hoe dan ook hun land volledig in eigen handen. Amper één jaar na de val van het op alle vlakken desastreuze bewind van Saddam Hoessein is het volslagen onzin te geloven dat zo'n machtsovername ook maar enige kans op slagen heeft. Waarom werden hun interventies in Duitsland, Japan en Zuid-Korea wel een succes? Omdat er daar geen enkele twijfel bestond over het langetermijnengagement van de Amerikanen." Moet dan toch niet geconcludeerd worden dat president George Bush en zijn entourage de voorbije drie jaar aan diverse gevaarlijke avonturen begonnen zijn, die de wereld uiteindelijk minder veilig dreigen te maken? Ferguson ontkent: "Een president als Al Gore zou rampzalig geweest zijn in de periode na 11 september 2001. De VS én de wereld zagen zich geconfronteerd met een situatie die krachtdadig en compromisloos optreden noodzakelijk maakte. Stel u eens voor wat we vandaag zouden meemaken als de terroristen van Al Qaeda nog altijd vrij spel zouden hebben in Afghanistan. Dan zouden we wekelijks een Madrid- of Bali-drama geserveerd krijgen. Kijk eens rond in de wereld. De Libische leider Khadaffi ontwapent, want hij beseft dat hij één van de volgende op de Amerikaanse hit list was. Andere moslimlanden (zoals Iran) beseffen wat hen te wachten staat als ze nog veel amok maken. India en Pakistan praten constructiever dan ooit over één van de meest gevaarlijke onrusthaarden ter wereld. Via China wordt het Noord-Koreaanse probleem geleidelijk onder controle gebracht. George Bush maakte vooral inzake communicatie en strategische timing grove fouten, maar wie de man over de hele lijn de zwartepiet toespeelt, is ofwel extreem vooringenomen, ofwel extreem dom." Vooral over de Franse houding is Ferguson scherp: "De manier waarop de Fransen het conflict met de Amerikanen op de spits dreven, heeft alles te maken met frustratie omtrent de eigen vergane glorie. Via hun onverzettelijk njet aan Bush poogden Chirac en de Villepin de voorbij twee jaar op een heel perfide, manier hun dominantie in Europa terug te winnen. Aznar, Berlusconi en de belangrijkste ministers van de Poolse regering doorzagen dat spelletje en gaven Parijs lik op stuk. Dat Chirac het nodig achtte om de Villepin te vervangen als minister van Buitenlandse Zaken spreekt boekdelen. Het is misschien nog niet voor iedereen duidelijk, maar als er één land de voorbije maanden finaal op zijn bek ging, is het Frankrijk wel. Wie van de huidige generatie kan dat land inzake internationale politiek nog au sérieux nemen?" Europa slaagt er op een historisch bijna unieke wijze in om de echt belangrijke problemen te ontwijken. Europa is de kampioen van het struisvogelen, vindt Ferguson: "Voorbeelden? Het Oude Europa zal door de demografische ontwikkelingen steeds meer in de invloedssfeer van het moslimgedachtegoed komen. Is men daarop voorbereid? Kan de Europese maatschappij dat aan? Ten tweede is er het euroavontuur: vragen stellen over de euroconstructie is in Europa zowat een misdaad. Er blijft echter een fundamentele incompatibiliteit tussen de eenheidsmunt en het budgettaire beleid van de lidstaten. Dat Londen, veruit het grootste financiële centrum van Europa, zich buiten de eurozone bevindt, is een groot probleem voor de euro, niet voor de Londense City. Ik kan de Britten geen ongelijk geven als ze zich beducht tonen om toe te treden tot het eurohuis." Johan Van Overtveldt"Het Oude Europa zal door de demografische ontwikkelingen steeds meer in de invloedssfeer van het moslimgedachtegoed komen.""Europa slaagt er op een historisch bijna unieke wijze in om de echt belangrijke problemen te ontwijken."