Rien (23) is afgestudeerd als psycholoog en zoekt al ruim een jaar naar zijn eerste job. In afwachting zet hij zich in als vrijwilliger in een weeshuis. Zo doet hij alvast ervaring op. Bart (53) verloor vorig jaar zijn job als productiearbeider. Omdat de zoektocht naar een nieuwe job niet vlot en hij zich nuttig wil maken, steekt hij een handje toe in het plaatselijke rusthuis. Hij bemant er enkele middagen per week de bar. Lieve (42) bleef jarenlang thuis om voor de kinderen te zorgen. Nu die wat groter zijn, zou ze graag weer aan de slag gaan. Ze denkt dat vrijwilligerswerk een goede opstap kan zijn naar een betaalde job. En dus solliciteerde ze bij haar gemeente naar een vrijwilligersjob als onthaalbediende.
...

Rien (23) is afgestudeerd als psycholoog en zoekt al ruim een jaar naar zijn eerste job. In afwachting zet hij zich in als vrijwilliger in een weeshuis. Zo doet hij alvast ervaring op. Bart (53) verloor vorig jaar zijn job als productiearbeider. Omdat de zoektocht naar een nieuwe job niet vlot en hij zich nuttig wil maken, steekt hij een handje toe in het plaatselijke rusthuis. Hij bemant er enkele middagen per week de bar. Lieve (42) bleef jarenlang thuis om voor de kinderen te zorgen. Nu die wat groter zijn, zou ze graag weer aan de slag gaan. Ze denkt dat vrijwilligerswerk een goede opstap kan zijn naar een betaalde job. En dus solliciteerde ze bij haar gemeente naar een vrijwilligersjob als onthaalbediende. Wat Rien, Bart en Lieve doen, klinkt logisch. Meer nog, het is lovenswaardig dat ze zich in afwachting van een vaste job inzetten voor de maatschappij. Ze doen ervaring op, hebben sociale contacten, krijgen zelfvertrouwen en de samenleving wordt er een stukje beter van. Het lijkt een perfecte win-winsituatie. Maar de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) volgt die redenering niet helemaal. Sommige werklozen verliezen door hun vrijwilligerswerk zelfs hun uitkering. Onbezoldigd helpen in de bakkerij van een familielid kan bijvoorbeeld niet als je een werkloosheidsuitkering ontvangt. Als vrijwilliger aan de slag gaan voor niet-commerciële organisaties, zoals een school of een cultureel centrum, kan onder bepaalde voorwaarden dan weer wel. Maar sowieso moet de werkloze eerst toestemming vragen aan de RVA. Oordeelt die dat de werkloze door het vrijwilligerswerk onvoldoende beschikbaar is voor de arbeidsmarkt of krijgt hij taken die gewoonlijk niet door een vrijwilliger worden uitgevoerd, dan zal de RVA de toelating weigeren. Dat de RVA 'streng' optreedt, heeft alles te maken met de strijd tegen zwartwerk en oneerlijke concurrentie. Het kan niet de bedoeling zijn dat werklozen werk doen waarvoor normaal betaald zou worden. Want zo verdwijnen er jobs en grijpen andere werkzoekenden naast kansen. Een terechte bekommernis, ervaart Eva Hambach van het Vlaams Steunpunt voor Vrijwilligerswerk. "Het is opvallend hoezeer organisaties tegenwoordig de grenzen van het vrijwilligerswerk aftasten. Een medewerker van een ziekenhuis liet ons bijvoorbeeld weten dat zijn directie beslist had bepaalde gespecialiseerde diensten door vrijwilligers te laten uitvoeren. En zo zijn er tientallen klachten die aantonen dat organisaties heel soepel omspringen met het vrijwilligersstatuut. Kijk maar naar scholen. Ze zoeken vrijwilligers om de klassen schoon te maken, om over de middag toezicht te houden op de speelplaats, om de kinderen te begeleiden naar het zwembad enzovoort. Allemaal taken waar echte jobs tegenover zouden kunnen staan." Dat organisaties zich soms genoodzaakt voelen taken naar het vrijwilligerswerk door te schuiven, heeft voor een groot stuk te maken met besparingen. In de vorige regeerperiode hebben sommige verenigingen tot 30 procent moeten besparen. En ook in deze regeerperiode zullen de verenigingen niet ontsnappen aan de bezuinigingen. Het Vlaamse netwerk 'de Verenigde Verenigingen' voerde onlangs bij zestig erkende verenigingen een enquête uit die peilde naar hun financiële situatie. Ruim de helft had de afgelopen vijf jaren financiële moeilijkheden. Driekwart verwachtte dat de middelen het komende jaar slinken. Onvermijdelijk moeten veel verenigingen dus op zoek naar manieren om het hoofd boven water te houden. Vaker een beroep doen op vrijwilligers is er een van. Vrijwilligers lijken zo een belangrijkere rol te spelen in onze samenleving, al zien we dat voorlopig nog niet zo duidelijk in de cijfers. Volgens de Studiedienst van de Vlaamse Regering zou in 2012 iets meer dan een op de vijf volwassen Vlamingen zich engageren als vrijwilliger. In 1996 was dat nog een op de zeven. Op de lange termijn is de trend dus stijgend, zij het niet zo sterk. Ludo Struyven, professor en onderzoeker van het Hiva-KU Leuven: "We leven langer en we hebben meer vrije tijd, dus is het niet verrassend dat de groep vrijwilligers stijgt." Wel opvallend is dat het aantal uren dat een vrijwilliger zich inzet, terugloopt. Blijkbaar kiezen mensen nu veeleer voor kortstondige dan voor langdurige engagementen. De meeste organisaties passen hun vrijwilligersjobs aan die evolutie aan. Hoe de toekomst van het vrijwilligerswerk eruitziet, is koffiedik kijken. "Veel hangt af van de invulling die we er vandaag aan geven", meent Hambach. "Zien we vrijwilligerswerk als een vluchtroute voor mensen die elders niet aan de bak raken, of als een volwaardige economische pijler met een eigen dynamiek? En wat zal het effect van al dat langer werken zijn? Stellen we de stap naar het vrijwilligerswerk dan ook uit?" Hambach verwacht wel dat de vraag naar vrijwilligers vanuit de overheid zal stijgen. Kiezen voor een slanke overheid, betekent dat minder diensten van bovenaf georganiseerd worden en de burgers meer verantwoordelijkheid toegeschoven krijgen. Wie er de regeerverklaring van de Vlaamse regering op naslaat, leest dat ook (bijna) letterlijk: 'We moeten met zijn allen goed beseffen dat het niet de Vlaamse regering en haar administraties in Brussel zijn die schoonheid en kunst creëren, die onze jonge mensen opleiden tot op een hoog niveau, die innovatieve nieuwe diensten en producten ontwikkelen. Het zijn onze ondernemers, onze leraars en directeurs, onze docenten en professoren, ons middenveld, onze verenigingen, onze welzijnssector, onze lokale besturen, kortom, het 'levende Vlaanderen' aan wie we vertrouwen moeten geven. Hun moeten we de ruimte geven (...). Met deze Vlaamse regering maken we een radicale en jonge omslag en geven we hun het vertrouwen en de verantwoordelijkheid die ze verdienen.' Dat onze overheden het menen blijkt bijvoorbeeld uit de beslissing van de federale regering om langdurig werklozen twee halve dagen per week gemeenschapsdienst te laten doen. Wie weigert, kan zijn uitkering verliezen. "Ik ben alvast opgelucht dat de politici niet het begrip vrijwilligerswerk gebruiken", stelt Lesley Hustinx, docent aan de vakgroep sociologie van de Universiteit Gent en betrokken in studies naar het vrijwilligerswerk. Hij hoopt dat rekening wordt gehouden met de situatie van de werkloze en dat hij zinvolle arbeid krijgt, die hem perspectief geeft. "In Nederland bestaan al langer gelijkaardige vormen van sociale activering. Daar is gebleken dat het vooral belangrijk is dat werklozen niet zomaar iets doen. Het moet een traject op maat zijn. Het is de bedoeling dat werklozen via de gemeenschapsdienst vaardigheden leren en herstellen van hun problemen. Ik hoop dat we niet in een voor-wat-hoort-wat-logica terechtkomen, want dan geef je hun het gevoel dat het hun eigen schuld is dat ze in die situatie zitten. En dat duwt hen dieper in de put." Ludo Struyven stelt voor OCMW's een belangrijke rol te geven bij de invoering van de gemeenschapsdienst. "Zij hebben ervaring met sociale activering (ook vrijwilligerswerk, nvdr), werken met een ruim doelpubliek, hebben tal van eigen diensten en zijn lokaal ingebed. Bovendien gaat hun opdracht verder dan mensen aan een job helpen. Ze hebben oog voor problemen die voor de VDAB vaak onzichtbaar blijven. Bouw dus de bestaande initiatieven in OCMW's voort uit en versterk de samenwerking met VDAB, want wie uiteindelijk naar het reguliere arbeidscircuit stapt, moet voort ondersteund worden. Het gaat dus haast om individueel maatwerk, wat het kostenplaatje er niet minder op zal maken." "Verwacht van die gemeenschapsdienst vooral geen wonderen", besluit Struyven. "Besparen op uitkeringen zal je er in elk geval niet mee doen, want slechts een minderheid van de langdurig werklozen zal op die manier weer een toegang vinden tot de arbeidsmarkt. De uitkering afhankelijk maken van de bereidheid om gemeenschapsdienst te doen, staat haaks op het verzekeringsprincipe van de werkloosheidsuitkering, waartoe deze langdurig werklozen hebben bijgedragen. Bedenk ook dat een kwart van de langdurig werklozen niet onmiddellijk bemiddelbaar is naar werk, bijvoorbeeld om medische redenen. Voor hen is die gemeenschapsdienst geen opstap naar betaald werk. Toch is het zinvol hen hiertoe aan te moedigen, want het helpt hen om niet sociaal geïsoleerd te raken en vaardigheden te ontwikkelen, wat ook betekenisvol is voor onze economie." HERMIEN VANOOST"Het is vooral belangrijk dat werklozen niet zomaar iets doen. Het moet een traject op maat zijn" Lesley Hustinx, UGent "Verwacht van die gemeenschapsdienst vooral geen wonderen. Slechts een minderheid van de langdurig werklozen zal op die manier weer een toegang vinden tot de arbeidsmarkt" Ludo Struyven, Hiva-KU Leuven