The Economist' van 26 september formuleerde een frontale aanval op businessschools. Tot daar nog toe. Het zakenblad formuleerde ook aanbevelingen die mij als zoete muziek in de oren klonken, maar mij toch in de grootste verwarring achterlieten.
...

The Economist' van 26 september formuleerde een frontale aanval op businessschools. Tot daar nog toe. Het zakenblad formuleerde ook aanbevelingen die mij als zoete muziek in de oren klonken, maar mij toch in de grootste verwarring achterlieten. Eerst kort even zijn centrale stelling: businessschools zijn medeverantwoordelijk voor de crisis en ze ondergaan wel wat cosmetische veranderingen, maar voor de rest blijven ze gewoon wat ze vroeger waren. Er moeten echter radicale veranderingen komen. En wat zijn die radicale veranderingen? Professoren moeten eerst en vooral de dubbele deugd van scepticisme en cynisme beoefenen en ze mogen niet meehuilen met de (financiële) wolven in het bos. Er moeten meer vakken komen 'geschiedenis van het management' en professoren moeten veel kritischer zijn, mogen zich niet engageren in allerlei lucratieve (consulting)activiteiten, en ze moeten stoppen allerlei modieuze thema's de lucht in te prijzen. En we citeren even letterlijk: ze moeten de hand bijten die hen voedt. Misschien heb ik een vertekend zelfbeeld, maar de trouwe lezer van deze columns weet dat ik met veel ironisch genoegen lach met allerlei modes, ik start mijn basislessen management in principe met een overzicht van de evolutie van het management, en ik laat consulting met heel veel genoegen over aan diegenen die er én meer tijd voor hebben dan ik, en het met meer passie doen, en er waarschijnlijk ook nog veel beter in zijn dan ik. Maar, er is een grote maar. Cynisch worden??? De enkele keren dat ik me op dat vlak heb laten gaan, heb ik de gevolgen in duidelijke bewoordingen teruggevonden op het evaluatieformulier. Als docent aan een businessschool doceer ik niet zozeer wat ik leuk vind, maar wat de grootste meerwaarde biedt aan mijn toehoorders. Het is daarom dat zowat elke sessie, of minstens een groep sessies, door de deelnemers wordt geëvalueerd. En wat blijkt? Hoe kritischer ik ben, hoe minder mijn les wordt gewaardeerd. Ik heb geleerd mijn natuurlijke ironie in lessituaties sterk te beperken. Mensen willen een opbouwend verhaal, geen afbrekend. Mensen die veel tijd, geld en energie besteden aan een opleiding in een businessschool willen zelden kritische relativeringen; ze wensen inzichten, bruikbare concepten, stappenplannen, hulp bij het vertalen van al die theorie naar de praktijk. Dat bleek toch uit de vorige golf kritieken op businessschools. Toen heette het dat we vervreemd waren van de praktijk. The Economist vraagt me een soort docentenzelfmoord te plegen. Het is nooit verstandig de hand te bijten die je voedt. Ik denk met andere woorden dat The Economist 'gelijk heeft', maar daarom geef ik het blad nog geen gelijk. Management, kapitalisme en de vrije markt zijn manifestaties van een ideologie. Een knappe ideologie. Zoals democratie waarover Churchill terecht zei: het minst slechte systeem. Andere zoals corporatisme en communisme zijn evenzeer ideologieën, maar je moet al ziende blind zijn om te stellen dat ze in een moderne complexe samenleving voor meer economische welvaart zorgen. Tenzij je natuurlijk het ideaal van het communisme nastreeft: met zijn allen even arm. Er zijn echter zeer grote ontsporingen in de ideologie van de vrije markt. De jongste crisis heeft duidelijk gemaakt dat die ontsporingen waarschijnlijk nog groter zijn dan objectieve waarnemers hebben gedacht. Maar wat nu? Ideologieën hebben een vreemd kenmerk. Ze zijn bijna immuun voor aanvallen van buiten. Integendeel, hoe meer je een ideo-logie van buiten aanvalt, hoe meer men de rangen sluit. Je moet ze dus van binnenuit trachten te verbeteren. En van binnenuit moet je minstens één basispijler aanvallen, maar dan zet je je de facto buiten de ideologie. En dan krijg je de volle laag. Toen ik heel lang geleden (rond 1990) in dit blad vragen durfde te stellen over de torenhoge verloningen van topmanagers, verscheen er een lezersbrief van een (nog steeds) zeer vooraanstaande zakenman die mijn column maar onmiddellijk veralgemeende tot 'wat durven ze te doceren aan de Vlerick School?'. Weddes van topmanagers zijn maar een heel klein stukje van de ideologie, maar ik (en zelfs de school waar ik een van de talrijke docenten ben) werd nadrukkelijk de les gespeld. Maar ik neem de handschoen op. Volgende week laat ik me gaan. Dan tracht ik de meest cynische column in de geschiedenis van het management te schrijven. En dat ik dan 'nestbevuiler', 'linkse rakker', 'dromerige puber' of wat ook zal worden genoemd, moet ik er maar bijnemen. En misschien wordt het wel mijn laatste column en word ik vriendelijk bedankt voor bewezen diensten. The Economist is nochtans ondubbelzinnig, en ik citeer dus nogmaals: professoren moeten de hand bijten die hen voedt. Bestel dus nu al het volgende Trends-nummer, het wordt een collector's item. En voor alle zekerheid: dat laatste is ironisch, misschien zelfs een heel klein beetje cynisch bedoeld. Marc Buelens doceert management aan de Vlerick Leuven Gent Managementschool.Marc BuelensEen ideologie moet je van binnenuit aanvallen. En dan krijg je de volle laag.