Professor Leo Sleuwaegen en doctor Koen De Backer van de KU Leuven deden in opdracht van Vlaams minister van Economie Patricia Ceysens onderzoek naar de economische performantie van Vlaanderen. "We meten de prestaties niet alleen, we leggen ook de link tussen de middelen en output, en proberen te achterhalen welke economische logica er achter de productieprocessen zit," zegt Leo Sleuwaegen.
...

Professor Leo Sleuwaegen en doctor Koen De Backer van de KU Leuven deden in opdracht van Vlaams minister van Economie Patricia Ceysens onderzoek naar de economische performantie van Vlaanderen. "We meten de prestaties niet alleen, we leggen ook de link tussen de middelen en output, en proberen te achterhalen welke economische logica er achter de productieprocessen zit," zegt Leo Sleuwaegen. De auteurs meten daarom zowel de prestaties inzake de productiemiddelen, de productieprocessen en de institutionele omgeving (regelgeving en sociaal kapitaal) in Vlaanderen. Het geheel vormt een barometer voor de economische gang van zaken. De grote conclusie: Vlaanderen heeft ten opzichte van het EU-gemiddelde vooral een achter-stand op het vlak van de productieprocessen. Het loopt dus vooral fout bij de aanwending van de beschikbare middelen, die nochtans beter dan gemiddeld aanwezig zijn. De infrastructuur bijvoorbeeld is wel op peil in Vlaanderen, maar de overheid stelt minder middelen ter beschikking in vergelijking met de betere landen. Dat is te wijten aan de sterke besparingen om de overheidsschuld af te betalen. De achterstand in overheidsinvesteringen is het grootst in Vlaanderen. Vlaanderen kampt ook met een achterstand in "nieuwe investeringen", zoals in informatica of in internettoegang bij de gezinnen. Maar hét pijnpunt ligt bij de zwakke score voor menselijk kapitaal. Vooral jongere en oudere mensen op arbeidsleeftijd (tussen vijftien en 65 jaar) nemen veel te weinig deel aan het productieproces. In het verleden vond er een belangrijke vervanging plaats van arbeid door kapitaal om de stijgende arbeidskosten op te vangen. De negatieve spiraal - stijgende arbeidskosten, minder werkgelegenheid, hogere overheidsuitgaven (werkloosheid, brugpensioen), stijgende arbeidskosten - is gestopt, maar de arbeidskosten per eenheid product stijgen hier weer sterker dan in andere landen. De vraag is echter of stijgende arbeidskosten tot in het oneindige gecompenseerd kunnen worden door steeds meer en grotere kapitaalinvesteringen. Vlaanderen riskeert zijn aantrekkelijkheid voor specifieke economische activiteiten te verliezen. Vlaanderen telt bovendien te weinig universitairen in vergelijking met de EU en kampt met een ernstige braindrain. Maar Vlaanderen scoort vooral zwak voor de inzet van de productiemiddelen. Een gedeeltelijke verklaring is te vinden in de stringente regelgeving op de productie- en arbeidsmarkt. De regulering sluit voldoende marktwerking uit, zodat een grote mate van inefficiëntie blijft bestaan en nieuwe technologieën niet of later toegepast worden. Vlaanderen telt een bijzonder klein aantal ondernemers en heeft een nettoverlies aan ondernemingen. De administratieve lasten zijn hoog en er is een tekort aan risicokapitaal.