Eind deze maand presenteert Dirk Van Mechelen ( VLD), Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening, zijn beleidsnota aan het parlement. De verwachtingen zijn hoog gespannen. In opdracht van het kabinet stelden professor Wim Vanhaverbeke ( Limburgs Universitair Centrum) en zijn collega Peter Cabus ( KU Leuven) een Strategisch Plan Ruimtelijke Economie ( SPRE) op. Dat document bevat een staalkaart van de economische densiteit in Vlaanderen (zie figuur: Waar hebben bedrijven nog de ruimte?) en vormt de inspiratiebron voor het nieuwe uitzicht van onze deelstaat in de 21ste eeuw.
...

Eind deze maand presenteert Dirk Van Mechelen ( VLD), Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening, zijn beleidsnota aan het parlement. De verwachtingen zijn hoog gespannen. In opdracht van het kabinet stelden professor Wim Vanhaverbeke ( Limburgs Universitair Centrum) en zijn collega Peter Cabus ( KU Leuven) een Strategisch Plan Ruimtelijke Economie ( SPRE) op. Dat document bevat een staalkaart van de economische densiteit in Vlaanderen (zie figuur: Waar hebben bedrijven nog de ruimte?) en vormt de inspiratiebron voor het nieuwe uitzicht van onze deelstaat in de 21ste eeuw. Uit de nota blijkt dat Vlaanderen vorig jaar een nettotekort van 965 hectare bouwrijpe terreinen had om een minimumaanbod te kunnen garanderen. Vanhaverbeke: "Het tekort houdt al een decennium aan. Daardoor heeft Vlaanderen tussen 1994 en 2001 tussen 20.000 en 25.000 potentiële jobs gemist. Voor de komende drie jaar schatten we het verlies op 8358 tot 11.212 banen. De huidige vraag tegen 2017 bedraagt 11.450 hectare. Als de overheid vasthoudt aan het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen ( RSV), komen we slechts aan 7124 hectare. De verschillen wijzen op de pijnlijke noodzaak om het huidige beleid over ruimte voor bedrijvigheid bij te sturen." "In de hele provincie Antwerpen is al meer dan drie jaar geen enkel industrieterrein van enige omvang meer te vinden," bevestigt projectontwikkelaar Gust Van den Borne, voormalig topman van het bouwbedrijf Cosimco (nu Accentis Groep). "Ik heb vandaag nog een brief van een Nederlandse investeerder gekregen op zoek naar vijftien hectare in de Antwerpse haven. Maar ik moet hem tot mijn spijt opnieuw teleurstellen. Er is nog ruimte beschikbaar, maar telkens botsen we op planologische bezwaren. Zo ligt de transportzone langs de E19 aan de grensovergang in Meer volgens het RSV buiten het stedelijke gebied van Hoogstraten. Daardoor is elke poging van Hoogstraten tot nieuwe ontwikkelingen voorlopig vruchteloos gebleven." Nochtans beschouwt het SPRE de zone wel als een belangrijk kerngebied. Van den Borne: "Door het gebied als industriegrond in te kleuren, wordt geen natuur vernietigd. Daar zitten geen kikvorsen, noch Afrikaanse sprinkhanen. Bovendien zal elke boer uit de omgeving blij zijn dat hij zijn kavels kan verkopen, want kleinschalige landbouw levert niet meer genoeg op. Intussen breiden de Nederlanders hun transportzone aan de overkant van de grens wel uit en lopen wij steeds meer economische achterstand op. Dat kost ons een pak werkgelegenheid."Daarom pleit het SPRE voor de uitbreiding van regionaal stedelijke gebieden, want daar is de nood aan indu-strieterreinen het grootst. Rik Menten, verantwoordelijke ruimtelijke ordening van de Kamer van Koophandel Antwerpen-Waasland ( Voka): "Bovendien ontlast je de Vlaamse Ruit tussen Antwerpen en Brussel, die met grote mobiliteitsproblemen kampt. Zo biedt de Voorkempen ten noordoosten van Antwerpen nog heel wat mogelijkheden. Bovendien is die regio goed gelegen dankzij de nabijheid van de haven, twee autosnelwegen, een spoorlijn en het kanaal Antwerpen-Turnhout. Maar daar beperkt het RSV de ruimte om te ondernemen tot maximaal vijf hectare." De strikte regelgeving fnuikt de expansieplannen van vele lokale ondernemers in de Voorkempen. "Door onze gunstige locatie tussen Antwerpen en Breda willen veel vennootschappen zich in onze gemeente komen vestigen," zegt burgemeester Jos Janssens van Brecht, tevens gedelegeerd bestuurder van het gelijknamige bouwmaterialenbedrijf. "Maar omdat we in het buitengebied zitten, botsen we telkens op het RSV. Voor de zonevreemde bedrijven hebben wij een sectoraal Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) opgesteld, maar de provinciale administratie van ruimtelijke ordening ligt dwars. Na de nodige aanpassingen hopen wij toch nog de goedkeuring te krijgen. Maar veel zoden zal deze maatregel niet aan de dijk zetten. Uitbreiding van bestaande activiteiten is bijna niet mogelijk. We krijgen er van de overheid zelfs geen ambachtelijke zone meer bij." Een van de gedupeerde ondernemingen is Jochems, gespecialiseerd in betonnen ondervloeren (veertig werknemers, omzet 5 miljoen euro). Gedelegeerd bestuurder Jan Jochems: "Ondanks onze goede verstandhouding met de buren en de steun van het gemeentebestuur mogen wij geen magazijn bijbouwen, omdat we in een landbouwzone liggen. Nochtans evolueert onze sector naar vloeibare technieken. Daarom willen wij investeren om de toekomst van ons bedrijf veilig te stellen. Nu blijven we noodgedwongen ter plaatse trappelen en dreigen we een achterstand op onze concurrenten op te lopen. Een andere locatie zoeken, is geen alternatief, want je verhuist toch niet zomaar een installatie van meer dan 1 miljoen euro." Zijn collega Jan Doms van bouwbedrijf Doms (32 werknemers, omzet 3,6 miljoen euro) vertelt een gelijkaardig verhaal. "De vooruitzichten zijn zeer goed. Daarom hebben we in 2001 een uitbreiding van 1500 vierkante meter aangevraagd. Maar omdat we in een landbouwzone liggen, krijgen we geen toelating. Ondanks onze exploitatievergunning tot 2013 veroorzaakt die administratieve weigering grote rechtsonzekerheid." Ook Johan De Bruyn, gedelegeerd bestuurder van aannemer Reno Art (veertig werknemers, omzet 7 miljoen euro), zit met de handen in het haar. "Het bedrijf ligt verspreid over drie locaties. Naast onze schrijnwerkerij in Brecht hebben we nog een kantoor in Sint-Job-in-'t-Goor en een werkplaats in Kalmthout. Om praktische redenen willen we nu alle activiteiten groeperen in Brecht. We zijn bereid 1,5 miljoen euro in vijf jaar tijd te investeren. Maar de provincie doet moeilijk vanwege de zonevreemde ligging. Ik begrijp dat er een einde moest komen aan de wildgroei, maar een beperkte uitbreiding moet toch mogelijk blijven." Tussen Antwerpen en Brussel is de situatie niet veel beter. Terwijl honderd hectare industriegronden van de voormalige steenbakkerij Swenden in Rumst onbenut blijven wegens hun landschappelijke ligging, sleept de ontwikkeling van de oude site van Alken Maes in Waarloos al ruim vier jaar aan. Toen de brouwerij eind jaren negentig aankondigde de Antwerpse productieafdeling in 2003 te sluiten, zocht en vond de directie samen met de vakbonden een oplossing voor de gedupeerden: de bouw van een nieuwe administratieve zetel annex distributiecentrum met een industrieel park voor KMO's. Maar opnieuw gooide de kwalificatie van buitengebied roet in het eten. Een BPA drong zich op. Jammer genoeg stak de overheid spaken in de wielen, zei een ontgoochelde Rudy De Hainaut, voormalig directeur-generaal van Alken Maes, eerder dit jaar in Industrie Magazine: "Alle werken zijn tot in de puntjes voorbereid, we hebben de nodige exploitanten gevonden, er zijn akkoorden met investeerders die 750 miljoen euro willen neertellen, maar we krijgen geen bouwvergunning." In april gaf de gemeenteraad uiteindelijk toch zijn zegen aan het project. Eén maand later volgde het fiat van minister Van Mechelen. Maar gefrustreerd door alle publieke tegenkanting en de lange onzekerheid zijn de Schotse eigenaars van de brouwerij en hun investeerders gaan twijfelen. Als voorbeeld van de huidige malaise in onze ruimtelijke ordening verwijst Erwin Lammens, directeur ruimtelijke economie van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij ( Gom) voor Vlaams-Brabant naar de bedrijvenzone Westrode in Meise. "Dat terrein van tachtig hectare staat al sinds 1976 als industriegebied ingekleurd. Ondanks de investering van 12,5 miljoen euro aan onteigeningen en de afspraak met het departement wegeninfra- structuur om de aanpalende A12 te ontsluiten, staat de administratie van stedenbouw weigerachtig tegenover de ontwikkeling. Al drie jaar lang zoeken we samen met de provincie en de intercommunales naar een concrete oplossing. Maar hiervoor hebben we de principiële goedkeuring van de Vlaamse regering nodig. Spijtig genoeg laat die beslissing nog altijd op zich wachten." Ten slotte scoort zelfs de hoofdstad slecht wat ruimtelijke economie betreft. Zo blijft de ontwikkeling van het gebied rond de luchthaven van Zaventem - dé poort van Vlaanderen - achterwege. Lammens: "Nochtans is 50 tot 75 % van de particuliere werkgelegenheid in de regio - tussen 57.830 en 72.023 jobs - afhankelijk van de aanwezigheid van de luchthaven. Maar deze groeipool blijft kwetsbaar als gevolg van een slechte bereikbaarheid. Jammer genoeg blijft de overheid ruziemaken over een strategisch plan voor de regio. Daarom stellen wij voor dat de Gom samen met luchthavenbeheerder Biac een nota opstelt, zodat de nodige beleidsmaatregelen genomen kunnen worden." Eric Pompen"Elke boer uit de omgeving zal blij zijn dat hij zijn kavels kan verkopen, want kleinschalige landbouw levert niet meer genoeg op.""Intussen breiden de Nederlanders hun transportzone aan de overkant van de grens wel uit. Dat kost ons een pak werkgelegenheid."