Zo berekende professor Wim Moesen van de KU Leuven, in opdracht van de Vlaamse minister van Economie, dat indien de groeicompetitiviteitsindex van de club van Davos zou worden berekend op Vlaanderen alleen, in plaats van op België, die dan veel beter zou scoren. Waar België de 31ste plaats bekleedde in 2005, zou Vlaanderen de 19de bekleden.
...

Zo berekende professor Wim Moesen van de KU Leuven, in opdracht van de Vlaamse minister van Economie, dat indien de groeicompetitiviteitsindex van de club van Davos zou worden berekend op Vlaanderen alleen, in plaats van op België, die dan veel beter zou scoren. Waar België de 31ste plaats bekleedde in 2005, zou Vlaanderen de 19de bekleden. Niet slecht zou men kunnen stellen. Echter drie randbemerkingen. Eén, België bezette vijf jaar geleden de 15de plaats. Dus België gleed van de 15de naar de 31ste plaats. Victorie kraaien over de relatieve verhouding tussen Vlaanderen en Wallonië is dan ook te beschouwen als een pyrrusoverwinning. Volgens dezelfde methode zou België in 2006 trouwens op de 33ste plaats belanden, berekende het Vlerickteam. Ten tweede, een groot aantal criteria die de basis zijn voor de berekening van de index, zoals bijvoorbeeld de macro-economische stabiliteit, bestaan gewoonweg niet op regionaal niveau. Ten derde, we vergelijken de regio Vlaanderen, met landen. Vlaanderen staat volgens die analyse op de vijfde plaats voor innovatie. Maar we vergelijken Vlaanderen met Frankrijk terwijl we Vlaanderen zouden moeten vergelijken met regio's zoals Ile de France of Grenoble. Als we er de European Innovation Scoreboard 2006 van de Europese Commissie op naslaan, die wel regio's vergelijkt, staat Vlaanderen op de 31ste plaats op 203 Europese regio's. Gezien de scheidsrechter in een vrijgevige bui is, wordt de goal aanvaard, tussenstand: één-nul. De goede positie van Vlaanderen in de groeicompetititiviteitsindex wordt hoofdzakelijk verklaard door die sterke prestaties op het vlak van innovatie, luidt de conclusie van de Davoseconomisten. Nochtans presteert Wallonië beter, stelde de minister-president van Wallonië onlangs. De O&O-uitgaven in de Waalse regio bedragen 75,92 euro per inwoner, 71,58 in Vlaanderen, wat de tussenstand op één-één brengt. Het Waalse cijfer is zeer hoog, onder meer door de (eenmalige?) inspanningen in het kader van het marshallplan, die het budget 2006 voor onderzoek met de helft deden stijgen (met 49,2 % om precies te zijn tot 259 miljoen) ten opzichte van de initiële kredieten. Daardoor komt de Waalse regio inderdaad aan 75,92 euro per inwoner. Maar het Vlaamse cijfer is veel moeilijker te achterhalen. In Vlaanderen wordt immers geen onderscheid gemaakt tussen de gemeenschaps- en gewestuitgaven zodat het cijfer van 71 euro nergens kan worden achterhaald, tenzij Wallonië over statistieken beschikt over Vlaanderen die Vlaanderen zelf niet heeft. Wel kan Vlaanderen berekenen dat zijn uitgaven voor O&O in 2006 969,8 miljoen bedroegen. Als we, om een objectieve vergelijkingsbasis te creëren, de cijfers van het Waalse gewest en de Franstalige gemeenschap samentellen en vergelijken met de Vlaamse, dan komen wij op 148,7 euro per inwoner voor Vlaanderen en 119,1 voor Wallonië. Overigens, in het hierboven besproken Europese innovatiescorebord komt Wallonië op de 69ste plaats. Dus gediskwalificeerd en het blijft één-nul. Veel belangrijker dan deze match is dat we in België voor 2005 slechts 1,82 % van het bbp realiseren aan O&O-inspanningen, terwijl dat in 2001 nog 2,10 % was. We zitten daarmee op het niveau dat de Verenigde Staten bereikten in de jaren vijftig. We glijden bovendien weg van de Lissabondoelstelling, die voorschrijft dat we 3 % moeten halen tegen 2010. Dit is een veel belangrijker debat waar we ofwel de moed moeten hebben om te zeggen dat dit niet meer haalbaar is ofwel een gezamenlijk (de verschillende regio's, de federale overheid en de privésector) innovatieplan moeten smeden dat ambi- tieuzer is dan de huidige acties. Maar dan komt het verlossende doelpunt. AWEX, het exportpromotieagentschap van Wallonië - de tegenhanger van Flanders Investment and Trade - liet weten dat het verheugd is dat Wallonië het beter doet dan Vlaanderen inzake export. De uitvoer nam in 2006 in Wallonië toe met 16 procent. Over de jongste tien jaar (1996-2006) was de gemiddelde groei 9,8 % tegenover 7,8 % in Vlaanderen. Eén-één verscheen op de reuzengrote Barcoschermen. In plaats van ons te verkneukelen in lief en leed bij de buur, zouden we niet beter onze energie steken in samenwerking? Wallonië is het grootste exportland voor Vlaanderen. Voor kleinere Vlaamse bedrijven vertegenwoordigt Wallonië 25 % van de "export" en voor grotere nog steeds 20 %. Wallonië beschikt over gekwalificeerde arbeidskrachten waar in Vlaanderen een schrijnend gebrek aan is als gevolg van de ontgroening (80.000 jongeren minder in tien jaar) en de vergrijzing (meer dan één miljoen Vlamingen boven de 65). De vraag zal dus niet zijn of Vlaanderen arbeidskrachten zal "invoeren", wel of zij Polen dan wel Walen zal invoeren. Wallonië heeft nog plaats zat om te investeren. Vlaamse bedrijven die daar investeren, delokaliseren niet, maar verhogen integendeel hun omzet in Vlaanderen. In plaats van tegen elkaar te spelen, winnen we er beide bij om te "spelen" met elkaar. Laat ons dus onze energie en belastingcenten investeren in een betere samenwerking. Bovendien zal zo de tewerkstellingsgraad in Wallonië stijgen en zullen de transfers automatisch dalen. Is dat te logisch om in werkelijkheid te worden omgezet of zou het teveel het handelsfonds van separatisten aantasten? De auteur is secretaris-generaal van het Vlaamse Departement Economie, Wetenschappen en Innovatie. Hij schrijft deze column in persoonlijke naam.Rudy Aernoudt