Elk jaar tijdens de kerstdagen organiseert de Voedselbank een actie voor daklozen. Volgend jaar zouden er wel eens meer Vlamingen een beroep kunnen doen op deze organisatie. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) merkt immers op dat steeds meer burgers het moeilijk krijgen om een fatsoenlijk dak boven hun hoofd te vinden. De oplossing, zo vindt de confederatie, ligt in een mix van huursubsidies en een alternatieve financiering van de sociale woningbouw.
...

Elk jaar tijdens de kerstdagen organiseert de Voedselbank een actie voor daklozen. Volgend jaar zouden er wel eens meer Vlamingen een beroep kunnen doen op deze organisatie. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) merkt immers op dat steeds meer burgers het moeilijk krijgen om een fatsoenlijk dak boven hun hoofd te vinden. De oplossing, zo vindt de confederatie, ligt in een mix van huursubsidies en een alternatieve financiering van de sociale woningbouw. VCB-voorzitter Leon Vaessen: "Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen ( RSV) beperkt het aantal bouwpercelen. Hierdoor is de prijs van een stuk bouwgrond de voorbije drie jaar gestegen met zo'n 30%. Vandaag kan je nog moeilijk een bouwgrond, hoe klein ook, onder de 2 miljoen frank vinden. En dus neemt de vraag naar huurwoningen stelselmatig toe. Het probleem is dat de markt van de huurwoningen maar 25% vertegenwoordigt van alle huizen in Vlaanderen. En dus ontstaat er een woningnood. Die kwestie kan alleen worden opgelost als de regering begin 2000 een recept uitwerkt waarbij huursubsidies worden gecombineerd met lagere successierechten." Trends. Waar precies knelt het schoentje in de bouwsector? Leon Vaessen (VCB). Het afgelopen decennium daalde het aantal particuliere verhuurders met zo'n 20%. Dat is vooral te wijten aan het huidige fiscale regime inzake vastgoed. Belgen die eind 1998 een huis of appartement verhuurden, betaalden bijna de helft meer belastingen op hun onroerend goed dan tien jaar geleden - iets wat op zijn beurt het gevolg is van indexeringen, herwaarderingen van het kadastraal inkomen en het wegvallen van de verrekening van de onroerende voorheffing. Bovendien schafte de regering recentelijk ook de bouwpremie én de opvolger ervan - de rentesubsidie - af. De overheid promoot ten slotte te weinig het instrument van de verzekering tegen inkomensverlies. Totnogtoe heeft slechts één derde van de bouwers gebruikgemaakt van deze gratis dienstverlening. Daarom zouden wij de huidige regels in verband met inkomensgrenzen en oppervlaktebeperkingen willen versoepelen. Vooral in tijden van stijgende rentevoeten en klimmende bouwgrondprijzen kan deze maatregel potentiële kandidaten over de streep trekken. Zijn deze maatregelen voldoende om het tij te keren?Neen. In de eerste plaats zou de regering opnieuw een huursubsidie moeten invoeren. In overleg met Vlaams minister voor Huisvesting Bert Anciaux ( VU&ID) werkt de sector aan een dergelijk wetsontwerp. Bovendien koppelen wij deze idee aan plannen in verband met stadsrenovatie, zoals voorzien in het regeerakkoord. We juichen in elk geval het voornemen toe van Vlaams minister-president Patrick Dewael (VLD) om 15.000 nieuwe sociale woningen te bouwen. Ook biedt de alternatieve financiering soelaas. Voorwaarde is wel dat sociale en particuliere woningbouw complementair zijn. Zo kan de Vlaamse regering huursubsidies voor lagere inkomenscategorieën koppelen aan de ontwikkeling van een bepaalde stadsbuurt. Ook kunnen de lokale overheden gronden ter beschikking stellen voor de bouw van privé-huurwoningen, op voorwaarde dat ze aan een bepaalde doelgroep worden verhuurd. Op het platteland dan weer zou men de ontwikkeling van huurappartementen kunnen aanmoedigen door huursubsidies te geven aan de minder gegoeden (met speciale aandacht voor de bejaarden), zoals in het Vlaams regeerakkoord staat. En ten slotte bestaat nog de mogelijkheid om particulieren als investeerders-verhuurders in te schakelen. Randvoorwaarde is ook hier weer dat vastgoedbeleggingen fiscaal aantrekkelijk worden gemaakt. Op het Vlaams niveau zou het vrijstellen of een verdere verlaging van de successierechten een belangrijke impuls kunnen geven, gezien de doelgroep van investeerders. Vreest u dan niet opnieuw vriendjespolitiek? In het verleden stonden Sociale Huisvestingmaatschappijen daarvoor bekend (zie Trends, 1 juli 1999)? Natuurlijk moeten aan deze voordelen sociale voorwaarden worden gekoppeld. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de verplichting om een bepaald percentage van de appartementen gedurende een minimale periode aan minder gegoede inkomenscategorieën te verhuren.Intussen kampt de sector met een nijpend tekort aan arbeidskrachten?Daarom pleiten wij voor een screening van zogenaamd werkloze bouwarbeiders. In september van dit jaar telde de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ( VDAB) nog nauwelijks 7849 werkzoekenden in de bouw of amper 4% van het totaal. Bovendien blijken heel wat van deze mensen bij nader onderzoek niet echt geschikt. Door de algemene daling van de werkloosheid wordt het ook steeds moeilijker om uit de korf van de andere sectoren te putten. Ook is het reële tekort drie- tot viermaal hoger dan uit de statistieken blijkt. De meeste bouwondernemingen zijn KMO's en die werven aan via het informele circuit. In die zin is het onontbeerlijk om de kandidaten voorafgaandelijk door te lichten op hun capaciteiten en motivatie. ERIC POMPEN