Tien jaar geleden viel de Berlijnse muur, eindigde de koude oorlog en verloor het oosten zijn geloof in de werking van de planeconomie. Twintig jaar geleden sloeg de tweede oliecrisis toe, brak de economische pleuris uit en verloor het westen zijn geloof in de maakbaarheid van de samenleving. In het begin van de jaren negentig was de wereld klaar voor de tucht van de markt en de zegening van de onzichtbare hand. Maar onderhuids is altijd de angst voor de markt gebleven. Het debacle van de WTO-onderhandeling in Seattle maakt duidelijk dat de wereld nog altijd bang is voor de grote boze markt.
...

Tien jaar geleden viel de Berlijnse muur, eindigde de koude oorlog en verloor het oosten zijn geloof in de werking van de planeconomie. Twintig jaar geleden sloeg de tweede oliecrisis toe, brak de economische pleuris uit en verloor het westen zijn geloof in de maakbaarheid van de samenleving. In het begin van de jaren negentig was de wereld klaar voor de tucht van de markt en de zegening van de onzichtbare hand. Maar onderhuids is altijd de angst voor de markt gebleven. Het debacle van de WTO-onderhandeling in Seattle maakt duidelijk dat de wereld nog altijd bang is voor de grote boze markt.In de jaren tachtig vereenvoudigde Ronald Reagan de belastingen en prikkelde de burger tot produceren en investeren. Margaret Thatcher verkocht de staatsbedrijven, stopte de staatssteun aan onrendabele mijnen en gaf de economische teugels terug aan de ondernemende klasse. Het proletariaat werd aandeelhouder. Het Europese continent spartelde eerst tegen, maar ging uiteindelijk toch voor de bijl. Zij het dat de liefde voor de markt in het ene land sterker is dan in het ander. Maar overal werden deregulering, privatisering en mededinging nette woorden die elke fatsoenlijk politicus in de mond nemen kon. De markt kwam in een stroomversnelling terecht. Over de hele wereld werden de kapitaalstromen geliberaliseerd, werden vrijhandelszones gecreëerd ( Nafta) en uitgebreid ( EU), werd de Uruguay-ronde afgerond en werd de Gatt vervangen door de WTO. De jaren negentig eindigen in een niet te stuiten groei van werk en welvaart. Toch mort het volk in binnen- en buitenland over de zegeningen van de markt. Twijfel op de markt.In Nederland is marktwerking duidelijk op zijn retour. Er is altijd tegenstand gebleven, ook tijdens de hoogtijdagen van de markt. De Kerk vindt de markt ondeugdzaam wegens het vulgaire winstbejag. Voor milieugroeperingen en groene partijen is de nietsontziende markt een pest voor het milieu. Socialisten vinden de markt hartvochtig en de grote inkomensongelijkheid een vloek. De tegenstand wordt steeds groter. In korte tijd is Nederland ten opzichte van marktwerking opgeschoven van 'ja, mits' naar 'nee, tenzij'. In korte tijd is men overgestapt van een enthousiaste positieve instelling 'natuurlijk moet er meer marktwerking komen, mits er geen grove negatieve effecten zijn', naar een argwanend negatieve houding 'in principe niet, tenzij men kan aantonen dat het echt nuttig is'. Tussen 'ja, mits' en 'nee, tenzij' ligt een wereld van verschil. Nederland is echt niet het enige land dat aarzelt.De liberalisering van de kapitaalmarkten kreeg een enorme knauw in de Aziatische crisis vorig jaar. Globalisering, marktwerking op wereldniveau, is voor velen het gezicht van het kwaad geworden. Kijk maar naar Seattle. Het protest in de jaren zestig en zeventig tegen atoombewapening en kernraketten ruimt plaats voor straatgevechten over globalisering. De voorstanders van marktwerking hebben een slag verloren. Dat is hun eigen schuld. Ze hebben de wereld niet kunnen overtuigen.In kleine pakjes.Toegegeven, dat is moeilijk. De zegeningen van de markt zijn groot. Marktwerking leidt tot lagere prijzen, betere kwaliteit, meer technologische vernieuwingen en hogere welvaart. Maar deze baten komen in kleine pakjes. De verliezen daarentegen zijn direct en schrijnend. De markt straft onmiddellijk met ontslagen, sluiting van bedrijven en faillissementen. Het argument voor marktwerking gaat over heel veel kleine baten voor miljoenen versus grote verliezen voor enkelen. Dat is een moeilijke afweging. Maar duidelijk is wel dat we in de loop van de tijd beter zijn geworden van meer vrijhandel.Een ongerept geloof in een ongeremde markt is ook niet terecht. Zonder regels zal de markt inderdaad het milieu vernietigen, de inkomensverschillen vergroten en altijd tenderen naar monopolistisch machtsmisbruik. Daarom moet de overheid voor spelregels zorgen. De angst voor de grote boze markt kan alleen maar worden weggenomen door realistisch te zijn en marktwerking aan te prijzen waar het kan en te beperken waar het moet. Niets gaat vanzelf in de grote boze wereld.