De Democratische presidentskandidaat Barack Obama liet er vorige week in het Invesco Fieldstadion in Denver geen twijfel over bestaan. De VS moeten over tien jaar onafhankelijk zijn van olie uit het Midden-Oosten. Zijn Republikeinse rivaal John McCain koos als running mate de gouverneur van Alaska, Sarah Palin. Zij is radicaler dan McCain en wil zelfs olie boren in het Arctic National Wildlife Refuge (ANWR). In Europa vergaderde de EU deze week over de crisis in Georgië. Ook hier is energieonafhankelijkheid van Rusland een noodzaak geworden. In de VS en de EU groeit dus een gelijksoortige politieke agenda.
...

De Democratische presidentskandidaat Barack Obama liet er vorige week in het Invesco Fieldstadion in Denver geen twijfel over bestaan. De VS moeten over tien jaar onafhankelijk zijn van olie uit het Midden-Oosten. Zijn Republikeinse rivaal John McCain koos als running mate de gouverneur van Alaska, Sarah Palin. Zij is radicaler dan McCain en wil zelfs olie boren in het Arctic National Wildlife Refuge (ANWR). In Europa vergaderde de EU deze week over de crisis in Georgië. Ook hier is energieonafhankelijkheid van Rusland een noodzaak geworden. In de VS en de EU groeit dus een gelijksoortige politieke agenda. Meer onafhankelijkheid van olie- en gasimport is geen nieuw thema. In 1973, bij de eerste oliecrisis, sprak de Amerikaanse president Richard Nixon zich er al voor uit. Daarna deed president Jimmy Carter in 1979 hetzelfde, kort na de tweede oliecrisis. En tijdens de State of the Union zei president Bush twee jaar geleden dat Amerika een einde moest maken aan de olieverslaving. Revolutionair is het politieke streven dus niet. Die grotere onafhankelijkheid wordt aangedreven door de markt: olie is duur. In feite gebruikt de westerse wereld nu evenveel olie als in de jaren zeventig, hoewel de economie enorm is gegroeid. Olie werd steeds minder gebruikt als energiebron voor de opwekking van elektriciteit en ging zich vooral beperken tot de transportsector en de chemie. Maar nog altijd kopen de VS jaarlijks voor 700 miljard dollar olie uit het buitenland, meestal uit landen die Amerika vijandig gezind zijn. Amerika voedt de monsters die de VS bedreigen. De enige president die effectieve maatregelen wilde nemen voor meer energieonafhankelijkheid was Jimmy Carter, die overigens ook op de Democratische Conventie in Denver was. Hij werd lange tijd gezien als een mislukte president, maar kreeg in de wandelgangen van de Conventie flink wat applaus. Carter lanceerde een hele serie maatregelen die nu ook vaak weer opduiken, zoals een windfall profit voor oliemaatschappijen. Dat is een belasting op winsten die worden geboekt door een onverwachte gunstige ontwikkeling op de markt voor bepaalde bedrijven. Voorstanders van een windfall profit stellen dat oliemaatschappijen in tijden van hoge olieprijzen onevenredig hoge winsten maken. Die winsten moeten worden afgeroomd voor subsidiëring van alternatieve energiebronnen, zoals biobrandstof, zonne- en windenergie. Carter dacht met die maatregel 175 miljard dollar binnen te rijven voor een alternatief energieplan. Maar de fiscus haalde slechts 40 miljard binnen. Een ongewenst gevolg was ook dat de olieproductie in de VS daalde met 3 tot 6 %, waardoor de olieprijzen stegen en de olie-import toenam met 8 tot 16 %. Dat was het omgekeerde van wat de regering voor ogen had. De windfall profit werd in 1988 afgeschaft, maar Obama wil deze weer invoeren. Carter lanceerde een heel subsidiesysteem in de energiesector. Een programma voor synthetische brandstoffen mislukte volledig en werd in 1985 afgeschaft. Carter begon ook met subsidies voor bio-ethanol. Dat systeem bestaat nog altijd en leidde tot hogere voedselprijzen omdat een derde van de maïsproductie voor bio-ethanol amper 3 % van het Amerikaanse benzineverbruik vervangt. Carter hoopte dat bio-ethanol in 1990 10 % van het benzineverbruik zou vervangen. Ook voor zonne- en windenergie waren er grote belastingvoordelen. Deze subsidiëringen hebben echter nooit het gewenste rendement opgeleverd. De bijdrage van wind, zon en biobrandstof in het Amerikaanse energieverbruik is nog altijd zeer beperkt. De enige drijvende factor van verandering is de markt: hoge olieprijzen. Die leiden tot energiebesparing en innovatie. In Amerika wil zowel Obama als McCain miljarden dollars uittrekken voor de ontwikkeling en productie van flex fuel-voertuigen en de ontwikkeling van een geavanceerd systeem voor batterijtechnologie waarmee auto's worden aangedreven. McCain wil ook meer olieboringen voor de Amerikaanse kust, terwijl zijn running mate Alaska tot Amerika's energiebron wil ontwikkelen. McCain is tegen olieboringen in het ANWR met de stelling 'we boren ook niet in de Rocky Mountains'. Maar Palin zegt dat het ANWR grotendeels een koude vlakte is waar boringen geen enkele schade veroorzaken. Ook willen McCain en Palin meer nucleaire energie. Een autopark op elektriciteit heeft natuurlijk meer stroom nodig; en minder olie. Voor Europa, dat voor 50 % afhankelijk is van energie-invoer, is het probleem nog groter. Wat kan de EU zeggen tegen Rusland na de crisis in Georgië? Sancties? Europa kan moeilijk de import van olie en gas halveren. Daarmee zal het de Europese Unie direct in een recessie storten, terwijl Rusland die olie en gas zonder probleem kan verkopen aan China. Daarom moeten de VS, Japan en de EU na de Amerikaanse presidentsverkiezingen samenkomen op een conferentie met het thema energieonafhankelijkheid. Hoe kunnen we een gemeenschappelijke markt maken voor innovatieve producten die de olie- en gasinvoer verminderen? Hoe kunnen we onafhankelijk worden van landen die ons dwarszitten? Dat kan niet direct, maar als de VS, Japan en Europa aan één zeel trekken, kan dat wel binnen tien jaar. (T) DE AUTEUR IS SCHRIJVER EN COLUMNIST. HIJ WOONT EN WERKT IN DE VERENIGDE STATEN.Derk Jan Eppink