De auteur is businessgoeroe en schrijver over managementtheorie.
...

De auteur is businessgoeroe en schrijver over managementtheorie.De arbeidswereld wordt steeds meer gedomineerd door de dienstensector, waar de laagstbetaalden niet verdoken zitten in een fabriek of opslagplaats, maar vaak de allereerste vertegenwoordigers van de organisatie zijn waarmee de klant te maken krijgt. Dat geldt evengoed voor een bediende aan de instapbalie van een luchtvaartmaatschappij, als voor de stem aan de andere kant van de lijn in een callcenter of een kelner in een restaurant. Het zijn vaak degenen die rechtstreeks in contact komen met de klant, die belast worden met de taak om de waarden van de onderneming te verpersoonlijken - vooropgesteld dat ze die waarden kennen en gesteld dat ze er een moer om geven. Die frontlijnindividuen zijn geëvolueerd tot de ongewilde behoeders van het merk, de ware kern van het personeel en dus zeker de laatste functies die zouden mogen uitbesteed worden. Dat verleent die medewerkers niet alleen meer macht, maar geeft hen ook nieuwe verantwoordelijkheden, die vaak niet in verhouding staan tot hun loon. Die personeelsleden zullen meer erkenning eisen. Ze willen beter voorbereid worden op hun verantwoordelijkheden, ze willen meer inspraak over hun persoonlijk tijdgebruik en ze willen meer vrijheid in hun werk zonder al die bemoeizuchtige instructies op het computerscherm. In 2005 mogen we ons ook verwachten aan een grotere vraag naar een beter evenwicht tussen werk en leven en meer persoonlijke beslissingsbevoegdheid. Als aan die eisen niet tegemoetgekomen wordt, zullen allerlei bedreigingen opduiken, zoals stakingen, meer personeelsverloop en toenemend absenteïsme. Het zijn aanwijzingen voor een gebrek aan erkenning. Het zal een vorm van negatieve democratie zijn, waarbij de mensen zullen stemmen met hun voeten, eerder dan met kiesbriefjes. Het zal een nieuw soort malaise weerspiegelen: het democratisch deficit in het hedendaagse bedrijfsleven. Bedrijven zullen wel niet gauw overgaan tot de organisatie van verkiezingen en ze zullen ook geen referendums organiseren over hun strategie, of hun medewerkers toelaten om te stemmen over hun eigen loonbriefje. De uitdaging bestaat erin andere middelen te vinden om van democratie een positieve kracht te maken. Tot die uitdaging opgenomen wordt, zal de drang naar democratie zich uiten in eisen voor meer rechten. Net op tijd beginnen organisaties te begrijpen dat ze niet langer vermenselijkte machines zijn, maar levende gemeenschappen, die geleid en beheerd moeten worden als om het even welke gemeenschap. Zoals zo vaak, zijn de woorden die we gebruiken evenzoveel aanwijzingen voor een sociale verandering. We hebben het over kiesgebieden binnen de organisatie, over invloedssferen, over het smeden van allianties en partnerships, over deugdelijk bestuur en sociale verantwoordelijkheid, over individuele rechten, belanghebbenden, manifesten en mission statements, over leiders in plaats van managers. In die nieuwe wereld willen de mensen bejegend worden als lid van een gemeenschap, niet als werknemers die erdoor gebruikt worden. Ze willen gezien worden als burgers, niet als human resources. Ze willen inspraak in wat hen aanbelangt, ze willen de kans en het recht krijgen om het verschil te maken. Het opvallende is dat al die woorden en concepten uit de politieke theorie komen in plaats van uit de oude taal van machines en productie. Federalisme is zo'n politiek concept dat zijn nut in toenemende mate zal bewijzen, al zullen de organisaties wel het f-woord vermijden. Federalisme is een beproefde en deugdelijke manier om lokale verantwoordelijkheid te combineren met de noodzakelijke centrale controle. Ondernemingen zouden dan ook best de handboeken over politieke theorie erop kunnen naslaan. Goed uitgekiend federalisme is een middel om een bruikbare vorm van rechtstreekse democratie in te voeren, waarbij meer mensen meer invloed hebben op de beslissingen die hen rechtstreeks aangaan. Een van de kenmerken van alle federale instellingen en staten is een geschreven grondwet, waarin de machten, rechten en verantwoordelijkheden van de partijen vastgelegd worden en waarbij zoveel mogelijk beslissingsbevoegdheid gegeven wordt aan de lokale organen. Tot nog toe bestonden dergelijke geschreven constituties enkel in organisaties die eigendom zijn van het personeel (zoals de John Lewis Partnership in Groot-Brittannië) of in liefdadigheidsinstellingen. In 2005 mogen we de eerste vrijwillige invoering van een formele grondwet door een onderneming verwachten. Gaandeweg kan de overheid de noodzaak aanvoelen om wettelijk vast te leggen dat elke grote onderneming zo'n constitutie moet hebben. Maar dat is niet meer voor 2005. Charles HandyDe vraag naar een beter evenwicht tussen werk en leven wordt een funda- mentele eis.