Momenteel is de vrijstelling van de werkgeversbijdrage in de kosten van het woon-werkverkeer voorbehouden aan werknemers die hun werkelijke beroepskosten niet bewijzen en genoegen nemen met de aftrek van het algemeen wettelijk kostenforfait. De mate van vrijstelling hangt vervolgens af van de vervoerswijze. Voor kosten met het openbaar vervoer is de bijdrage volledig vrijgesteld. Voor gemeenschappelijk door de werkgever of een groep werkgevers georganiseerd vervoer is de werkgeversbijdrage vrijgesteld voor een bedrag dat overeenstemt met de kostprijs van een treinabonnement eerste klas voor dezelfde afstand. Voor andere vervoerswijzen (zoals met de eigen wagen of te voet) geldt een algemene vrijstelling van (geïndexeerd) 150 euro. De verschillende vrijstellingen kunnen ook gecombineerd worden.
...

Momenteel is de vrijstelling van de werkgeversbijdrage in de kosten van het woon-werkverkeer voorbehouden aan werknemers die hun werkelijke beroepskosten niet bewijzen en genoegen nemen met de aftrek van het algemeen wettelijk kostenforfait. De mate van vrijstelling hangt vervolgens af van de vervoerswijze. Voor kosten met het openbaar vervoer is de bijdrage volledig vrijgesteld. Voor gemeenschappelijk door de werkgever of een groep werkgevers georganiseerd vervoer is de werkgeversbijdrage vrijgesteld voor een bedrag dat overeenstemt met de kostprijs van een treinabonnement eerste klas voor dezelfde afstand. Voor andere vervoerswijzen (zoals met de eigen wagen of te voet) geldt een algemene vrijstelling van (geïndexeerd) 150 euro. De verschillende vrijstellingen kunnen ook gecombineerd worden.Carpooling. De terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen moet ook (op zijn minst gedeeltelijk) als gemeenschappelijk door de werkgever georganiseerd vervoer opgevat kunnen worden. Dat gebeurt dan in de mate dat de wagen ingeschakeld wordt in een door de werkgever georganiseerd stelsel van carpooling. Daarvoor moet de chauffeur ten minste één andere werknemer laten meerijden. De werkgever moet ook de regels vastleggen en toezicht houden op de uitvoering. Dat alles moet ook nog beklonken worden in een overeenkomst tussen de werkgever en de betrokken werknemers. Voor gemeenschappelijk door de werkgever georganiseerd vervoer is de vrijstelling van de werkgeversbijdrage in beginsel beperkt tot de kostprijs van een treinabonnement eerste klas voor dezelfde afstand. Toch aanvaardt de fiscus dat het voordeel dat voor de chauffeur voortvloeit uit een bedrijfswagen, voor de carpool-kilometers die aan de voorwaarden voldoen, volledig van belasting wordt vrijgesteld. Dat blijkt uit een circulaire die de administratie onlangs heeft verspreid.Voorbeeld. Stel dat Jan een bedrijfswagen ter beschikking krijgt die hij onder meer mag gebruiken voor het woon-werkverkeer. Zijn werkgever verplicht hem dagelijks een collega op te halen. Alles wordt keurig op papier gezet. Na het bestuderen van de landkaarten blijkt collega An het pad van Jan ongeveer te kruisen. Jan woont op 50 kilometer van het bedrijf, An op 30. Om bij An te geraken, moet Jan wel vijf kilometer omrijden. In totaal rijdt hij dus 55 kilometer enkele rit. Vijf daarvan zijn een omweg. Twintig kilometer zou Jan hoe dan ook alleen rijden. Daarnaast zijn er 30 carpool-kilometers. Jan besluit geen werkelijke beroepskosten te bewijzen. Hij heeft dus recht op de vrijstelling van de werkgeversbijdrage in de kosten van het woon-werkverkeer. In zijn geval bestaat die bijdrage in de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen. De vrijstelling zal bijgevolg slaan op de voordelen van alle aard die hem in beginsel wegens die terbeschikkingstelling aangerekend worden. Het fiscaal lot van Jans bedrijfswagen ziet er nu als volgt uit, althans voor de kilometers van het woon-werkverkeer: de vijf kilometer omweg worden opgevat als een dienstverplaatsing voor rekening van de werkgever. Daarvoor moet geen voordeel van alle aard in rekening worden gebracht. Voor die kilometers is er dan ook niets dat moet worden vrijgesteld. Resten nog 50 kilometer. Daarvoor moet in beginsel wel een voordeel van alle aard in rekening worden gebracht. Stel dat het gaat om een wagen van 10 pk. Het voordeel daarvoor bedraagt momenteel 0,2814 euro per kilometer. Voor de twintig kilometer die Jan hoe dan ook alleen rijdt, bedraagt het voordeel bijgevolg (20 x 0,2814) per enkele rit. Voor dat onderdeel van het traject zal Jan de hoger vermelde algemene vrijstelling kunnen genieten van (geïndexeerd) 150 euro per jaar. Dertig kilometer vertoeft Jan in het gezelschap van An. Voor dat traject wordt in beginsel ook een voordeel van alle aard aangerekend (tegen in het voorbeeld 0,2814 euro per kilometer). Dat voordeel wordt nu wettelijk vrijgesteld voor het bedrag dat overeenstemt met de prijs van een treinabonnement eerste klas. Dankzij de gulheid van de fiscus moet die wettelijke beperking hier niet worden toegepast en blijft heel het voordeel (dat met de carpool-kilometers verband houdt) belastingvrij. Ziek. De administratieve circulaire vertelt niet wat er gebeurt als Jan morgen ziek wordt of vakantie neemt. De circulaire eist niet dat Jan er dan voor moet zorgen dat An de bedrijfswagen op de een of andere manier zelf moet kunnen gebruiken. An zal zichzelf uit de nood moeten helpen. En wat als An Jan morgen de bons geeft en Jan niet onmiddellijk een nieuwe kandidaat-passagier vindt? Jan zal dan zijn traject alleen moeten afleggen. Vraag is of het vrijgestelde voordeel (van de carpool-kilometers) dan van de ene op de andere dag belastbaar wordt. Gevreesd mag worden van wel. Maar hoe de belastingcontroleur dat allemaal moet controleren, moet eens dringend aan de minister van Financiën worden gevraagd.Jan Van Dyck [{ssquf}]De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.De omweg om (verplicht) een carpool-collega op te pikken, wordt opgevat als een dienstverplaatsing voor rekening van de werkgever.