Chinese bedrijven die de internationale toer opgaan, worden op dezelfde manier beoordeeld als de Chinese economische prestaties in het algemeen: believers en non-believers staan tegenover elkaar. Voor sommigen is China flink op weg een economische grootmacht te worden, voor anderen een zeepbel die op springen staat.
...

Chinese bedrijven die de internationale toer opgaan, worden op dezelfde manier beoordeeld als de Chinese economische prestaties in het algemeen: believers en non-believers staan tegenover elkaar. Voor sommigen is China flink op weg een economische grootmacht te worden, voor anderen een zeepbel die op springen staat. Zo zien sommigen Chinese multinationals ontstaan met sterke merknamen (zoals Haier en Huawai Technologies), terwijl anderen sceptisch elke vergelijking met Japanse en zelfs Koreaanse internationale merken ongepast vinden. Zij wijzen erop dat 85 % van de hightechexport uit China het werk is van buitenlandse investeerders. En dat innovatie wordt gefnuikt door 'inteelt' en controledrang van de Chinese overheden. Van Chinese Sony's of Samsungs valt maar weinig te bespeuren. 2,4 % van de global top 500 zijn Chinese bedrijven, maar het zijn meestal monopolies op de thuismarkt. Kortom, de Chinese bedrijfscultuur en -strategie zou de internationale competitiviteit van Chinese bedrijven ondermijnen. Advocaat Philippe Snel sluit niet uit dat China zware economische crisissen te wachten staat, maar "het verschil is dat ik de motor na zes maanden weer op kruissnelheid zie draaien". En dat komt omdat China nog altijd een communistisch land is met een sterk economisch dirigisme. "Eén telefoontje volstaat om bankleningen tijdelijk te bevriezen." Hij verwacht dat Chinese bedrijven met internationale ambities nu en dan hun tanden zullen breken, net zoals de Koreanen. Maar hun gigantische thuismarkt biedt ze ook de kans om hun messen te scherpen in de meest competitieve markt ter wereld en om een oorlogskas op te bouwen waarmee ze in het buitenland overnames financieren, merken verwerven, marktaandeel en knowhow kopen. "Anders dan Taiwan of Korea heeft China ook een onmetelijk arbeidsreservoir van goedkope krachten. 80 % van de Chinezen leeft nog van landbouw. Management en marketing zijn zwaktepunten, maar dat is slechts een kwestie van tijd." Hiervoor wijst Philippe Snel naar duizenden advocaten, economen en ingenieurs die na hun opleiding in het buitenland terugkeren. "Onderzoek en ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen, maar het elektronicabedrijf TCL spendeert 5 % van zijn omzet aan onderzoek, Huawai Technologies zelfs 10 %. Het vergt tijd, maar in China gaat alles veel sneller dan elders."Volgens Snel zit achter de go global-politiek van de Chinese leiders een weldoordachte strategie. Het is een middel om de hoge deviezenreserves nuttig te besteden en de handelsbalans in evenwicht te brengen, de grondstoffenaanvoer te verzekeren (door hun aanwezigheid in Afrika, Latijs-Amerika en Iran) en een dominante positie te verwerven in industriële sectoren waarin China al sterk is (elektronica, auto-onderdelen, werktuigapparaten, de havensector, textiel en kleding). In die industrietakken bieden netwerken met wereldwijde toeleveranciers voordelen, zelfs voor een lagelonenland als China dat niet langer alleen het werkatelier van de wereld wil zijn. Chinese bedrijven willen doordringen in de distributieketen waar de echte winsten worden gemaakt. De toegevoegde waarde die de westerse eigenaars van private labels opstreken voor producten die door Chinese bedrijven werden gemaakt, willen ze geleidelijk zelf naar zich toehalen.