Het is een vaak gehoorde kritiek aan het adres van autojournalisten: de auto die ze bespreken, die is altijd goed. Klopt. Vandaag worden geen slechte auto's meer gebouwd. Wel, in het slechtste geval, minder leuke auto's. En in veel meer gevallen, auto's met kleine kantjes. Een handschoenkastje dat rammelt, een spiegel die ongelukkig is opgesteld, of net iets te veel motorgeluid. Zo van die dingen.
...

Het is een vaak gehoorde kritiek aan het adres van autojournalisten: de auto die ze bespreken, die is altijd goed. Klopt. Vandaag worden geen slechte auto's meer gebouwd. Wel, in het slechtste geval, minder leuke auto's. En in veel meer gevallen, auto's met kleine kantjes. Een handschoenkastje dat rammelt, een spiegel die ongelukkig is opgesteld, of net iets te veel motorgeluid. Zo van die dingen. En ja, ook de nieuwe Volkswagen Eos zal wel zijn kleine kantjes hebben. Hoewel, nu we er eens goed over nadenken: twee dagen lang met het ding gereden, en ons echt aan niets geërgerd. Ja, de zitjes achteraan zijn veeleer symbolisch dan functioneel. En de kofferinhoud is niet bepaald op maat van Sophia Lorens garderobe als het dak is opgeborgen. Maar dat weet je als je een auto uit dit segment koopt. Neen, geen kleine kantjes, dus. En God weet dat cabrio's er kunnen hebben, zelfs van het serieuze soort. Zoals: kraken, rammelen en piepen. Dat is namelijk inherent aan hun constructie. Bij een normale auto, een berline dus, zorgt het dak ervoor dat de hele structuur netjes in één stuk blijft. Bij een cabrio is dat dak er dus niet. Bekijk het als een ei: ongeschonden kan je het ding onmogelijk kapot duwen, met duim onderaan en wijsvinger bovenaan. Maar snij er een tipje van af, en je drukt het stuk zuivel zo in elkaar. In de autowereld heeft men het over de torsiestijfheid van een auto. De Renault Mégane Coupé-Cabriolet heeft daar nogal wat onder te lijden, zoals je merkt aan de kraakjes en piepjes. De Peugeot 307 cc al iets minder, maar toch ook nog. Maar deze Volkswagen Eos? Zo goed als niet meer, neen. Helemaal onlogisch is dat niet. Het concept van de coupé-cabrio, de auto die met het stijve dak erop een coupé is, en zonder dak een cabrio, werd ingevoerd door Mercedes met zijn SLK. Maar eigenlijk waren het de Franse merken die het concept populariseerden. Lees: die de 'cc' betaalbaar maakten voor een breed publiek. Zoals de Franse merken niet zelden met nieuwe concepten voor een groot publiek uitpakken. Men denke aan de Renault Espace, stamvader van de monovolumes, maar ook aan de Peugeot 307 SW, een soort kruising tussen een break en een monovolume. Of de Renault Scenic, die de monovolume een maatje kleiner maakte en in een meer betaalbaar segment parkeerde. Het is geen toeval dat de Franse merken al jaren hoog scoren in de hitlijsten van de Europese autoverkoop. Volkswagen heeft een veel minde sexy imago, en puurt zijn uitstekende verkoopcijfers vooral uit de reputatie van degelijkheid. Maar qua fantasiekracht komen ze vaak achter de feiten hollen, die Duitsers. De Golf Plus, de hogere versie van de Golf, werd zelfs gebaard door een soort paniekreactie. Paniek die toesloeg toen ze in Wolfsburg merkten dat frivolere auto's als de RAV 4 van Toyota of de 307 SW van Peugeot gingen knagen aan de verkoop van de Golf. En wat dat verhaal dan te maken heeft met de coupé-cabriolet? Volkswagen stapte opnieuw veel later in het segment dan de Fransen. Kan dus nu marktaandeel beginnen te veroveren, maar kon tegelijk langer raffineren, verfijnen en perfectioneren. Kortom, langer nadenken over het product. Dat merk je zo als je voor het eerst in de Volkswagen Eos stapt. Jawel, het ding is af. De test dan, een paar honderd kilometer. Eerst met de tweeliter benzine van 150 pk. Het herinnert er ons aan hoezeer de dieseltechnologie ons de voorbije jaren heeft verwend. Want neen, een beetje krap toch wel, vooral dan in de hernemingen. De zeldzame zielen die nog voor benzine gaan, kiezen toch maar beter de tweeliter turbo van 200 pk. Een krachtbron waarvan we de lof al meermaals bezongen in deze rubriek. Maar, beter nog, en vooral de rationelere keuze: de tweeliter turbodiesel van 140 pk (het is nog niet duidelijk of D'Ieteren in België een fiscaalgunstige versie met... 136 pk zal commercialiseren) die vanaf komende herfst beschikbaar is. Want, de hand in eigen boezem: we hebben het ook nog altijd over pk's in deze rubriek. Maar veel belangrijker is natuurlijk het motorkoppel: 320 newtonmeter voor deze bekende diesel. Volgens ons verreweg de meest homogene en zelfs aangename motor voor deze Eos. Temeer omdat deze viercilinder, die in de Golf een echt brulaapje is, nu verrassend discreet uit de hoek komt. En dat komt dan weer door de uitstekende geluiddemping. Een must bij cabrio's, omdat je met open dak veel sneller het slachtoffer wordt van motorgeluid, ja. En wat er dan nog zo belangrijk is aan een coupé-cabrio? Het wegklapbare dak, natuurlijk. Sterk staaltje: klapt weg in vijf delen, en daar zijn minder dan 25 seconden voor nodig. Gebouwd in samenwerking met specialist Webasto. De afwerking van het interieur is vlekkeloos, net zoals de ergonomie, naar het voorbeeld van de beste producten van Volkswagen. Stilaan normaal, want ook voor deze Eos pasten de Duitsers hun moduleconcept toe: er zitten onderdelen van zowel de Golf als de Passat in. Zoals de sporen van laatstgenoemde, die de auto lekker breed op de weg laten liggen. Dat is dan weer heilzaam voor de wegligging. In combinatie met de uitstekende score op het gebied van torsiestijfheid heb je bij normaal rijgedrag en zelfs ietsje meer, te allen tijde die indruk van kwaliteit en degelijkheid. Zozeer dat het tuig bijwijlen ging aanvoelen als de Audi A4 cabrio van hetzelfde huis, een van de betere dakloze producten op de markt. Rest de vraag: waar moeten we dit product nu situeren in het VW-gamma? Als vervanger van de Golf cabrio, zijn we geneigd te zeggen. Gewoon en vooral omdat er van de nieuwe Golf geen cabrioversie meer te verwachten valt. Enige scherpe kantje hier: de Eos kost toch een duit meer dan de Golf cabrio. Maar als het troost kan wezen, deze auto is af. En omdat dit een zogenaamde 'cc' is, krijgt je er twee in één. Coupé voor de winter, cabrio voor de zomer. Die nu helemaal in het land is. Jo Bossuyt