De auteur is correspondent van The Economist in Zuid-Azië.
...

De auteur is correspondent van The Economist in Zuid-Azië.Als ze haar verkiezingsbeloften wil nakomen, zal de Indiase Congrespartij een poging moeten wagen om de economie te liberaliseren. Maar de Indiase politiek wordt in 2005 een verhaal van botsingen en compromissen tussen de hervormingsijver van sommige leiders van de Congrespartij en de conservatieve impulsen van de communistische partijen. In het slechtste geval valt de regering, wat een frustrerende periode zou inluiden van coalities die een kort leven beschoren zijn en van verlamming op het beleidsvlak. Waarschijnlijk overleeft de regering, maar blijven haar handen gebonden. Eind februari stelt Palaniappan Chidambaram, de nieuwe minister van Financiën, zijn begroting voor. Dat wordt de gelegenheid om de belasting- en bestedingsplannen voor te leggen. Hij heeft gezegd dat hij een 'minister voor Investeringen' wil zijn en daarmee erkent hij het tekort dat verklaart waarom de Indiase economie er niet in slaagt sneller te groeien. We verkennen de vier voornaamste hinderpalen die een snelle groei moeilijk maken. Om investeringen aan te moedigen, moet India een heleboel zaken verwezenlijken: zijn enorme begrotingstekort terugschroeven, de openbare dienstverlening verbeteren, de oude arbeidswetgeving een opknapbeurt geven en een einde maken aan de 'raj van de inspecteurs', die de ondernemingen kwelt met bureaucratie. Dat is een hele opdracht, vooral omdat de partners van de Congrespartij zich tegen heel wat van die noodzakelijke hervormingen zullen kanten. De worsteling tussen de Congrespartij en haar bondgenoten is iets wat geen van beide verwacht had. Ze waren even verbaasd als hun tegenstanders met hun verkiezingsoverwinning in 2004. De schokkende nederlaag van de coalitie die geleid werd door de Bharatiya Janata Party ( BJP) werd op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd: als een afwijzing van het communalisme van de nationalistische hindoepartij BJP, die de littekens draagt van een antimoslimpogrom die in 2002 onder haar bewind in Gujarat plaatsvond als een schreeuw van pijn uit het straatarme platteland, waar 700 miljoen Indiërs wonen die verbolgen waren over de campagne van de BJP, waarin uitgepakt werd met het 'schitterende' economische succes van India als een afwijzing van de economische hervormingen die in 1991 doorgevoerd werden door Manmohan Singh, toen minister van Financiën en nu premier. India is een te groot land voor dergelijke gemeenplaatsen. Op de meeste plekken hebben de kiezers de partij die aan de macht was aan de kant gezet. Als er een nationaal mandaat gegeven werd, dan is het zinvoller om dat te omschrijven als een vraag naar méér administratieve en economische hervormingen, niet minder. Er waren twee uitzonderingen op die afwijzing: het door de communisten geleide West-Bengalen en Bihar, waarvan de plaatselijke partij RJD de tweede grootste is in de regerende coalitie. Bihar is de armste en slechtst geleide staat in India. In maart 2005 zijn er verkiezingen, net als in het naburige Jharkhand en in Haryana, in de buurt van Delhi. In 2006 volgen deelstaatverkiezingen in West-Bengalen, waardoor de communisten - de belangrijke steun van de Congres-coalitie - geen enkele hervorming zullen dulden die hun militanten zou kunnen verontrusten. Die nakende verkiezingen maken het ook onwaarschijnlijk dat de communisten de regering ten val brengen. Ook de oppositie is niet in staat om haar te doen struikelen. De BJP, die zich stilaan begint neer te leggen bij haar nederlaag, zal terugkeren naar haar roots. De macht heeft haar scherpere kantjes afgesleten. Die zullen nu opnieuw gewet worden, terwijl de BJP het enthousiasme van haar gedemoraliseerde militanten zal trachten op te wekken door een aantal 'hindoekwesties' te lanceren. Ze zal ook zeuren over de Italiaanse afkomst van Sonia Gandhi, de leidster van de Congrespartij. De verontrustende tendens binnen de BJP om haar toevlucht te nemen tot massacampagnes buiten het parlement om, soms met gevaarlijk opruiende communautaire thema's, zal een bedreiging vormen voor de maatschappelijke harmonie. De Congrespartij zal standhouden en haar indrukwekkende economische team zal doen wat het kan om de langetermijngroei van India op te tillen naar 8 % per jaar, iets wat in 2003 al bereikt werd. Het internationale prestige van de Indiase bedrijfswereld zal blijven toenemen, deels door de onthutsende groei van de dienstverlening op afstand. Die komt in 2005 wel voor uitdagingen te staan. De protectionistische heisa tegen outsourcing en het verlies van jobs in de Verenigde Staten en Europa zal vervangen worden door bezorgdheid over de kwaliteit van de dienstverlening, de beveiliging van gegevens en het enorme personeelsverloop in de Indiase callcenters. Er zal antireclame gemaakt worden en heel wat kleinere ondernemingen zullen over de kop gaan. Ondertussen worden grotere, gevestigde IT-firma's sterker. De hervormingsgezinden in de regering willen het succes van de informaticasector uitbreiden naar de rest van de economie, de regering uit de weg houden en ervoor zorgen dat de Indiase ondernemers kunnen gedijen. Maar de politiek zal hen daarin hinderen. De groei zal in 2005, net als in 2004, waarschijnlijk niet uitstijgen boven het 20-jaargemiddelde van 6 %. Dat komt neer op een gestage vooruitgang, maar geen doorbraak. Hetzelfde kan voorspeld worden voor het grote buitenlandinitiatief dat India overgeërfd heeft van de BJP: de inspanningen om een duurzame vrede te sluiten met Pakistan. Een tweede ronde van hun 'samengestelde dialoog' zal begin 2005 plaatsvinden en uitlopen op een ontmoeting tussen de beide ministers van Buitenlandse Zaken. Zij zullen nota nemen van de bescheiden vooruitgang die geboekt werd over bijna elke bilaterale kwestie, behalve degene waar het echt op aankomt: het omstreden gebied van Kasjmir. In de tweede helft van 2005 zal in eigen land de druk op de Pakistaanse president, generaal Pervez Musharraf, toenemen om bewijzen te leveren van de inschikkelijkheid van India. India zal een serieuze dialoog moeten aangaan over Kasjmir of het risico lopen de beste gelegenheid in een generatie te verkwanselen om tot een regeling te komen - een regeling die bovendien grotendeels volgens zijn voorwaarden tot stand gebracht kan worden. Simon LongOm investeringen aan te moedigen, moet India de oude arbeids- wetten een opknapbeurt geven en een einde maken aan de verlammende bureaucratie.