De belezen en kosmopolitische André Vlerick zou de ironie ontspannen en geboeid akteren. Zijn school wordt vanaf de zomer geleid door een decaan die Oliver Tambo en andere hoge antiapartheidsstrijders thuis zag zitten aan de keukentafel. André Vlerick militeerde voor Protea, de Vlaamse vereniging die alle goeds zag in de apartheid. Vader Aspling was een sociaaldemocratische politicus en minister van Sociale Zaken, moeder Aspling komt uit een geslacht met vier generaties lutheraanse geestelijken na elkaar. Anders Aspling, slank, blondgrijs, zacht van taal, is het toonbeeld van de Zweedse burgeraristocraat. Hij speelde in de Zweedse nationale voetbalploeg en het nationale ijshockeyteam. Oud-Gent wordt de woonplaats van de decaan en zijn echtgenote. Brugge kennen zij van vele citytrips in de lente.
...

De belezen en kosmopolitische André Vlerick zou de ironie ontspannen en geboeid akteren. Zijn school wordt vanaf de zomer geleid door een decaan die Oliver Tambo en andere hoge antiapartheidsstrijders thuis zag zitten aan de keukentafel. André Vlerick militeerde voor Protea, de Vlaamse vereniging die alle goeds zag in de apartheid. Vader Aspling was een sociaaldemocratische politicus en minister van Sociale Zaken, moeder Aspling komt uit een geslacht met vier generaties lutheraanse geestelijken na elkaar. Anders Aspling, slank, blondgrijs, zacht van taal, is het toonbeeld van de Zweedse burgeraristocraat. Hij speelde in de Zweedse nationale voetbalploeg en het nationale ijshockeyteam. Oud-Gent wordt de woonplaats van de decaan en zijn echtgenote. Brugge kennen zij van vele citytrips in de lente. Met Philippe de Woot, de Belgische managementauteur, hoogleraar en raadgever van de Generale Maatschappij, onderhield Aspling de beste contacten: " Global corporate responsibility was een van onze gezamenlijke passies. Global in het Engels is de hele wereld, in het Frans betekent het een holistische, allesomvattende aanpak." Holisme doordrenkt de aanpak van Aspling. De jongste jaren was zijn hoofdtaak de start en ontwikkeling van het Globally Responsible Leadership Initiative (GRLI), een samenwerking tussen de European Foundation for Management Development (EFMD), gevestigd in Brussel, en het UN Global Compact. Het GRLI omvat veertig leidende bedrijven, zakenscholen en leerinstellingen voor de vorming van wereldondernemers. Professor doctor Roland Van Dierdonck (60), de afscheidnemende decaan, en Anders Aspling geven tegenover Trends tekst en uitleg over een symbolische managementwissel bij de Vlerick Leuven Gent Management School. De Vlaamse zakenschool doet verdere stappen naar de Europese topliga van Insead, London Business School en IMD. ANDERS ASPLING. "Ik werd gepolst door executive searchers van Russell Reynolds. De motivering groeide door Vlerick te leren kennen tijdens de vele gesprekken. Ik zag de snelle vooruitgang van de school tijdens de voorbije jaren en haar verdere mogelijkheden. Leuven, Gent en Sint-Petersburg, de drie campussen van Vlerick, delen een global outlook en dat past bij mijn profiel." ASPLING. "Dat was een deel van de motivering. Ik heb in de lokale vestiging van de Stockholm School of Economics gedoceerd in Sint-Petersburg. Die regio is ons nabij en ik leerde Russisch op de middelbare school." ASPLING. "Ik heb een academische achtergrond, want ik begon en bleef een decennium bij de Stockholm School of Economics, waar ik onderzoek deed, doceerde en executives trainde. Mijn wetenschappelijke belangstelling ging daar naar structuren en de vraag hoe de democratie werkt in organisaties. Ik verliet de academische wereld voor een baan als personeelshoofd van de Zweedse bouwonderneming SIAB met 10.000 werknemers. De firma was niet van de legendarische Wallenbergs, wel van Frederik Lundberg, die speelt in dezelfde klasse. Als ondernemer reisde ik meer en meer naar Brussel voor de werkgeversbelangen. Na zes jaar vroeg de Stockholm School of Economics mij als decaan voor een nieuw en onafhankelijk Executive Institute, gesteund door partners zoals de Zweedse werkgeversvereniging en de ingenieursbond. Dat deed ik zeven jaar, tot de prangende vraag rees: blijven we onafhankelijk of koppelen we het instituut aan de Stockholm School of Economics? Met de vele partners rond de tafel was eensgezindheid moeilijk te bereiken. Ik wilde onafhankelijk verder gaan en met Noren en Denen het instituut een Scandinavisch cachet geven. De beslissing viel om het instituut in te schuiven in de Stockholm School of Economics. Ik vertrok. Mijn vierde periode was hoofdzakelijk het werken en reizen voor het Globally Responsible Leadership Initiative." ASPLING. "Ik heb geen businessplan en geen cijfers over wat wij moeten bereiken tegen bijvoorbeeld 2010. Eerst wil ik de school grondig leren kennen en uiteraard consulteer ik de professoren, docenten en de stakeholders voor ik een meesterplan schrijf. Ideeën die mij drijven zijn ten eerste dat we bij elke samenwerking met collega's heel goed moeten opletten dat we onze eigen waarden in stand houden. Ten tweede moeten we ons differentiëren, een sterke eigen identiteit bezitten. Vandaag wordt er veel geïmiteerd en gestroomlijnd en dat is een foute ontwikkeling. Ten derde zal ik de global responsibility van de studenten ontwikkelen in de praktijk, niet theoretisch. Bij Vlerick breng ik mijn internationale netwerk in." ASPLING. "Ik ben opgevoed in de geest van de Verenigde Naties. De verwantschappen en verbindingen in de wereld en onze verantwoordelijkheid voor de wereld groeien exponentieel. De verschuivingen van de macht op de globe zijn schokkend. Voorbeeld. Tien jaar na de apartheid is er een middenklasse van 5 miljoen op 48 miljoen Zuid-Afrikanen. Dat is een enorme sprong. Er is geen blauwdruk van de manier hoe we moeten omgaan met zo'n groei. Wat niet belet dat je met passie, engagement en waarden mee moet doen in die ontwikkelingen. Het ondernemerschap en leiderschap zal in de toekomst veel meer gekoppeld zijn aan inspiratie, met wereldburgerschap." ASPLING. "De mentale bereidheid is er zeker, dat blijkt uit alle gesprekken." ASPLING. "Wij leven op de rand van een nieuwe kennismaatschappij die minder gestructureerd zal zijn, minder volgens sjablonen. Wat je nu leert in een school, ook de onze, is de startbaan van een luchthaven. Je studeert nadien bestendig bij via je werk, executive education, zelfstudie, het internet." ASPLING. "De hoogstaande managementresearch in Gent en Leuven was een van de belangrijke redenen voor mij om voor Vlerick te kiezen. Hier wordt ernstig én eigen onderzoek verricht. In mijn vorige werkkring tapten wij het onderzoek af waar we het konden vinden, er was weinig eigen studie en dat was een gebrek." ROLAND VAN DIERDONCK. "40 % van de tijd van de Vlerickprofessoren gaat naar lesgeven, 40 % naar onderzoek en 20 % naar interne managementopdrachten. Zeven tot 8 miljoen euro wordt in onderzoek gestopt, een derde van het budget." VAN DIERDONCK. "Op dat vlak staan we bij de onafhankelijke Europese scholen bovenaan. Insead en de London Business School investeren meer in onderzoek dan wij, terwijl het IMD in Lausanne achter ons zit. De band met Leuven en Gent is op dat vlak belangrijk. Het vermijdt ook dat we evolueren naar een zuiver commerciële businessschool. In dat geval bestaat immers de verleiding om tijdens de colleges de nadruk te leggen op modethema's, eerder dan te kijken naar de eigen kennis. Het verschil met fundamenteel onderzoek aan de universiteiten is wel dat wij als managementschool ons niet kunnen veroorloven dat een bedrijfsleider met een vraag komt en wij het antwoord schuldig blijven omdat wij voor een bepaald onderwerp geen onderzoek deden. Wij weten uiteraard niet alles, maar een brede achtergrond leidt tot een denkmodel bij het zoeken naar antwoorden." ASPLING. "U hebt gelijk. Maar in heel Europa kampen we met dat probleem. Vlerick staat sterk in het entrepreneurship en Hans Crijns is een specialist waar ik veel van kan leren. De voorbije vijf jaar heb ik gewerkt met de Foresight Group, die zich sinds 1979 toespitst op ondernemerschap, zowel bij het oprichten van bedrijven als bij entrepreneurship binnen bedrijven en organisaties. Zelf heb ik geen starters begeleid. Op de Stockholm School of Economics was ik betrokken bij een kmo-programma dat aangeboden werd in Rusland en Afrika." ASPLING. "Dat zou een ambitie moeten zijn. Ook al zijn er natuurlijk historische redenen voor de situatie. Voor Zweden heeft dat te maken met de mentaliteit, de waarden, de openheid van mijn landgenoten, de vlakke structuren, onze zogenaamde low power structures. Zweden is laat geïndustrialiseerd en bouwde verder op voorbeelden. De twee wereldoorlogen gingen aan ons voorbij en dat bracht enorme groei. Handel was voor Zweden altijd heel belangrijk en onze internationalisering is organisch. Wij vertrekken trouwens van een wereldbeeld waarbij het geen probleem is afhankelijk te zijn van anderen. Zweden is een groot land met weinig mensen en moet dus open zijn voor de wereld." ASPLING. "Aan vaderszijde heb ik wellicht Belgische wortels, want hij is afkomstig uit een mijnstreek. De Zweden beschikten over mijnen, maar misten de expertise en ondernemers voor de exploitatie." ASPLING. "Ik ben er vertrouwd mee, al is het nog nooit mijn hoogste prioriteit geweest. Het was een van de ingrediënten bij haast alles wat ik deed." ASPLING. "De wensen van bedrijven voor opleiding en training van toptalent evolueren. Bedrijven vragen bijvoorbeeld meer talent met een andere opleiding dan businesskennis. Er zijn meer managers met bijvoorbeeld een diploma psychologie of sociologie. Vlerick heeft daarin een traditie." VAN DIERDONCK. "Inderdaad. Een van onze meest succesvolle programma's is de Pubopleiding voor academici zonder businessopleiding maar met een stevige opleiding in een basisdiscipline. Ook bij de MBA-studenten heeft de meerderheid een vooropleiding buiten de zakelijke sfeer. De schijnbare daling van het aantal MBA-studenten had ook te maken met het feit dat steeds meer universiteiten een MBA-programma aanbieden. Wel is het juist dat, vooral dan in de VS, MBA-programma's steeds minder voeling hadden met de businesswereld. Vandaag groeit het besef dat er meer segmentatie nodig is en meer vraag is naar maatwerk." ASPLING. "Ach, het mag altijd wat meer zijn ( lacht). Gezien de financiële toestand is het volgens mij oké." ASPLING. "Gent heeft een Zweedse kolonie, maar de Brusselse is groter ( lacht). Mijn vrouw en ik verhuizen niet naar Gent om onder Zweden te leven." ASPLING. "Ik word partner van de Vlerickschool. Wat ik hier ontvang, kan ik niet zeggen omdat het afhangt van waar ik zal wonen, hoe ik zal wonen, hoe ik zal rijden enzovoort. In Zweden verdien ik 12.500 euro per maand." Frans Crols Alain Mouton frans.crols@trends.be