Misschien had u bij het lezen van de titel een ander soort foto verwacht. Maar Lieve en Kathy Theys zijn dan ook ingenieurs en geen pitspoezen. CET-Motoren, dat sinds 1987 elektrische motoren van de Braziliaanse constructeur WEG op de Belgische markt brengt, stevent dit jaar af op een omzetgroei van 12 % in een hyperconcurrentiële markt. Het bedrijf uit Gullegem sleepte eind vorig jaar een bestelling in de wacht bij de Gentse staalreus Sidmar (onderdeel van Arcelor).
...

Misschien had u bij het lezen van de titel een ander soort foto verwacht. Maar Lieve en Kathy Theys zijn dan ook ingenieurs en geen pitspoezen. CET-Motoren, dat sinds 1987 elektrische motoren van de Braziliaanse constructeur WEG op de Belgische markt brengt, stevent dit jaar af op een omzetgroei van 12 % in een hyperconcurrentiële markt. Het bedrijf uit Gullegem sleepte eind vorig jaar een bestelling in de wacht bij de Gentse staalreus Sidmar (onderdeel van Arcelor). Tegenspelers van CET zijn onder meer ABB, Siemens en Leroy Somer. Die grote jongens zien de WEG-motoren sinds kort als een ernstige concurrent. "De voorbije jaren hebben er af en toe heftige prijzenslagen gewoed," zegt Lieve Theys, gedelegeerd bestuurder van CET. "De anderen beschouwen ons niet langer als die plaatselijke bobineur uit Gullegem." Honderd jaar geleden klopte die beschrijving nog wel. Ergens tussen 1890 en 1900 startten de zes zonen van Armand en Leonie Theys een bedrijf op dat gespecialiseerd was in elektrische leidingen en plaatsing van donderschermen in kerken en gemeentehuizen. Met vier dochters zag vader Frans Theys, die in 1956 in de zaak was gestapt, de opvolging van het familiebedrijf in gevaar komen. Toen de meisjes hun secundaire school afwerkten, overwoog hij de zaak te verkopen. Dat was echter buiten Lieve en Kathy gerekend. De zussen hadden hun zinnen gezet op een technische opleiding. Kathy studeerde voor industrieel ingenieur aan de Groep-T, en Lieve werd burgerlijk ingenieur aan de KU Leuven. Die keuze lag ook in het post-emancipatietijdperk niet voor de hand. "We waren allebei de enige meisjes in de afdeling sterkstroom," zegt Kathy. "Voor ons was daar niets vreemds aan, want wij waren van kindsbeen af gewoon om met elektrische motoren te werken. Op vrije momenten mochten we in het atelier meehelpen in de wikkelafdeling." In 1995 werd het bedrijf overgedragen aan de zussen. "Op papier," nuanceert Lieve Theys. "Want mijn vader had tot voor een paar jaar de dagelijkse leiding. Nu komt hij nog twee halve dagen per week." De reactie van de klanten op de nieuwe, vrouwelijke leiding was positief. "We zijn allebei als bediende begonnen, zodat we ons hebben kunnen inwerken," zegt Kathy Theys. "De overgang is dus geruisloos verlopen. Een enkele klant vraagt nog wel eens uitdrukkelijk dat hij een technicus wil spreken als hij hoort dat hij een vrouw aan de lijn heeft. Maar als je dan duidelijk maakt dat je wel degelijk op de hoogte bent, vinden ze dat des te leuker."Intussen was het West-Vlaamse bedrijf de exclusieve distributeur van het Braziliaanse WEG geworden. "Via contacten in Brazilië hebben we ons verzekerd dat WEG een constructeur was waarmee we in zee konden gaan," zegt Lieve Theys. "Het bedrijf was toen al de nummer één in Zuid-Amerika." De Braziliaanse motoren maken het leeuwendeel uit van het aanbod van CET. In de catalogus staan standaard elektrische motoren (0,12kW tot 355kW), tweesnelheidsmotoren, trommelmotoren, remmotoren, zaagmotoren, explosievrije motoren en hoogrendementsmotoren. Die producten worden zowel aan eindgebruikers geleverd als aan machineconstructeurs of installateurs. "De motoren worden ingezet in de productie voor de aandrijving van transportbanden, mixers, compressoren, ventilatiesystemen... Kortom, alles wat moet draaien," zegt Kathy Theys. Het bedrijf uit Gullegem groeit. "Gemiddeld 6 % à 7 %," zegt Lieve Theys. Maar het optimisme gaat gepaard met voorzichtigheid. "Dankzij onze geografische uitbreiding hebben we de conjunctuurdip goed kunnen doorstaan. Met onze markt zit het ook goed. Iedereen heeft elektrische motoren nodig. De enige vraag die ons bezighoudt, is hoe lang de industrie nog in België blijft." Wouter De Broeck Wouter De Broeck