1 juli 2011 vormt een mijlpaal in de vaderlandse fiscale geschiedenis. Vanaf dat ogenblik blijft er van het fiscale bankgeheim zo goed als niets meer over. Wat men het 'fiscale bankgeheim' noemt, is vandaag ook al beperkt. Tot nu toe kan de belastingcontroleur zich niet rechtstreeks tot de bank wenden om informatie in te winnen met het oog op het belasten van cliënten van de bank. Maar dit verbod geldt enkel in de fase van het 'vestigen' van de belasting. Het bestaat niet zodra het erop aankomt de gevestigde belasting 'in te vorderen'. Ook in de fase van het 'bezwaar' valt de drempel van het fiscale bankgeheim weg.
...

1 juli 2011 vormt een mijlpaal in de vaderlandse fiscale geschiedenis. Vanaf dat ogenblik blijft er van het fiscale bankgeheim zo goed als niets meer over. Wat men het 'fiscale bankgeheim' noemt, is vandaag ook al beperkt. Tot nu toe kan de belastingcontroleur zich niet rechtstreeks tot de bank wenden om informatie in te winnen met het oog op het belasten van cliënten van de bank. Maar dit verbod geldt enkel in de fase van het 'vestigen' van de belasting. Het bestaat niet zodra het erop aankomt de gevestigde belasting 'in te vorderen'. Ook in de fase van het 'bezwaar' valt de drempel van het fiscale bankgeheim weg. Het verbod is bovendien relatief. De belastingadministratie kan het bankgeheim ook al in de fase van het vestigen van de belasting doorbreken. Maar dan moeten er wel vermoedens bestaan dat er mechanismen van belastingontduiking in het spel zijn. Daarenboven is vereist dat een speciale procedure gevolgd wordt. Dat verklaart waarom de fiscus slechts mondjesmaat van deze mogelijkheid gebruikmaakt. Met ingang van 1 juli 2011 beschikt de belastingadministratie over een nieuwe invalshoek om banken en financiële instellingen aan te spreken. De mogelijkheid om het bankgeheim te doorbreken, zodra er vermoedens van bijzondere mechanismen van belastingontduiking opduiken, blijft bestaan. Daarnaast zal het bankgeheim ook doorbroken kunnen worden, als er eenvoudige aanwijzingen van belastingontduiking zijn. Tijdens de parlementaire voorbereiding werden verschillende voorbeelden gegeven van wat onder zulke aanwijzingen moet worden verstaan. Blijkbaar gaat de fiscus ervan uit dat ook een 'indiciaire afrekening' zo'n aanwijzing kan opleveren. Bij een indiciaire afrekening vertrekt de belastingcontroleur niet van de inkomsten, maar wel van de uitgaven die de belastingplichtige heeft gedaan. Hij stelt bijvoorbeeld vast dat de belastingplichtige een huis heeft gekocht, of een dure auto, of een dure reis heeft gemaakt. Tegenover die uitgaven plaatst hij dan de aangegeven inkomsten. Als de uitgaven hoger zijn, is er sprake van een indiciair tekort. Het zal dan aan de belastingplichtige zijn om aan te tonen dat hij het verschil gefinancierd heeft, bijvoorbeeld met onbelastbare inkomsten of met spaartegoeden. Als hij dat niet kan aantonen, zal het verschil aan het belastbare inkomen worden toegevoegd. De parlementaire voorbereiding laat verstaan dat een belangrijk indiciair tekort ook een aanwijzing van belastingontduiking is, die voortaan het doorbreken van het fiscale bankgeheim mogelijk zal maken. Maar ook in de nieuwe regeling zal de belastingcontroleur zich niet zonder meer tot de bank kunnen wenden. Hij zal eerst de belastingplichtige moeten aanspreken. Pas als die niet of onvoldoende meewerkt, zal hij de bank kunnen vragen bepaalde informatie te verstrekken. Maar hij moet natuurlijk wel eerst weten bij welke bank hij moet aankloppen. Vandaar dat in een centraal aanspreekpunt wordt voorzien. Dat zal geïnstalleerd worden bij de Nationale Bank. Alle banken en financiële instellingen zullen aan dit centrale aanspreekpunt de identiteit van hun cliënten moeten meedelen, en ook de nummers van hun rekeningen en contracten. Dat die contracten ook slaan op bepaalde leasingcontracten, is inmiddels een uitgemaakte zaak. Maar wat met levensverzekeringscontracten? Van sommige van die overeenkomsten wordt in de praktijk gezegd dat zij eerder de aard hebben van een spaar- of beleggingsproduct. Denk aan verzekeringen van de zogenaamde takken 21, 23 en 26. Moeten zij ook aan het centraal aanspreekpunt worden gemeld? Daarover bestaat nogal wat onduidelijkheid. Er zijn signalen dat minstens ook in die richting werd of wordt gedacht. Daarover ondervraagd, heeft staatssecretaris Bernard Clerfayt, in naam van minister Didier Reynders, nu laten weten dat het voorlopig niet de bedoeling is verzekeringsovereenkomsten in het centraal register op te nemen. Maar het signaal moge duidelijk zijn: de tijd dat verzekeringsproducten de dans ontspringen, is weldra voorbij. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.JAN VAN DYCKEen belangrijk indiciair tekort kan ook een aanwijzing van belastingontduiking zijn.