Vrouwen kloppen al decen-nialang aan de deur van de bestuurskamers, meestal tevergeefs. Er is echter een behoorlijke kans dat binnenkort toch meer vrouwen binnengelaten worden. Het is hoog tijd. Het aandeel vrouwen in het lager en middenmanagement neemt al enige tijd snel toe, maar aan de top blijft hun aantal schromelijk ondermaats.
...

Vrouwen kloppen al decen-nialang aan de deur van de bestuurskamers, meestal tevergeefs. Er is echter een behoorlijke kans dat binnenkort toch meer vrouwen binnengelaten worden. Het is hoog tijd. Het aandeel vrouwen in het lager en middenmanagement neemt al enige tijd snel toe, maar aan de top blijft hun aantal schromelijk ondermaats. In grote beursgenoteerde ondernemingen in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië is slechts 16 procent van de bestuursleden een vrouw. In Zuid-Europa is dat aandeel zelfs te verwaarlozen. Alleen in de Noordse landen zit een aanvaardbaar aantal vrouwen in de raden van bestuur. Maar nu wordt de druk om die aantallen op te krikken overal aanzienlijk opgevoerd en dat komt in 2012 nog het meest tot uiting in Europa. In de lente van 2011 bracht Europees commissaris voor Justitie Viviane Reding ondernemingsleiders uit tien Europese landen bij elkaar om hun op het hart te drukken dat ze meer vrouwen toegang moeten geven tot topjobs. Doen ze dat niet, zei ze, "dan kom ik over een jaar op de kwestie terug. Als zelfregulering niet lukt, ben ik bereid actie te ondernemen op EU-niveau". Het zou dan kunnen gaan over de invoering van verplichte quota. Sommige EU-lidstaten zijn in dat verband al een eind weegs gegaan. In België moet tegen 2016 een derde van de raad van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen en overheidsinstellingen bij wet uit vrouwen bestaan. Frankrijk heeft wetgeving die vereist dat alle ondernemingen het aantal vrouwelijke directieleden tegen het einde van het decennium moeten optrekken tot 40 procent. In Duitsland wordt gediscussieerd over verplichte quota in de raden van bestuur. Noorwegen, dat niet tot de EU behoort, vaardigde tien jaar geleden al uit dat 40 procent van de raden van bestuur uit vrouwen moet bestaan. In 2009 werd dat niveau bereikt, maar sindsdien is het iets teruggevallen. Er is echter een wijdverbreide afkeer van quota. Sommige landen slaan dan ook een andere richting in. In de VS moeten de benoemingcomités van de raden van bestuur tegenwoordig uitleg geven over hun selectiecriteria. In Groot-Brittannië riep begin 2011 een door de regering besteld rapport over vrouwen in raden van bestuur op tot meer transparantie bij de benoeming van hogere kader- en directieleden en tot gedetailleerdere informatie over het aandeel van de vrouwen in de verschillende geledingen van de organisatie. De vooruitgang wordt sindsdien opgevolgd. Een aantal landen heeft regels ingevoerd die bedrijven verplichten meer vrouwen te benoemen of uit te leggen waarom ze dat niet doen. De impliciete dreiging is dat als vrijwillige regels geen resultaat opleveren, hardere maatregelen kunnen volgen. Vanwaar die plotse ijver? Heel wat regeringen beseffen dat hun economieën al het talent nodig hebben dat ze kunnen krijgen. In de voorbije paar decennia was in Europa en elders de instroom van vrouwen aan de universiteiten enorm. In de meeste landen vormen ze nu de meerderheid van de afgestudeerden. Die hooggekwalificeerde vrouwen vormen een onderbenut potentieel. Studie na studie heeft aangetoond dat ondernemingen met veel vrouwen op hogere posities succesvoller zijn. Een raad van bestuur die alleen uit mannen bestaat zal er in 2012 steeds meer achterhaald uitzien. De auteur is redactrice speciale rapporten van The Economist. BARBARA BECKAls vrijwillige regels geen resultaat opleveren, kunnen hardere maat-regelen volgen.