België heeft de voorbije jaren veel te weinig geld gestoken in gezondheidspreventie, stelt gezondheidseconoom David Crainich van de onafhankelijke denktank Itinera. Zo heeft de Oeso berekend dat de overheid in ons land in 2003 minder dan 29 euro per inwoner spendeerde aan preventie, tegenover bijvoorbeeld 51 euro in Frankrijk, 57 euro in Nederland en 68 euro in Duitsland. En dat terwijl een recente studie van de professoren Guy De Backer (UGent) en Jan Peers (K.U. Leuven) aantoont dat de overheid sterk gebaat is bij extra preventie...

België heeft de voorbije jaren veel te weinig geld gestoken in gezondheidspreventie, stelt gezondheidseconoom David Crainich van de onafhankelijke denktank Itinera. Zo heeft de Oeso berekend dat de overheid in ons land in 2003 minder dan 29 euro per inwoner spendeerde aan preventie, tegenover bijvoorbeeld 51 euro in Frankrijk, 57 euro in Nederland en 68 euro in Duitsland. En dat terwijl een recente studie van de professoren Guy De Backer (UGent) en Jan Peers (K.U. Leuven) aantoont dat de overheid sterk gebaat is bij extra preventie om het aantal hartinfarcten en beroertes terug te dringen. Volgens De Backer en Peers volstaat een beperkte inspanning om het aantal hogerisicopatiënten met 5 % te doen dalen, wat binnen tien jaar al een jaarlijkse kostendaling van 100 miljoen euro zou opleveren. Maar ook elders wordt al fors bespaard via preventie. Zo kan bijvoorbeeld het belang van mammografieën als preventiemaatregel voor borstkanker onmogelijk worden overschat. Bovendien zorgt betere preventie voor minder absenteïsme in bedrijven, wat de productiviteit en economische groei een handje toesteekt. En ondanks de duidelijke voordelen gaat toch maar een schijntje van de totale kosten voor gezondheidszorg naar preventiecampagnes, zo hebben de twee professoren berekend. Waar wringt het schoentje? Preventie is grotendeels materie voor de gemeenschappen, terwijl de terugbetaling in federale handen is. Die versnippering van bevoegdheden staat een coherent gezondheidsbeleid in de weg. In de huidige situatie betalen vooral de gemeenschappen voor de inspanningen, terwijl de federale overheid later profiteert van de besparingen. Met andere woorden: waarom zou Vlaanderen of Wallonië massaal investeren in preventiemaatregelen, terwijl de federale overheidskas daar later de vruchten van plukt? Daarom heeft Crainich volgens Itinera gelijk om aan te dringen op het bundelen van de bevoegdheden voor gezondheid bij hetzij de federale staat, hetzij de respectieve gemeenschappen. De neuzen staan jammer genoeg totaal niet in dezelfde richting. Zo zijn de meeste Vlaamse artsen al gewonnen voor een regionalisering van de gezondheidszorg, maar zijn op federaal vlak de politieke meningen hopeloos verdeeld. Maar als de regeringsonderhandelaars op Hertoginnedal de komende generaties een forse besparingspost willen aanreiken, weten ze wat ze moeten doen: zorgen dat de preventie-inspanningen zo geolied mogelijk verlopen. En dan lijkt de meest logische keuze die voor de gemeenschappen. Hoe dichter het beleidsniveau bij de bevolking aanleunt, hoe beter de opvolging kan lopen en hoe groter de impact van de campagnes zal zijn. Wie denkt het meest op lange termijn? Bert Lauwers