"Het debat over eventuele aanpassingen aan de woonbonus is geopend", klonk het verleden week laconiek bij Kris Peeters (CD&V). De Vlaamse minister-president reageerde op een nota van de Vlaamse administratie waarin staat dat de woonbonus, vanaf 2014 een Vlaamse bevoegdheid, onbetaalbaar wordt. "Vreemd", reageert Luc Machon van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars. "Iedereen in de sector vraagt al lang meer duidelijkheid over de regionalisering van de woonbonus. Mensen die een huis bouwen of kopen moeten gissen welke richting het fiscaal uitgaat. Maar een probleem is blijkbaar pas een probleem als de minister-president dat vindt."
...

"Het debat over eventuele aanpassingen aan de woonbonus is geopend", klonk het verleden week laconiek bij Kris Peeters (CD&V). De Vlaamse minister-president reageerde op een nota van de Vlaamse administratie waarin staat dat de woonbonus, vanaf 2014 een Vlaamse bevoegdheid, onbetaalbaar wordt. "Vreemd", reageert Luc Machon van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars. "Iedereen in de sector vraagt al lang meer duidelijkheid over de regionalisering van de woonbonus. Mensen die een huis bouwen of kopen moeten gissen welke richting het fiscaal uitgaat. Maar een probleem is blijkbaar pas een probleem als de minister-president dat vindt." De woonbonus is een hypotheekaftrek, waarbij een vast bedrag wordt afgetrokken van de inkomsten. Op die verlaagde basis wordt dan belastingen geheven. De gewesten zijn echter enkel bevoegd om belastingverminderingen toe te staan, geen aftrekken. Dat is een vermindering van de te betalen belasting, nadat aftrekken al in rekening werden gebracht. Volgens Jef Wellens, fiscalist bij Kluwer, moet de federale regering de omslag van belastingaftrek naar belastingvermindering nog regelen, en dat voor de staatshervorming van kracht wordt. "Anders kan de woonbonus niet zonder meer door de gewesten worden overgenomen", poneert hij. De federale regering moet dan ook nog beslissen of de vermindering geldt tegen een marginaal tarief (tussen 25 en 50 procent, naargelang van de inkomsten) of tegen vast tarief van 45 procent. Ook moet duidelijk worden vanaf wanneer leningen onder het nieuwe stelsel vallen. "De federale regering moet snel knopen doorhakken over de woonbonus", vervolgt Wellens. "Kiest ze voor het marginale tarief, dan blijft het systeem zoals het nu bestaat in feite doorlopen en zullen de kosten verder toenemen." "Maar zolang er geen zekerheid is, beroert dit debat potentiële kopers of bouwlustigen. Vlaams minister van Wonen Freya Van den Bossche (sp.a) oppert om de woonbonus met 50 procent op te trekken voor doelgroepen. Dat zal de overheid nog meer kosten. Tenzij de minister het belastingvoordeel voor andere gezinnen sterk wil doen dalen. Maar dat moet dan ook gezegd worden." Wellens wijst erop dat het federale regeerakkoord al een aanzet geeft om de woonbonus bij te sturen tot een vast tarief van 45 procent. Het relatief hogere belastingvoordeel voor hogere inkomens zou worden beperkt. "Maar dat is nog niet gebeurd, zodat gezinnen met een laag inkomen nog altijd relatief minder fiscaal voordeel genieten." Dat de woonbonus onbetaalbaar wordt voor de gewesten, viel nochtans te voorspellen. Vorig jaar verscheen de 'Studie naar het belang van het consumentenkrediet en het hypothecaire krediet voor de Belgische economie' van professor Nancy Huyghebaert (KU Leuven). Zij toonde aan dat de woonbonus op kruissnelheid (dus zodra als alle woonleningen onder het nieuwe stelsel vallen) de overheid 4,9 miljard euro per jaar zou kosten. "De federale regering draagt echter maar 1,5 miljard euro over naar de deelstaten om deze fiscale last te financieren", zegt Huyghebaert. "Omdat de last elk jaar stijgt, wordt het systeem op termijn onbetaalbaar. Ik kreeg geen reactie toen ik mijn studie bezorgde aan de overheden. Nu beseft men blijkbaar pas echt de impact." "Natuurlijk wist de politiek dat er gewoon geen centen zijn om de woonbonus in stand te houden", denkt professor Jef Vuchelen (VUB). "Maar op een enkeling na, had niemand de moed te zeggen waar er dan gesnoeid moest worden. De eigen woning ligt bij de Belg nu eenmaal extreem gevoelig. Dit debat ontlopen, is een goedkope manier om stemmenverlies te vermijden." "De federale regering had twee manieren om de ontsporing te counteren", zegt Wellens. "De harde, maar nette, manier was degene die ze ook toepaste voor de fiscale energiesubsidies. Op een bepaald moment besefte de regering dat die de schatkist op termijn honderden miljoenen zouden kosten. En dus werd de belastingvermindering voor zonnepanelen en tutti quanti eerst federaal afgeschaft, en pas dan overgedragen naar de gewesten. Het was netjes geweest mocht de federale regering de woonbonus eerst gesaneerd, om hem dan over te hevelen. Maar ze koos voor de tweede mogelijkheid: het probleemdossier doorschuiven naar de gewesten." "Iedereen wist zeer goed dat de financiering van de woonbonus onhoudbaar was", beaamt de Leuvense professor Erik Buyst. "Dus werd de hete aardappel doorgeschoven naar de regio's. Da's handig: een moeilijk federaal dossier wordt plots een probleem voor de Vlaamse regering." "Het zou me niet verbazen als dit zeer bewust gebeurde", vreest Luc Machon van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars. "De onbetaalbaarheid van het stelsel zou ooit een feit worden. De operatie is in elk geval onvoldoende doorgerekend. De Vlaamse regering moet de aanpassing zeer voorzichtig doorvoeren, want een brute wijziging kan tot catastrofes leiden op de woningmarkt." Wellens wijst erop dat elke overdracht van fiscale bevoegdheden (zoals de successierechten) naar Vlaams niveau doorgaans gepaard ging met een verlaging van de belasting. "Nu wordt het wellicht onmogelijk om zelfs maar alles bij het oude te laten", denkt hij. "De vraag is ook wanneer hierover duidelijkheid komt. Als de bevoegdheidsoverdracht zoals gepland wordt uitgevoerd, kan een nieuwe Vlaamse regering perfect eind 2014 een minder voordelig woonbonusstelsel invoeren, dat dan geldt voor alle hypotheekcontracten gesloten in dat jaar en zelfs vroeger. Dat is juridisch mogelijk. Maar politiek is het zelfmoord." Minister Van den Bossche stelt voor om de fiscale aftrek te vervangen door een belastingvermindering tegen een vast tarief van 45 procent. "Maar dat is niet voldoende om het stelsel betaalbaar te houden", reageert professor Huyghebaert. "Dat betekent een besparing van amper 3 procent op de totale kostprijs van het fiscale voordeel (1,8 miljard euro, nvdr.). Het marginale belastingtarief voor mensen die een woning aankopen, bedraagt gemiddeld 46,09 procent. Gezinnen met een zeer laag marginaal belastingtarief, kunnen zich geen eigen woning permitteren. Zij huren hun huis." Huyghebaert schaart zich wel achter het idee van Van den Bossche om het fiscale woonvoordeel selectiever te verlenen. "Een van de drie kredietdossiers wordt vandaag ingediend door een enkele persoon", zegt de professor. "Een koppel kan echter twee keer van het voordeel genieten. Als er geen geld is, moet de politiek keuzes maken. Het systeem van de fiscale woonsubsidie moet getoetst worden aan sociale parameters. Daar dient een beleid voor." Huyghebaert legt twee alternatieven op tafel. De aftrek kan gelden voor de woning, en niet voor de belastingplichtige. Dat vermijdt het dubbele voordeel voor koppels. Of de indexering van de maximale aftrek kan worden afgeschaft, omdat ook de aflossingen voor een lening niet geïndexeerd worden. In dat geval is het voordeel groter in de beginperiode van de lening, als de gezinnen deze steun het beste kunnen gebruiken. Jef Vuchelen pleit voor een meer radicale aanpak. "Voor je een fiscaal voordeel creëert, moet je weten wat het doel is", betoogt hij. "Wil je de verwerving van een woning stimuleren, of de bouwsector? Dat kan minder omslachtig door de belasting te verlagen. Via allerhande fiscale incentives op maat van een of andere lobby een belastingsysteem verbouwen, is de verkeerde aanpak. Er is nood aan een radicale belastinghervorming. Schaf de woonbonus af. Een flat tax is rechtvaardiger, eenvoudiger en dus goedkoper." Zo'n hervorming is in theorie mooi, maar door de versnippering van fiscale bevoegdheden moeilijk te realiseren. "De Vlamingen kunnen in het kader van federale onderhandelingen toch zo'n verlaagde belasting doordrukken", weerlegt Vuchelen. "Dat kan leiden tot een belasting die niet uitgaat van progressiviteit, zoals Franstalig België wil, maar van productiviteit. De Vlaamse regering kan ook al ver in die richting gaan, zeker als de fiscale autonomie -- zoals te verwachten -- verder wordt gerealiseerd. Als Vlaanderen gewoon kopieert wat in België gebeurde, is de fiscale autonomie een maat voor niets." HANS BROCKMANS, FOTOGRAFIE PAT VERBRUGGEN