Ongeveer een jaar lang hebben de drie rechters van de achtste kamer van het hof van beroep in Antwerpen zich gebogen over het dossier rond de teloorgegane videoketen Superclub en de Kempense Steenkoolmijnen. Tijdens de debatten was er bij sommigen twijfel gerezen of de drie magistraten de zaak wel voldoende zouden kunnen doorgronden. Bij het voorlezen van het arrest, eind juni, bleek echter al snel dat die vrees onterecht was. Vlijmscherp analyseerden de rechters het dossier, de verschillende documenten, verklaringen en beweringen van hun advocaten. ...

Ongeveer een jaar lang hebben de drie rechters van de achtste kamer van het hof van beroep in Antwerpen zich gebogen over het dossier rond de teloorgegane videoketen Superclub en de Kempense Steenkoolmijnen. Tijdens de debatten was er bij sommigen twijfel gerezen of de drie magistraten de zaak wel voldoende zouden kunnen doorgronden. Bij het voorlezen van het arrest, eind juni, bleek echter al snel dat die vrees onterecht was. Vlijmscherp analyseerden de rechters het dossier, de verschillende documenten, verklaringen en beweringen van hun advocaten. Ook de revisoren in het arrest konden niet onbesproken blijven. Zo werd revisor Roland Paemeleire door de verdediging aangevallen wegens zijn zogenaamde vooringenomenheid, incompetentie en vermeende tegenspraken in zijn verschillende verslagen. Argumenten die door het hof van tafel werden geveegd. Ook de revisoren Jos Van der Steen en Paul De Weerdt, die in maart 1991 op vraag van de toenmalige Antwerpse substituut Flor De Mond een analyse van Superclub maakten, werden in bescherming genomen door de drie magistraten. Wie het wel te verduren kregen, waren de revisoren Ghislenus Bats, docent aan de economische hogeschool Ehsal, en Kurt Coninx, die door De Prins ter hulp waren geroepen om zijn stelling te bewijzen dat er niets mis was met de jaarcijfers van Superclub. Het ging vooral om een ingewikkelde carrousel rond aandelen en opties, waardoor Superclub het boekjaar 1989 kon afsluiten met een winst van 28,68 miljoen euro in plaats van een verlies van 13,88 miljoen euro. Voor Bats en Coninx was er niets aan de hand en werd alles wettelijk geboekt. Ondervraagd door de voorzitter moesten beiden voor de rechtbank echter erkennen dat hun stelling was gebaseerd op een heel beperkt aantal documenten die De Prins had verstrekt. De visie van Bats en Coninx werd dan ook als waardeloos bestempeld. We moeten ons de vraag stellen of revisoren zich voor hun stellingen kunnen baseren op een setje zorgvuldig uitgekozen documenten, goed wetend dat ze met een studie van het volledige dossier die stelling niet kunnen handhaven. De geloofwaardigheid van de revisoren staat hier opnieuw ter discussie.Wie ook de dans niet ontsprong, was Jaap van Weezendonk, toen topman van Philips en bestuurder van Superclub en de man die in april 1991 het roer bij Superclub overnam van De Prins. Zijn kleine voorwaardelijke celstraf van drie maanden in eerste aanleg werd door het hof omgezet in een boete van 10.000 euro. Van Wezendonks handtekening stond op een prospectus van Superclub die achteraf vals bleek. Het hof acht niet bewezen dat hij op de hoogte was van het bedrog, maar gezien zijn capaciteiten en functies bij Philips en Superclub had hij dat moeten weten. Dit is slechts nieuws voor sommige bestuurders bij onder meer Lernout & Hauspie, die ook onwetendheid inroepen. Hun functie en capaciteiten dreigen hen mee te sleuren, samen met de hoofdrolspelers in die dossiers. Willy Van Damme [{ssquf}]