Robrecht Himpe (52) is afkomstig uit textielcountry in West-Vlaanderen, dus hij weet als geen ander wat globalisering inhoudt. Wat nog overblijft van het roemrijke verleden van het Belgische textiel, valt eerder bescheiden te noemen. Tekent zich eenzelfde scenario af voor de staalindustrie in ons land? Himpe aarzelt. Naast CEO van ArcelorMittal Flat Carbon Europe - kortweg FCE - is hij voorzitter van het Belgische Staalindustrie Verbond, maar over de Belgische context heeft hij liever niet te veel vragen. "Tijdens de grootste wereldwijde crisis in vele jaren organiseert men hier ergens een conclaaf over BHV, en het resultaat is dat de regering valt. Het wordt een beetje aberrant."
...

Robrecht Himpe (52) is afkomstig uit textielcountry in West-Vlaanderen, dus hij weet als geen ander wat globalisering inhoudt. Wat nog overblijft van het roemrijke verleden van het Belgische textiel, valt eerder bescheiden te noemen. Tekent zich eenzelfde scenario af voor de staalindustrie in ons land? Himpe aarzelt. Naast CEO van ArcelorMittal Flat Carbon Europe - kortweg FCE - is hij voorzitter van het Belgische Staalindustrie Verbond, maar over de Belgische context heeft hij liever niet te veel vragen. "Tijdens de grootste wereldwijde crisis in vele jaren organiseert men hier ergens een conclaaf over BHV, en het resultaat is dat de regering valt. Het wordt een beetje aberrant." Toch heeft Robrecht Himpe een boodschap voor de Belgische politici: de staalindustrie biedt nog altijd direct werk aan zo'n 15.000 mensen in ons land, en was in 2009 goed voor een toegevoegde waarde van 1 miljard euro, dus draag er zorg voor. De topman zit er een beetje mee in zijn maag dat staal vaak zomaar wordt afgeschilderd als zware vervuiler. "Het klopt dat de productie van één ton staal de emissie veroorzaakt van twee ton CO2. Maar de ketting wordt opnieuw gesloten via een andere weg: dankzij de ontwikkeling van steeds lichtere en betere staalsoorten draagt de staalindustrie bij tot de vermindering van de CO2-uitstoot van het wagenpark." Investeren om te verbeteren dus, maar daarvoor moet je eerst geld verdienen. Niet gemakkelijk, in de huidige omstandigheden. Zeker in Europa kruipt de staalindustrie uit een diep dal. De cijfers van FCE tonen dat duidelijk aan: in 2008 werd er 33,5 miljoen ton staal verscheept, in 2009 viel dat terug tot 21,8 miljoen ton. Dezelfde tendens in de benutting van de capaciteit: begin 2008 draaiden alle 25 hoogovens van de FCE-sites nog op volle toeren, terwijl er in het tweede kwartaal van 2009 slechts elf in werking bleven. In België betekende dat dat ArcelorMittal drie van zijn vier hoogovens stillegde. Tijdelijk, benadrukt Robrecht Himpe, om conjuncturele redenen. "Nog nooit gebeurd in de staalwereld, zoiets. Maar de crisis heeft ons geleerd flexibel in te spelen op de realiteit. ArcelorMittal moet elk kwartaal rekenschap afleggen aan de financiële markten, en moet stabiele resultaten kunnen voorleggen. Als FCE zijn marktaandeel van 30 procent wil behouden, hebben we weinig andere keuze dan ons productieapparaat aan te passen aan de vraag, en dus aan de conjunctuurcurve. De staalindustrie moet met andere woorden in de leer bij sectoren die altijd sterke activiteitsschommelingen gekend hebben, zoals het toerisme, of de landbouw." Himpe hoopt in 2010 alweer 28 miljoen ton staal te verschepen. Alweer een klein beetje in de richting van de niveaus van 2008. Maar verder? Hoopgevend is dat de globale vraag naar staal opnieuw stijgt dit jaar. Ook langzaam maar zeker in Europa, wegens een sterke exportpositie als gevolg van de zwakkere euro. Ook de Europese automobielsector biedt goede perspectieven, door de stimuluspakketten van de overheden en door het succes van kleine zuinige wagens. Robrecht Himpe hoedt er zich wel voor om valse hoop te creëren. Volgens Himpe gaan de staalproducenten volatiele tijden tegemoet. Hét staalthema van het eerste kwartaal van dit jaar was bijvoorbeeld de fenomenale stijging van de prijs van ijzererts - de belangrijkste grondstof voor staal. Vroeger was het simpel: staalproducenten sloten met de leveranciers van ijzererts jaarcontracten af, met stabiele prijzen. "De leveranciers hebben sinds het uitbreken van de crisis hun inkomsten echter zodanig zien terugvallen dat ze op zoek moesten naar andere oplossingen", legt Robrecht Himpe uit. "Bovendien zagen ze de spotprijs van ijzererts - op de dagelijkse markt - heel fel stijgen in vergelijking met de jaarprijs, als gevolg van de grote Chinese vraag naar overzeese ertsen." En dus werken de leveranciers van ijzererts voortaan met kwartaalcontracten, en veel minder met jaarcontracten. Robrecht Himpe ziet een zekere logica in het nieuwe systeem. "Volatiliteit wordt eenmaal de nieuwe realiteit. In China is de verkoop van staal voor de auto-industrie trouwens nu al volledig georganiseerd op kwartaalbasis. Het gaat dus niet op om te stellen dat de kwartaalcontracten enkel in het voordeel van de ijzerertsleveranciers spelen. Ze bieden staalafnemers net zo goed een betere zichtbaarheid, en ook staalproducenten kunnen er baat bij hebben. Neem nu FCE: de herziening van onze jaarcontracten voor ijzererts vond vroeger altijd plaats op 1 april, maar de contracten met onze eigen klanten werden dan weer rond de jaarwisseling hernieuwd. We moesten de staalafnemers dus een staalprijs geven voor een volledig jaar, zonder dat we wisten wat de ijzerertsprijs zou worden in april." Robrecht Himpe heeft er vertrouwen in dat het ijzerertsverhaal op redelijk korte termijn stabieler wordt. Een groter vraagteken is China, dat nu al de helft van de wereldwijde staalproductie op zich neemt. Het Chinese staal is tot nader order vooral voor binnenlands gebruik bestemd, maar wat als het land op een bepaald moment zijn staal in belangrijke mate exporteert naar Europa? Dat kan bepaalde markten grondig verstoren, vreest Himpe. Vandaar dat hij niet hoog oploopt met het Europese plan om via een veilingsysteem van emissierechten de CO2-uitstoot terug te dringen, zeker omdat ook de VS zich afzijdig houden. "De prijs voor de uitstoot van één ton CO2 is momenteel 13 euro, maar volgens prognoses kan dat 50 of zelfs 100 euro worden. De productie van één ton staal zou in dat laatste geval 200 euro extra kosten. Hoe kunnen we dan nog concurreren met niet-Europese staalproducenten? Ik zou daarom zowel de Belgische als de Europese politici willen oproepen om te werken aan maatregelen die de industrie steunen, in plaats van haar af te remmen." Door Celine De CosterChina produceert al de helft van het wereldwijde staal."De torenhoge ambitie van China in de productie van auto's is iets om nauwlettend in de gaten te houden"