Eind november startten de Verenigde Naties gesprekken op over een internationale fiscale samenwerking om belastingontwijking te beperken. Het gaat over de onbelaste winst die multinationals maken in landen waar ze geen fiscale hoofd- of b...

Eind november startten de Verenigde Naties gesprekken op over een internationale fiscale samenwerking om belastingontwijking te beperken. Het gaat over de onbelaste winst die multinationals maken in landen waar ze geen fiscale hoofd- of bijzetel hebben. Daarmee begeven de VN zich op het pad van de OESO, de organisatie van de westerse rijkere landen. Die waren vorig jaar akkoord om een minimumbelasting van 15 procent voor een honderdtal grote multinationals in te voeren. De maatregel geldt echter enkel binnen de jurisdictie van de 137 leden. Daarom staan heel wat niet-aangesloten Aziatische, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen erop dat ook zij betrokken worden bij dat soort afspraken. Tot nog toe kunnen zij door de beperking van de OESO amper een deel van de verloren belastingen recupereren, die wegvloeien via internationale fiscale structuren. Volgens een recente studie van het Institute of Economic Studies van de Universiteit van Praag zou 4 tot 7 procent van de potentiële belastinginkomsten op de winst die multinationals maken in Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse staten verdampen via dat soort structuren. In de Verenigde Staten, Europa en Azië is dat 1 à 2 procent.