Als directeur van de researchafdeling van het Internationaal Monetair Fonds ( IMF) behoort gewezen Harvard-hoogleraar Kenneth Rogoff tot het kleine groepje van economen wier uitspraken op de financiële markten meer dan oppervlakkige aandacht krijgt. De analyse die Rogoff op uitnodiging neerschreef in het jongste nummer van het Britse weekblad The Economist, kreeg de voorbije dagen dan ook de nodige aandacht.
...

Als directeur van de researchafdeling van het Internationaal Monetair Fonds ( IMF) behoort gewezen Harvard-hoogleraar Kenneth Rogoff tot het kleine groepje van economen wier uitspraken op de financiële markten meer dan oppervlakkige aandacht krijgt. De analyse die Rogoff op uitnodiging neerschreef in het jongste nummer van het Britse weekblad The Economist, kreeg de voorbije dagen dan ook de nodige aandacht. Rogoff vraagt in zijn beschouwingen bijzondere aandacht voor de verdere afbouw van de overheidsschuld in het Westen, voor de dramatische situatie op het Afrikaanse continent, voor een beter beheer van wisselkoersevoluties en van tekorten (overschotten) op de lopende rekening van de betalingsbalansen. Er valt nauwelijks over te redetwisten dat Rogoff hiermee onderwerpen aansnijdt die nog lange tijd de aandacht van de beleidsmakers opeisen. Maar de IMF-topeconoom rept merkwaardig genoeg met geen woord over de problemen die zich op kortere termijn, dat wil zeggen tussen nu en het einde van dit jaar, zullen presenteren. Na een veelbelovende start begin 2002 zien de economische perspectieven er nu heel wat minder positief uit. Drie ontwikkelingen in het bijzonder voeden een toenemende onrust.1. Het vooruitzicht van een dubbele duik ('double dip') in de VS. Tot twee maanden geleden werden analisten die erop wezen dat de Amerikaanse economie wel eens opnieuw in een sterke groeival zou kunnen terechtkomen, openlijk uitgelachen door collega's. Schoorvoetend moeten die nu toegeven dat hun eigen prognoses minder accuraat zijn gebleken. De kans dat er geen dubbele duik komt in de VS blijft reëel (zie ook Briefing, blz. 15). "Maar áls de VS een dubbele duik maakt, gaat ook de wereldeconomie kopje onder," aldus Stephen Roach, hoofdeconoom van Morgan Stanley. 2. Het onvermogen van Japan en euroland om te groeien. Diverse indicatoren, waaronder de barometer van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), geven aan dat de piek van het herstel dat eind vorig jaar begon, nu al achter ons ligt. De conjunctuurboot van euroland blijft dus voortdobberen op de golfslag die het Amerikaanse slagschip teweegbrengt. Van een groot economisch blok als euroland zou de wereldgemeenschap een grotere autonome bijdrage aan de schepping van welvaart en welzijn mogen verwachten. 3. In Zuid-Amerika en elders dreigt grote economische, sociale en politieke onrust. Argentijnse toestanden in Uruguay en Paraguay kunnen door de internationale gemeenschap relatief makkelijk in de hand gehouden worden. Maar heel andere koek wordt het als ook Brazilië begint te kapseizen. Voor banken en verzekeraars zou een bankroet van Brazilië een harde noot om te kraken zijn. Bovendien evolueert de toestand in andere belangrijke niet-westerse economieën zoals de Turkse en de Indonesische ook allesbehalve positief. Kenneth Rogoff raakt deze drie punten in zijn analyse nauwelijks aan. Wil hij daarmee aangeven dat de beleidsmensen proberen te voorkomen dat ze, door onder druk ondoordachte stappen te nemen, nog grotere schade gaan aanrichten? Dat zou alles bij elkaar een vrij intelligente suggestie zijn, die bij de Federal Reserve en de Europese Centrale Bank alvast weerklank heeft gevonden. Ondanks de commotie van de voorbije weken hielden zij zich gedeisd. Onder de omstandigheden was dat wellicht de meest zinvolle beleidsoptie. Johan Van Overtveldt [{ssquf}]