"Toen er van corona nog geen sprake was, zaten er zowat 16.000 kandidaat-vrijwilligers in onze database. Vandaag zijn dat er ruim 55.000", vertelt Bart Wolput. Hij is de oprichter en de algemeen directeur van Give a Day, een platform dat vrijwilligers in contact brengt met organisaties die op zoek zijn naar mensen die onbetaald een handje willen toesteken. Het platform ontstond in 2017 en focust nu met Impactdays op vrijwilligerswerk op maat van de coronacrisis. Het platform is opgezet als een coöperatieve met een sociaal oogmerk. Het probeert vrijwilligers online te koppelen aan gemeenten of organisaties die op zoek zijn naar extra werkkracht.
...

"Toen er van corona nog geen sprake was, zaten er zowat 16.000 kandidaat-vrijwilligers in onze database. Vandaag zijn dat er ruim 55.000", vertelt Bart Wolput. Hij is de oprichter en de algemeen directeur van Give a Day, een platform dat vrijwilligers in contact brengt met organisaties die op zoek zijn naar mensen die onbetaald een handje willen toesteken. Het platform ontstond in 2017 en focust nu met Impactdays op vrijwilligerswerk op maat van de coronacrisis. Het platform is opgezet als een coöperatieve met een sociaal oogmerk. Het probeert vrijwilligers online te koppelen aan gemeenten of organisaties die op zoek zijn naar extra werkkracht. In principe kan iedereen ouder dan 16 jaar zich opgeven als vrijwilliger. Uitkeringsgerechtigden - ongeacht of ze een leefloon, een werkloosheids- of een ziekte-uitkering krijgen - hebben daar speciale toestemming voor nodig. De modaliteiten voor het vrijwilligerswerk worden geregeld door de vrijwilligerswet van 2005, die onlangs een update kreeg. Organisaties die een beroep willen doen op vrijwilligers, moeten voldoen aan twee basisvoorwaarden: het werk moet vanuit België worden georganiseerd en enkel niet-commerciële organisaties kunnen terugvallen op de diensten van vrijwilligers. Het kan gaan om vzw's, publieke rechtspersonen en lokale besturen, gaand van een sportclub of een museum over een jeugdbeweging tot een gemeentebestuur. Ook feitelijke verenigingen kunnen samenwerken met vrijwilligers. Daar zijn de krijtlijnen iets minder duidelijk. "Het probleem is dat je feitelijke verenigingen hebt in alle maten en kleuren", verduidelijkt Eva Hambach, de directeur van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk. "Als je een feitelijke vereniging opricht om een groot evenement te organiseren, is de kans groot dat je wel een winstoogmerk hebt. Wil je als feitelijke vereniging onder de vrijwilligerswet vallen, dan moet je in theorie minstens twee organisatoren aanstellen. Het idee is dat het dan, als oprichter van een feitelijke vereniging, lastiger wordt iets te organiseren met een bende vrijwilligers en vervolgens de winst in eigen zak te stoppen. In praktijk blijft de controle bijzonder moeilijk - ook met twee organisatoren - omdat een feitelijke vereniging even snel opgericht als opgeheven kan worden."Het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk biedt sinds 2018 een gratis verzekering aan voor vrijwilligersorganisaties. Daarbij zijn die twee contactpersonen, in het geval van een feitelijke vereniging, wel een essentiële voorwaarde. "Het probleem is dat mensen die af en toe de handen uit de mouwen steken, vaak zelf niet beseffen dat ze onder het vrijwilligersstatuut vallen", zegt Eva Hambach. "In het geval van een lokaal bestuur zijn de vrijwilligers doorgaans goed geïnformeerd én verzekerd. Voor pakweg een oudercomité ligt dat vaak al een stuk lastiger: dat is bijna altijd verbonden aan een school, en dus ligt de verzekeringsplicht bij de school. Alleen blijken heel veel van die oudercomités in de praktijk het statuut van een feitelijke vereniging te hebben, waardoor ze niet verplicht zijn een verzekering af te sluiten voor hun vrijwilligers. Als ook de school dat nalaat, kunnen er problemen optreden." De verzekeringsverplichting geldt uitsluitend voor vzw's en lokale besturen, en ze ligt altijd bij de organisatie. "Het kan niet dat die plicht wordt afgewenteld op de vrijwilligers", onderstreept Hambach. Ook Bart Wolput ziet daar een pijnpunt en hij verwijst naar de situatie in Nederland. "Daar voorzien de gemeentebesturen in een soort algemene verzekering voor zowel particulieren als vrijwilligersorganisaties, en ben je dus altijd verzekerd zodra je als vrijwilliger aan de slag gaat. Ik stel vast dat heel wat feitelijke verenigingen die verzekering niet afsluiten, waardoor goed bedoelende vrijwilligers weleens een zware rekening gepresenteerd kunnen krijgen als er iets fout gaat. Daarom willen wij binnen ons platform een soort verzekeringsmanager aanstellen, die alle feitelijke verenigingen kan informeren over hun risico's en hun verplichtingen." De verzekeringsplicht in ons land behelst uitsluitend een verzekering voor de burgerlijke aansprakelijkheid. Lichamelijke ongevallen zijn dus niet verplicht verzekerd. "In de gratis dekking die wij onder strikte voorwaarden aanbieden aan vzw's en feitelijke verenigingen, zit wel zo'n ongevallenverzekering", geeft Eva Hambach aan. "Maar ook dan gaat het om een relatief beperkte dekking. Wie als vrijwilliger aan de slag gaat voor een feitelijke vereniging die geen verzekering heeft afgesloten, kan eventueel aanspraak maken op de eigen familiale verzekering." Vrijwilligers ontvangen geen vergoeding voor hun werk. Ze kunnen wel aanspraak maken op een onkostenvergoeding, die maximaal 34,71 per dag en 1388,4 euro per jaar mag bedragen. Die vergoeding is forfaitair, er hoeven geen bewijsstukken te worden aangeleverd. Ze moet wel worden opgenomen in de boekhouding en kan dus niet uit het een of ander zwart potje worden opgediept. Bovendien moeten organisaties die met vrijwilligers werken een lijst bijhouden van alle mensen met wie ze samenwerken én van de bedragen die ze op een welbepaalde dag ontvangen hebben. De fiscus kan die lijsten opvragen. "Toch blijft de controle op de forfaitaire onkostenvergoedingen een pijnpunt", zegt Eva Hambach. "Sommige organisaties lokken vrijwilligers met bijvoorbeeld een vergoeding van 5 euro per uur, wat indruist tegen de geest van de vrijwilligerswet. Of ze misbruiken de forfaitaire vergoeding om sommige vaste vrijwilligers beter te vergoeden dan andere. Dat is jammer, want de vergoeding mag geen motivatie zijn voor dat soort werk. Daarnaast horen we soms verhalen van vrijwilligers die de beloofde terugbetaling van gemaakte kosten helemaal niet ontvangen. Eigenlijk moeten we evolueren naar een systeem waarbij enkel de reëel gemaakte en bewezen onkosten vergoed worden." Voor die reële onkosten bestaat in theorie bijna geen plafond, op voorwaarde uiteraard dat die uitgaven allemaal netjes kunnen worden bewezen. Zo kan een vrijwilliger zich tot maximaal 2000 kilometer per jaar laten vergoeden voor verplaatsingen die hij maakt als onderdeel van het vrijwilligerswerk. Daarvoor kan hij 0,36 euro per kilometer ontvangen, die boven op de forfaitaire onkostenvergoeding komt. Voor vrijwilligers die actief zijn in het niet-dringende, liggende ziekenvervoer, en voor de dag- en nachtoppas van hulpbehoevenden en in de sportclubs bestaat sinds kort een uitzonderingsregeling: zij mogen op jaarbasis maximaal 2549 euro ontvangen. Eva Hambach is daar niet bijzonder gelukkig mee. "We merken dat in een aantal van die sectoren nogal wat vrijwilligers werken die uitkeringsgerechtigd of gepensioneerd zijn en zo hun inkomen wat proberen op te drijven", zegt ze. "Dat gaat voor mij in tegen de geest van het vrijwilligerswerk: de oppas bij hulpbehoevenden is doorgaans niet de meest aangename taak en je kan je afvragen in welke mate vrijwilligers daar worden ingeschakeld om te kunnen besparen op vast personeel." Hambach betwijfelt ook of de online-matchingplatformen die als paddenstoelen uit de grond rijzen een lang leven beschoren zijn. "In Nederland investeren de vrijwilligerscentrales al jaren in zogenoemde bemiddeling, maar het slaagpercentage blijft bijzonder klein. Ik heb het gevoel dat gemotiveerde vrijwilligers in eerste instantie zelf goed moeten weten waar ze aan de slag willen gaan. Ze moeten zich ook goed kunnen voelen bij de waarden en de normen van de organisatie waarvoor ze zich inzetten. Zoiets kan je onmogelijk inschatten op basis van een onlinematching."