De voorbije weken werd in menig deurwaarder- en advocatenkantoor en in meer dan één notarisstudie een zucht van opluchting geslaakt. Het Europees Parlement keurde eindelijk de dienstenrichtlijn goed en daarin werd vastgelegd dat vrije beroepen zoals notarissen of gerechtsdeurwaarders buiten de bepalingen van de richtlijn blijven. Concreet: deze sectoren zullen nog altijd niet worden onderworpen aan de klassieke concurrentieregels.
...

De voorbije weken werd in menig deurwaarder- en advocatenkantoor en in meer dan één notarisstudie een zucht van opluchting geslaakt. Het Europees Parlement keurde eindelijk de dienstenrichtlijn goed en daarin werd vastgelegd dat vrije beroepen zoals notarissen of gerechtsdeurwaarders buiten de bepalingen van de richtlijn blijven. Concreet: deze sectoren zullen nog altijd niet worden onderworpen aan de klassieke concurrentieregels. Wel lijkt het een pyrrusoverwinning, want de Europese Commissie zet onverdroten haar strijd voort tegen alle beroepen die beschermingsconstructies opzetten, of het nu over de toegang tot de sector gaat of de privileges in de uitoefening van de job. Vooral de notarissen zijn kop van jut. Drijvende kracht daarachter is Europees commissaris voor Concurrentiebeleid Charlie McCreevy. Gaat het hier om een reactie van iemand die vanuit de Angelsaksische wereld niet vertrouwd is met het notariaat? Ik denk het niet. Waar McCreevy tegen strijdt, is een feitelijk oligopolie dat in stand wordt gehouden door een bepaalde dienst uitsluitend door een specifieke groep te laten aanbieden. Een notaris stelt akten op die eigenlijk door elke jurist (soms misschien met wat extra opleiding) eveneens kunnen worden verleden. Wat het vastgoed betreft, zitten we hier vaak met een zuiver commerciële transactie. Een onderzoek van de Nederlandse SEO (Stichting voor Economisch Onderzoek) maakte een paar jaar geleden duidelijk dat het domeinmonopolie waarover het notariaat voor bepaalde diensten beschikt, beter wordt afgeschaft. Tegenstanders riepen moord en brand en waarschuwden voor een daling van de kwaliteit van de dienstverlening. Bij de overdracht van onroerend goed zouden meer fouten gebeuren en de notarisdiensten zouden niet langer overal te lande kunnen worden aangeboden. Dat argument klinkt steeds holler. Een vrijgemaakte markt zal een groter aanbod genereren. Daar zullen zowel goede als slechte dienstverleners tussen zitten. En zoals in elke markt zullen die spelers met de beste prijs-kwaliteitverhouding de overhand halen. Het probleem met het notariaat is ook dat het hier om een halfslachtig beroep gaat. Een notaris vervult eigenlijk de functie van een ambtenaar, maar is tegelijk een ondernemer. Het is voor een deel een belastinginner die tegelijk grote winsten maakt. Dat zorgt bij Jan met de pet voor verwarring. Het doorschuiven van bepaalde opdrachten naar ambtenaren, het openstellen van de notarisdiensten voor andere experts en ze de mogelijkheid geven om zich te specialiseren (in erfeniskwesties bijvoorbeeld) zou voor meer transparantie zorgen en zou ons land op één lijn zetten met de doelstellingen van de Commissie. Het zou ook de keuzevrijheid van de consument verhogen, en daar kan niemand toch een probleem mee hebben. In Nederland werden met de vrijmaking van de notaristarieven al stappen in de goede richting gezet. Maar het corporatisme haalt er nog altijd de overhand. Naast de vrije prijszetting blijft de zogenaamde ministerieplicht bestaan, waardoor de notaris elke dienst aan iedereen moet aanbieden. Terwijl specialisatie de oplossing is. Een groot aantal aanbieders in elke niche kan de consument alleen maar ten goede komen. Alain Mouton