Op de marktschermen flikkeren de jongste weken alleen maar rode lichtjes. Bij een daling lichten de koersen immers rood op. Na jarenlang alleen maar groene lichtjes te hebben gezien, was het voor heel wat geldbeheerders dus even schrikken. En schrik is het gevoel dat nu begint te overheersen. Beleggers waren overmoedig geworden, zelfs lichtjes arrogant. Duurdere olie, duurdere rente, geopolitieke spanningen... het kon ze niets schelen. De economie was resistent geworden tegen al die tegenwinden.
...

Op de marktschermen flikkeren de jongste weken alleen maar rode lichtjes. Bij een daling lichten de koersen immers rood op. Na jarenlang alleen maar groene lichtjes te hebben gezien, was het voor heel wat geldbeheerders dus even schrikken. En schrik is het gevoel dat nu begint te overheersen. Beleggers waren overmoedig geworden, zelfs lichtjes arrogant. Duurdere olie, duurdere rente, geopolitieke spanningen... het kon ze niets schelen. De economie was resistent geworden tegen al die tegenwinden. Maar waarvoor hebben beleggers dan wél plots angst? Volgens de media en de marktgoeroes is inflatie de bron van alle paniek. Die angst wordt vooral aangepraat door de centrale banken, in het bijzonder de Amerikaanse. Maar is inflatie echt wel zo'n probleem? En is het een voldoende groot probleem om de huidige verkoopgolf te verklaren? Inflatie (g)een probleem? Inflatie heeft te maken met prijsstijgingen, en uiteindelijk met verlies aan koopkracht en ontwaarding van de munt. Als de inflatie toeneemt, eisen ontleners een hogere vergoeding om dat verlies goed te maken en stijgt de rente. De inflatie in de VS bedraagt vandaag 3,5 %. Dat is minder dan het naoorlogse gemiddelde (3,85 %) of het gemiddelde sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw (4,8 %), maar meer dan het gemiddelde van de afgelopen tien jaar (2,5 %). In Europa bedraagt de inflatie iets meer dan 2 %. We doen niet mee met het chorus dat wijst op de lage kerninflatie. Die bedraagt 2,0 % in de VS en 1,4 % in euroland. Die maatstaf berekent de inflatie exclusief de volatiele prijsevolutie van energie en voeding. Zogezegd om het inflatiebeeld niet te laten vertroebelen door seizoensinvloeden of tijdelijke fenomenen. Er zijn echter weinig economen die zonder voeding en energie lang kunnen overleven, en dus lijkt het me intellectueel eerlijker dat ze die niet uitsluiten uit de meting van de levensduurte. De gewone inflatiecijfers zijn dan wel wat hoger dan in het verleden, het zijn geen cijfers die paniek verantwoorden. Vooral in euroland lijkt het eerder een drogreden om de rente te verhogen. De échte reden om de rente op te trekken, is de ontsporing van de geld- en kredietcreatie. Maar het is blijkbaar makkelijker om de mensen bang te maken met een monster uit het verleden, dan met een monster dat door de centrale banken uiteindelijk zelf werd gecreëerd. Greenspan zou niet beter doen. Nu de markten nerveus worden, klinken al de eerste nostalgische stemmen naar de goede oude tijd van Alan Greenspan. Hij zou het beter hebben aangepakt, zo klinkt het. Maar is dat zo? De situatie vandaag doet erg denken aan het jaar 2000. De centrale banken, met de Federal Reserve (Fed) op kop, verhoogden toen de rente uit vrees voor inflatie (zie grafiek). De verklaringen van toen laten er geen twijfel over bestaan dat Greenspan en zijn ploeg geen enkele vooruitziendheid hadden over de toekomstige evolutie van de inflatie. Hun uitspraken en rentepolitiek maken duidelijk dat ze de feiten achterna holden. Ze verhoogden de rente als de inflatie steeg, panikeerden als de inflatie piekte, verlaagden de rente als het inflatiecijfer daalde, en panikeerden op de bodem... En er zijn nog meer gelijkenissen met 2000. Terwijl de economie fors aan het vertragen was, zag Greenspan de inflatie als het grootste risico. Ook over de economische ontwikkeling heeft de Fed de vooruitziendheid van een gemiddelde chauffeur in de dichte mist. Pas toen de recessie al begonnen was, merkten Alan & co. ze op en werd in paniek op de rente geduwd. Alan zou het vandaag dus níét beter hebben gedaan. Het is niet omdat hij wel een dikke bril draagt dat hij de economie of de inflatie beter ziet aankomen dan Ben Bernanke. Meer nog, als de nieuwe chauffeur vandaag moet bijsturen, is het omdat de vorige van de weg was afgedwaald. Opgegeten worden door een haai. De Amerikaanse economie stevent af op een serieuze vertraging. De huizenmarkt koelt sterk af, het consumentenvertrouwen staat lager dan na 11 september 2001, de jobgroei is stilgevallen, de vooruitlopende indicatoren en de rentecurve duiden allemaal onmiskenbaar op een dip. En als dit eindelijk ook doordringt tot de centrale bank, zal Ben Bernanke even voorspelbaar handelen als Alan Greenspan vroeger. De kans dat hij de Amerikaanse rente al verlaagt voor de start van 2007 is reëel. De markten hoeven dus niet in de eerste plaats bang te zijn voor inflatie. In de lijst van mogelijke zorgen voor beleggers staat het inflatiegegeven ver achter een groeivertraging, de hedge funds, de dollar, de derivaten, de kredietbubbel, de huizenbubbel, het Chinese banksysteem en net vóór 'opgegeten worden door een haai'. 'Angst voor inflatie' zal de komende maanden in de krantenkoppen wellicht worden vervangen door 'angst voor een sterke groeivertraging'. De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.beGeert Noels