D e eerste vakantieperiode met een olieprijs boven de 100 (dollar per vat) staat voor de deur. Tegelijk worden ook de ecologische effecten van het massatoerisme een mikpunt van het beleid. Moeten we nog snel ver weg voor het niet meer mag, of te duur wordt?
...

D e eerste vakantieperiode met een olieprijs boven de 100 (dollar per vat) staat voor de deur. Tegelijk worden ook de ecologische effecten van het massatoerisme een mikpunt van het beleid. Moeten we nog snel ver weg voor het niet meer mag, of te duur wordt? Het internationale toerisme is een vrij jonge economische activiteit. Slechts weinigen zullen Noach als de eerste cruisekapitein aanduiden of Hannibal (rond 220 voor Christus) als de eerste gids voor een begeleide Romereis. De kruistochten brachten vanaf de elfde eeuw een massale en continue verkeersstroom naar het zuiden op gang, en hoewel dit ook deels uit verveling en avonturisme gebeurde, zou ik deze reisjes niet meteen als een eerste vorm van massatoerisme bestempelen. Een belangrijk verschil met de primitievere tijden is bijvoorbeeld dat vandaag de mannen niet langer onder mekaar eropuit trekken, maar hun vrouw en kinderen meenemen. En mensen vechten alleen nog in de file, of voor een parkeerplaats of een vierkante meter strand. In dat geval viert het internationale toerisme ongeveer zijn vijftigste verjaardag. Vóór 1958 was toerisme niet meer dan een randfenomeen; de afgelopen tien jaar was het een groeisector. Na de aanslagen van 9/11 kende het internationale toerisme weliswaar een terugval, maar intussen is het op tien jaar tijd met 50 % gegroeid. In sommige landen vormt de reissector een belangrijke pijler onder de economie: 16 % van het Oostenrijkse bruto binnenlands product bijvoorbeeld hoort thuis onder de noemer toerisme. La douce France blijft nog altijd de belangrijkste internationale bestemming (10 %), vóór Spanje (7 %) en de VS (6 %). China volgt op korte afstand: 5,5 %. Sterke groei maar kale beleggersreis. Slechts 15 % van de internationale reizen gebeurt om zakelijke redenen; het overgrote deel (50 %) is puur ontspanning. De stijgende welvaart vormde een belangrijke motor voor het internationale toerisme. De meeste mensen reizen over de weg, maar toch nemen vliegreizen nu al 43 % van de internationale stromen voor hun rekening (1). De opkomst van de lagekostenmaatschappijen zorgde hier voor de doorbraak, net zoals het internet (snelle informatieverschaffer en eenvoudige prijsvergelijkingen). Ondanks die enorme groei was toerisme geen geweldige belegging. Een snoeiharde concurrentie, veeleisende klanten en talrijke onverwachte moeilijkheden (weer, vertragingen, stakingen, accommodatie ...) zorgden voor een continue margedruk. Na een consolidatiegolf lijken de overblijvers stilaan rendabel te worden, en ontstaan er oligopolies die op termijn voor prijsverhogingen kunnen zorgen. Een econoom plant zijn reis. Rond deze tijd plannen veel mensen hun vakantie, en dat is een van de moeilijkste familiale activiteiten. Qua compromisvorming én budgettaire onderhandelingen soms zelfs complexer dan de gesprekken over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Met olieprijzen ver boven de 100 en toenemende ecologische overwegingen zal het niet makkelijker worden. Terwijl uw partner en de kinderen dus de vakantiebrochures doorbladeren en zich verlekkeren aan de - al dan niet getrukeerde - foto's van uw exotische bestemming, is deze column een beknopte economische analyse van uw vakantiekeuze. Ryanair vliegt rendabel doordat het moderne vliegtuigen inzet, mikt op volledige bezetting en kiest voor efficiëntere luchthavens. In uw lagekostenvliegticket (enkel) zit vandaag voor ongeveer 30 euro brandstofkosten. Per persoon is dat niet duurder dan een reis met de wagen (waar nog tol bij moet). Misschien lijkt het decadent om de Porsche Cayenne te gebruiken voor de trip naar Cannes, maar als u met het hele gezin reist, ligt het verbruik niet hoger dan wanneer u het vliegtuig naar het zuiden zou nemen. En de CO2-uitstoot per kop bedraagt zelfs minder dan van een 2CV met twee ecotoeristen. De familieman met zijn monovolume reist economisch, maar oma die met de bus naar Torremolinos gaat, is economisch én ecologisch helemaal onklopbaar. Busreizen zijn zelfs bestand tegen een olieprijs van 200 dollar. Reizen in de toekomst. Natuurlijk doen de dure brandstofprijzen pijn, maar dat leed wordt deels verzacht door efficiëntere motoren, een betere capaciteitsbenutting en een aangepaste rij- of vliegstijl (2). Moderne toestellen zoals de A380 vliegen zuiniger, maar het zijn vooral de grote vliegafstanden die vandaag een ecologisch obstakel vormen. De nefaste vervuiling op grote hoogte maakt van vliegen een doelwit van (terechte) ecologische kritiek. Toerisme zal in de toekomst dus duurder worden. De mensen zullen korter bij huis blijven en meer met de bus en de trein reizen. Een recente studie zegt dat de opwarming nadelig zal zijn voor de zuiderse landen (wegens droogte en hitte) en positief voor de Benelux (3) . Een huis in de Provence of Toscane is dan geen beste belegging. En nu de dollar zo laag staat en internationale vluchten nog goedkoop zijn, is het beste advies om er nog vlug van te genieten. Ik wacht op uw kaartjes met uw eigen economische en ecologische reisanalyse. DE AUTEUR IS HOOFDECONOOM VAN PETERCAM VERMOGENSBEHEER. REACTIES: visienoels@trends.be (1) http://www.world-tourism.org/facts/eng/highlights.htm (2) SN BRUSSELS GAAT MACH 0,69 IN PLAATS VAN MACH 0,7 VLIEGEN - HET LAATSTE NIEUWS, 23 APRIL 2008 (3) CLIMATE CHANGE AND TOURISM, DEUTSCHE BANK RESEARCH, 11 APRIL 2008 Geert Noels