Die laatste opmerking kunnen we slechts toeschrijven aan de wil van beide heren om verbaal in te roeien tegen de neerslachtigheid die vandaag het economische landschap beheerst. Duitse ondernemers bijvoorbeeld hebben zich de voorbije dertig jaar nog nooit zo negatief over hun verwachtingen getoond als vandaag. Mensen als Reynders en Duisenberg moeten opletten dat hun optimistische getoeter niet zó infantiel gaat klinken dat het uiteindelijk het pessimisme nog meer gaat voeden.
...

Die laatste opmerking kunnen we slechts toeschrijven aan de wil van beide heren om verbaal in te roeien tegen de neerslachtigheid die vandaag het economische landschap beheerst. Duitse ondernemers bijvoorbeeld hebben zich de voorbije dertig jaar nog nooit zo negatief over hun verwachtingen getoond als vandaag. Mensen als Reynders en Duisenberg moeten opletten dat hun optimistische getoeter niet zó infantiel gaat klinken dat het uiteindelijk het pessimisme nog meer gaat voeden.Ondanks de uitlatingen van Reynders en Duisenberg heerst er een grote malaise in het macro-economische beleid van het eurogebied. Dat blijkt uit informele contacten met mensen uit de Europese Commissie, de ECB en nationale instanties. De essentie van de zaak kunnen we het best vatten door de Europese situatie te vergelijken met die in Amerika. Daar bestond een zogezegde Greenspan-consensus, naar Alan Greenspan, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve Board ( Fed). De Greenspan-consensus had een budgettair en een monetair luik. Aan de budgettaire kant bestond er vanuit de politiek een impliciet engagement om de begroting minstens in evenwicht te houden. Omdat door deze budgettaire optie elke vorm van inflatoire dreiging vanuit de publieke financiën wegviel, kregen Greenspan en de Fed veel meer ruimte om via het monetaire beleid de vraag te sturen.Euroland moet het zonder zoiets als een Greenspan-consensus stellen. De politieke overheden slagen er niet in om de begrotingen duurzaam in evenwicht te krijgen. Telkens de conjunctuur neerwaarts knikt, duiken de rode cijfers opnieuw op. De drie grootste euro-economieën, Duitsland, Frankrijk en Italië, koersen in de richting van een deficit van 3% van het bruto binnenlands product. Wat er de voorbije jaren aan verbetering in de toestand van de publieke financiën in euroland te noteren viel, was voornamelijk te danken aan belastingverhogingen en rentemeevallers. Structurele maatregelen ter versterking van de aanbodzijde kwamen er onvoldoende.Tegen die achtergrond kunnen we enig begrip opbrengen voor de aarzeling van de ECB om een monetaire versoepeling door te voeren. Toch is het zo dat Duisenberg, gezien de recente inflatoire en conjuncturele ontwikkelingen, een te grote voorzichtigheid in acht neemt. Ondanks de zalvende woorden van Reynders heerst er daarom binnen het politieke milieu wel degelijk ontevredenheid over het ECB-beleid. En de ECB maakt zich, ondanks de uitlatingen van Duisenberg in Gent, erg ongerust over de evolutie van de begroting.Johan Van Overtveldt