HET OOGDE mooi toen China in 2001 toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Door het aanvaarden van de regels voor de wereldwijde handel, zou het communistische land zich integreren in de westerse markteconomie, was de hoop.
...

HET OOGDE mooi toen China in 2001 toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Door het aanvaarden van de regels voor de wereldwijde handel, zou het communistische land zich integreren in de westerse markteconomie, was de hoop. Die hoop leek werkelijkheid te worden, maar ondanks de schijn doet China al jaren gewoon zijn zin. Chinese bedrijven krijgen goedkope kredieten en andere staatssteun om de wereldmarkt te veroveren, terwijl grote delen van zijn economie verboden terrein blijven voor westerse investeerders. De westerse landen durven zich niet veel te roeren, uit angst een markt van 1,4 miljard mensen te verliezen. Want ondanks de beperkingen verdienen veel westerse bedrijven goed geld in China. En opeens is daar Donald Trump, die China openlijk durft te zeggen waar het op staat en de daad bij het woord voegt. Helaas doet de Amerikaanse president dat op zijn typische, losgeslagen manier. Een handelsoorlog is goed voor spectaculaire quotes op tv en Twitter, maar lost de grond van de zaak niet op. Het opblazen van het spel zal China niet doen bijdraaien, maar iedereen doen verliezen. Bij vrijhandel gebeurt net het omgekeerde. De gezamenlijke welvaart neemt toe. Specialisatie en ruil maken dat landen een levensstandaard bereiken die ze op hun eentje niet kunnen halen. Wat Trump moet doen, is geen handelsoorlog beginnen, maar de andere westerse landen rond zich verzamelen, en samen China voor zijn verantwoordelijkheid plaatsen. Sinds zijn WTO-lidmaatschap mochten we van China verwachten dat het zich als een faire partner gedraagt. Het is tijd dat China zich écht inschakelt in de wereldeconomie. Maar om het land zover te krijgen, moet het Westen eerst zijn eigen verdeeldheid overwinnen. Daartoe heeft het een ware leider nodig, maar dat is van Trump allicht iets te veel gevraagd.