In Aalst ontstond in februari 2004 brand in de loods van een carnavalsvereniging door een verhitte alternator in een tractor. De schade werd geraamd op 1 miljoen euro. In 2009 oordeelde de rechtbank van eerste aanleg dat de verzekeringsmaatschappij van de stad Aalst de schade moest vergoeden, omdat de tractor gedekt was door een motorrijtuigenverzekering die het stadsbestuur had afgesloten. De verzekeraar was het daarmee niet eens, omdat de brand uitbrak in een loods, terwijl de tractor enkel was verzekerd op het traject van de carnavalsstoet. Het hof van beroep volgde die redenering en oordeelde dat de carnavalsvereniging aansprakelijk was. Alle leden van die organisatie werden verantwoordelijk gesteld, omdat ze een feitelijke vereniging was.
...

In Aalst ontstond in februari 2004 brand in de loods van een carnavalsvereniging door een verhitte alternator in een tractor. De schade werd geraamd op 1 miljoen euro. In 2009 oordeelde de rechtbank van eerste aanleg dat de verzekeringsmaatschappij van de stad Aalst de schade moest vergoeden, omdat de tractor gedekt was door een motorrijtuigenverzekering die het stadsbestuur had afgesloten. De verzekeraar was het daarmee niet eens, omdat de brand uitbrak in een loods, terwijl de tractor enkel was verzekerd op het traject van de carnavalsstoet. Het hof van beroep volgde die redenering en oordeelde dat de carnavalsvereniging aansprakelijk was. Alle leden van die organisatie werden verantwoordelijk gesteld, omdat ze een feitelijke vereniging was. De wet van 3 juli 2005 bevat een aantal regels over het statuut en de bescherming van vrijwilligers. De wet werd aangepast op 11 augustus 2006, om meer duidelijkheid te scheppen over de toegelaten activiteiten en de aansprakelijkheid van de organisatie en de leden. Elke gestructureerde organisatie, zoals een vzw, is verplicht een burgerlijkeaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten met haar leden, haar bestuurders en de organisatie als verzekerden. Ze beschermt de verzekerden tegen de gevolgen van schade aan derden tijdens de uitvoering van de verzekerde activiteit of tijdens de verzekerde manifestatie. Die dekking geldt ook tijdens vergaderingen, trainingen, repetities of een ledenfeest. Stel dat een vrijwilliger van een ziekenzorgorganisatie gaat wandelen met een rolstoelpatiënt. Als hij onderweg een ongeval heeft, kan hij een beroep doen op de verzekering van de vereniging, behalve bij ernstige of opzettelijke fouten en na herhaalde kleine fouten. Het is belangrijk dat de organisatie aan de verzekeringsmaatschappij een precies overzicht van haar activiteiten bezorgt, en geen statutenlijst, omdat die meestal veel uitgebreider is. Hoewel de beperkteaansprakelijkheidsverzekering voor een feitelijke vereniging niet verplicht is, is ze toch aan te raden, zoals blijkt uit het voorbeeld in Aalst. Een rechtsbijstands- en een lichamelijke-ongevallenverzekering zijn niet verplicht voor een vzw, maar wel aanbevolen. De rechtsbijstandsverzekering beschermt de belangen van de verzekerde in het geval dat hij schade toebrengt aan derden. Stel dat de ziekenzorgvrijwilliger met de rolstoelpatiënt de straat oversteekt en wordt aangereden door een derde. De verzekering eist dan de vergoeding voor de schade op bij de aansprakelijke derde. De lichamelijke-ongevallenverzekering dekt de lichamelijke schade die de verzekerde oploopt. Bij sommige verzekeraars gaat die dekking heel ver, tot zelfs insectenbeten en infecties. Deze waarborgen zijn ook aan te bevelen voor een feitelijke vereniging. Volgens de wet moeten ook alle publiek toegankelijke ruimtes -- zoals een feestzaal, een horecazaak en een theater -- een polis objectieve aansprakelijkheid voor brand en ontploffingen hebben. De verzekeringsplicht ligt bij de uitbater van de inrichting. Als een vereniging een zaal huurt voor een activiteit, moet de exploitant een kopie van het verzekeringsattest vragen, om zich ervan te vergewissen dat mogelijke schade verzekerd is. Als de vzw een gebouw huurt, zal de verhuurder de huurder verplichten een brandpolis af te sluiten voor brandschade aan het gebouw door toedoen van de huurder. De vzw kan daarnaast haar eigen inboedelverzekeren tegen brandschade. De brandverzekering kan nog worden uitgebreid met een diefstalverzekering, al is dat niet mogelijk als de vzw het pand niet permanent bewoont. De IT-infrastructuur en de licht- en klankinstallatie van de vereniging kunnen worden gedekt met een verzekeringspolis alle risico's elektronica. Een burgerlijke aansprakelijkheid voor de wagen -- BA auto -- is een verplichte verzekering in België. Ze is dus ook verplicht voor een vereniging. De bijkomende waarborgen in een BA auto -- zoals rechtsbijstand en omnium -- moeten niet. Als een vrijwilliger met de wagen van de vzw een ongeval heeft, vergoedt de verzekeraar van de vzw de schade. Rijdt de vrijwilliger met zijn eigen wagen in opdracht van de vzw, dan kan hij de schade niet verhalen op de vzw, maar alleen op zijn eigen autoverzekeraar. Voor een daguitstap of een reis kan de vzw een reisverzekering afsluiten. Feitelijke verenigingen die bijvoorbeeld een barbecue of een wijkfeest organiseren, kunnen een tijdelijke polis afsluiten voor die activiteit -- een polis BA tijdelijke activiteit. Ook de dag voor en na de activiteit -- bijvoorbeeld om de tent op te zetten en af te breken -- zijn dan gedekt. Een arbeidsongevallenverzekeringisverplicht voor een vzw die mensen tewerkstelt. Ze dekt alle ongevallen met lichamelijke schade van en naar het werk. De bestuurder van een vzw kan altijd aansprakelijk gesteld worden voor fouten. Hij kan zich daartegen verzekeren door een niet-verplichte polis bestuurdersaansprakelijkheid af te sluiten. Via de provincie kan een vzw een gratis polis vrijwilligerswerk aangaan. Die dekt de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor alle activiteiten die in de ruime betekenis als vrijwilligersactiviteiten kunnen worden beschouwd. Ze bevat ook waarborgen rechtsbijstand en lichamelijke ongevallen voor honderd vrijwilligersdagen per kalenderjaar. Die gratis verzekering heeft als doel de occasionele en tijdelijke initiatieven te dekken die doorgaans buiten de gewone wettelijke verzekeringen vallen. De vrijwilliger kan een persoonlijke familiale verzekering hebben. Die is niet verplicht, maar die dekking kan wel een belangrijke aanvulling zijn op de verplichte burgerlijke-aansprakelijkheidsverzekering van de vzw. Als de vrijwilliger geen familiale verzekering heeft, is hij persoonlijk aansprakelijk voor de gevolgen voor een fout die hij heeft begaan en die niet wordt gedekt door de burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering van de vzw. Elke familiale verzekering in België moet voorzien in een dekking voor de verzekerde als vrijwilliger. BART CHIAU EN JOHAN STEENACKERSElke gestructureerde organisatie, zoals een vzw, is verplicht een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid af te sluiten.