De Vlaamse paardensector bestaat uit 1750 bedrijven, waar 3500 mensen werken. Samen leveren ze een toegevoegde waarde van 219 miljoen euro. Dat blijkt althans uit de jongste economische studie, die al dateert van 2008. De crisis heeft daar zeker geen afbreuk aan gedaan. Het ledental van de Vlaamse Liga Paardensport, de overkoepelende organisatie voor alle paardendisciplines, steeg van 21.020 in 2008 naar 30.151 in 2012. En terwijl de West-Vlaamse paardentransporteur European Horse Services in 2008 nog een duizendtal paarden naar het buitenland vloog, waren dat er in 2013 niet minder dan 3000.
...

De Vlaamse paardensector bestaat uit 1750 bedrijven, waar 3500 mensen werken. Samen leveren ze een toegevoegde waarde van 219 miljoen euro. Dat blijkt althans uit de jongste economische studie, die al dateert van 2008. De crisis heeft daar zeker geen afbreuk aan gedaan. Het ledental van de Vlaamse Liga Paardensport, de overkoepelende organisatie voor alle paardendisciplines, steeg van 21.020 in 2008 naar 30.151 in 2012. En terwijl de West-Vlaamse paardentransporteur European Horse Services in 2008 nog een duizendtal paarden naar het buitenland vloog, waren dat er in 2013 niet minder dan 3000. Ook de sportieve prestaties spreken boekdelen. Op de laatste competitiedag van de jumping op de Olympische Spelen in Londen verschenen negen in België gefokte paarden aan de start. De recentste wereldkampioenschappen in Kentucky in 2010 werden gewonnen door de Vlaming Philippe Le Jeune en zijn Belgische paard Vigo d'Arsouilles. In 2006 werd Jos Lansink in Aken wereldkampioen. "De prestaties gaan de jongste jaren crescendo", vertelt Jan De Boitselier, de manager van het Vlaams Paardenloket, dat in 2009 onder impuls van Vlaams minister-president Kris Peeters werd opgericht. "Alles is begonnen met Darco, de hengst waarmee Ludo Philippaerts in 1992 een zevende plaats behaalde op de Spelen in Barcelona. Hij heeft het Belgische warmbloedpaard op de kaart gezet." Die successen zijn het resultaat van een evolutie die meer dan zestig jaar geleden werd ingezet. Na de Tweede Wereldoorlog stimuleerde kanunnik De Mey het paardrijden bij de boerenjeugd. Daarvoor reden alleen mensen van adel en militairen paard. "Eerst probeerde men Belgische trekpaarden te kruisen met volbloeden, maar dat bleef zonder resultaat", aldus De Boitselier. "Daarom ging men paarden kopen in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Daar ligt de basis van ons succes." "De buurlanden hebben zich blindgestaard op hun eigen bloedlijn. Duitse Holsteinse merries mochten alleen worden gedekt door Holsteinse hengsten. Ook de fokkers van het selle français, het Franse sportpaardenras, waren erg op zichzelf gericht. Vlaanderen daarentegen heeft zich voortdurend opengesteld voor andere fokgebieden. Uit al die rassen hebben we een superpaard gecreeerd. Specifiek voor de Vlaamse warmbloedfokkerij is ook haar sterke selectie op de sportieve kwaliteiten van de paarden en haar grote aandacht voor de gezondheid van de dieren." Genetische variatie is niet de enige succesfactor. De Boitselier: "De Belgische fokkers beschikken over een enorme vakkennis die stamt uit de traditie van het Belgische trekpaard, ons belangrijkste exportproduct tijdens het interbellum. Veel fokkers, trainers en ruiters hebben hun roots in het fokken van trekpaarden. Bovendien worden beroepen zoals dat van dierenarts en hoefsmid hier op een zeer hoog niveau uitgeoefend. Het klimaat en de grond zijn eveneens belangrijk. In Frankrijk, Italië en Spanje proberen ze tevergeefs warmbloedpaarden te fokken." Zelfs in de Verenigde Staten willen ze het Vlaamse succes evenaren, en dat lijkt evenmin te lukken. "Ik werkte een tijdje als paardenverzorgster in de Verenigde Staten", vertelt Katrien Van Miert, adjunct-manager van het Vlaams Paardenloket. "Daar krijgen veulens niet de kans om echt paard te zijn. Wij maken ze juist sterk door hen zo veel mogelijk tijd op de wei te gunnen en hen te laten rondrakkeren in groep." Katrien kreeg de passie voor paarden met de paplepel ingegoten van haar vader Frans Van Miert, de broer van de in 2009 overleden politicus Karel Van Miert. "Hij trainde paarden die anderen niet wilden opleiden. Zo kon hij zich opwerken en met steeds betere paarden fokken. Vorig jaar was het eindelijk zover: Eldiam de Rêve, een van onze hengsten, brak internationaal door. Mijn vader had hem verkocht aan een Ierse ruiter, die hem omdoopte tot Pacino. Ze behaalden mooie resultaten, maar Pacino is plots gestorven. Daarom gaan ze zijn genetisch materiaal nu klonen." Tot voor kort sprak klonen nog tot ieders verbeelding, maar vandaag kijkt niemand in de paardenwereld er nog van op. "Klonen is nog altijd geen gemeengoed geworden. De prijs loopt op tot honderdduizenden euro's per kloon", zegt De Boitselier. "Maar het is een manier om een tophengst die vroeg sterft te recupereren, of om de genen van een ruin (een gecastreerde hengst, nvdr.) door te geven. Embryotransplantatie is wel wijdverbreid. In dat domein heeft Vlaanderen met Keros een van de grootste gespecialiseerde bedrijven ter wereld. Dankzij embryotransplantatie hoef je geen sportpaarden in te zetten om te fokken. Bovendien kun je meerdere veulens van dezelfde merrie kweken. Vroeger namen goede merries deel aan wedstrijden en werd er gefokt met minder getalenteerde zussen. Ondertussen weten we dat er uit manke merries nogal wat manke veulens voortkomen. (lacht) Daarom fokt men nu zo veel mogelijk met de toppers zelf." Wat zo'n toppaard kost, blijft in mist gehuld. "De prijzen variëren van nul tot tien miljoen euro, maar ze worden zelden bekendgemaakt", stelt De Boitselier. "Bij het verlenen van vergunningen wordt nu wel rekening gehouden met de gerealiseerde inkomsten. Het africhten van paarden is door onze inspanningen erkend als landbouwactiviteit, waardoor ondernemers in de paardenbranche aanspraak kunnen maken op inplantingen in een landbouwzone. Jos Lansink moest vijf jaar wachten op zijn vergunning voor een nieuwe sportstal. Dat kunnen we in de toekomst vermijden. De overheid beseft dat de paardensport een belangrijke economische activiteit is." Al krijgt niet iedereen een even groot deel van de koek. Katrien Van Miert: "Als fokker moet je er genoegen mee nemen dat je een jong paard verkoopt voor een tiende van wat een handelaar er nadien voor krijgt. De meeste fokkers schieten er geld bij in." "Het komt erop aan ook de fokkerij te laten meeprofiteren van het succes van onze paarden. Want een hobby waar je arm van wordt, houd je niet vol. Als de handel aan de top goed draait, moet het manna ook neerdalen tot de bodem", vertelt Jan De Boitselier. De internationale paardenhandel is een piramide, met een select kransje handelaars aan de top. Een van hen is Axel Verlooy, die met zijn firma Eurohorse in Grobbendonk ongeveer honderd paarden per jaar verkoopt, van minder getalenteerde viervoeters tot topkampioenen. "Op de jongste vijf Olympische Spelen waren paarden van bij ons actief", zegt hij. "Wij kopen paarden tussen vijf en zeven jaar en laten ze door onze topruiters (Harrie Smolders en Jos Verlooy, de zoon van Axel Verlooy, nvdr.) naar een hoger niveau brengen. We trainen ze intensief en laten ze deelnemen aan internationale wedstrijden. Tussen negen en twaalf jaar bereiken ze hun beste niveau. Echte kampioenen zijn dan miljoenen euro's waard. In onze stallen staan permanent zo'n veertig paarden. Sommige blijven maar een week bij ons. De verkoopmarge van die kant-en-klare paarden is natuurlijk interessant." De meeste paarden die Grobbendonk verlaten, kosten tussen 20.000 en 100.000 euro. Maar de jongste jaren worden er steeds vaker topprijzen betaald. "Vroeger zat er elk jaar wel een paard van een miljoen euro bij, nu zijn dat er verscheidene per maand. De afzetmarkt voor springpaarden is stukken groter geworden, terwijl in het kerngebied nog altijd evenveel paarden worden gefokt. De Arabische landen hebben de prijs opgedreven, maar in aantallen blijven de Verenigde Staten het belangrijkst." Over de rol van de fokkers is Axel Verlooy duidelijk. "Zij moeten hun plaats kennen. Het is heel moeilijk van de paardenhandel een gesloten business te maken, van veulen tot toppaard. Kwaliteit komt voort uit kwantiteit. Fokkers moeten hun activiteit zien als een hobby. Om paarden naar het hoogste niveau te leiden, heb je de infrastructuur en de ruiters nodig, en die hebben de meeste fokkers niet. Wie in deze sector geld wil verdienen, moet in de handel stappen." Dat gebeurt dan ook. "De paardenbusiness is volop aan het groeien. Het is indrukwekkend hoeveel buitenlandse investeerders hier stallen opkopen. Wij moeten paarden steeds jonger kopen, anders worden ze door Chinese of Arabische handelaars voor onze neus weggeplukt." TOM MONDELAERS, FOTOGRAFIE JELLE VERMEERSCH"Vlaanderen heeft zich voortdurend opengesteld voor andere fokgebieden. Uit al die rassen hebben we een superpaard gecreëerd" Jan De Boitselier, Vlaams Paardenloket "Fokkers moeten hun activiteit zien als een hobby. Wie in deze sector geld wil verdienen, moet in de handel stappen" Axel Verlooy, Eurohorse "We mogen ons niet blindstaren op de succesverhalen, anders waren er veel rijke mensen in onze sector. De grote meerderheid komt nauwelijks rond" Stanny Van Paesschen, ex-ruiter en toptrainer