“Vlaanderen is te rijk voor grote literatuur”

Is de boekenbranche gezond of op de knieën gedwongen door internet, video of spelletjes? Angèle Manteau (90) en Godfried Lannoo (73) delen decennia deskundigheid in het vak. In eenklank betreuren ze het amateurisme van de overheid en de kleinschaligheid van het boek in Vlaanderen. Heeft de uitgever van boeken nog toekomst?

De eerste lentedagen zetten het boek in de zon. De boekenschat van oud-uitgeefster Angèle Manteau (90) wordt in de volgende dagen geveild. De Gouden Uil vliegt tijdens het weekeinde in de handen van een bekroonde auteur. Op haar negentigste debuteerde Manteau met een fraai boek (‘ Ja, maar mevrouw, deze schrijven Nederlands‘). Mooie momenten voor de letterenminnaars. Zij kunnen niet verbergen dat de fusies, de strijd om de markt, de nieuwe distributiekanalen, de moeilijke doorbraak van het Vlaamse boek buiten de grenzen lange schaduwen werpen op het vak. De nettojaaromzet van de Vlaamse uitgevers bedraagt 7 miljard frank. Deze omzet is gelijk aan de jeansverkoop van Levi Strauss in België.

Angèle Manteau woont en leest tussen gouaches en pentekeningen bij Ter Muren in Aalst, een plek die Louis-Paul Boon vereeuwigde. Met Godfried Lannoo voerde zij voor Trends een breed gesprek over hun passie voor het boek. Onderweg toont Lannoo een penning die hij altijd op zak heeft; uit het koper straalt de belijdenis Alles bessere verdanke ich den Büchern, een motto van Maxim Gorki.

Godfried Lannoo (73) is voorzitter van de raad van bestuur van Lannoo, de sterkst geprofileerde Vlaamse uitgever (omzet: 1 miljard frank) met nog immer plannen voor expansie, export en overnames. Is Angèle Manteau oud, té oud, uitgeteld? “Ik voel me niet oud, hoewel ik er zo uitzie. Het spijt me zeer, maar ik heb nog veel plannen.”

In Nederland en in België zijn er telkens twee kijkdagen voor de 1500 boeken uit Manteaus privé-bezit. Uitgeverij Manteau was een gespecialiseerde literaire uitgever. Minister Bert Anciaux (VU&ID) liet horen geld te hebben voor de aankoop van belangwekkende werken. Manteau: “Anciaux vertelt wel eens meer dingen. De minister zou beter dat geld gebruiken om aan de auteurs in Vlaanderen het al lang geëiste uitleenrecht toe te kennen.”

TRENDS. Wie heeft nog het lef om een uitgeverij te beginnen in België? Verpesten de Nederlandse mediaconcerns met hun overnames, kostencalculaties, ruzies, gouden handdrukken en groeiende marketingbudgetten niet de stiel?

ANGÈLE MANTEAU. “De Nederlandse mediaconcerns gaan dramatisch slecht om met hun Vlaamse overnames. De rekken van de Nederlandse boekhandelaars zitten propvol. Waarom zouden zij een inspanning doen om daar ook nog Vlaamse boeken aan toe te voegen? Ik had jaren geleden begoochelingen over het succes van het Vlaamse boek in Nederland. Ze moeten ons daar niet.”

GODFRIED LANNOO. “In de jaren zestig en zeventig koesterden we grote verwachtingen in de Vlaamse uitgeverswereld. We zouden groeien, sterker en machtiger worden. Die droom is maar gedeeltelijk in vervulling gegaan. Vlaanderen heeft nooit het financiële vernuft opgebracht voor een zelfstandige, sterke uitgeefsector.

“Er blijven enkele vinnige kleinere uitgevers actief in Vlaanderen – bijvoorbeeld Clavis, Garant, Uitgeverij P – en die moeten groeien. Groeien beduidt concreet voor hen dat ze een parel dreigen te worden die klaar is voor de inlijving bij een breed mediaconcern.

“De kleine uitgeverijen verrijken het landschap, maar hun overlevingskansen in ons land zijn zeer gering. Als je expandeert, ontdek je de noodzaak van meer communicatie, meer marketing en meer verkoopinspanningen. Zoiets kost handenvol geld. Lannoo boekt een goede omzet en is een professioneel bedrijf. Hoe vaak moeten we echter niet aan elkaar bekennen dat we te klein zijn om een grote uitgeverij voor te stellen en te groot om ons een kleine uitgeverij te noemen. Wij hebben nog een lange weg af te leggen in Vlaanderen om uitgeverijen uit te bouwen met een dimensie van een Hachette of Bertelsmann.”

Een uitgever is geen kruidenier, verklaarde Jan Pieter Klautz in 1937, mededirecteur van uitgeverij Elsevier. Eind van de jaren ’90 werd Morris Tabaksblat van Unilever – consumentenproducten – voorzitter van Elsevier. Wordt de spanning tussen cultuur en handel zwaarder om te trotseren?

LANNOO. “Vaak wordt vergeten dat wij ondernemers in cultuur zijn. Ik ben een intellectueel kind van Andries Vlerick en zijn ophemeling van de entrepreneur. Voor mij is het ontzettend belangrijk om een positieve balans voor te leggen. Wij dansen op het slappe koord tussen cultuur en commercie. Mooie boeken uitgeven is één, maar een deskundig beleid uitwerken is minstens even belangrijk. En inderdaad, de jacht op omzet, oplages en winst groeit.”

MANTEAU. “Ik noemde me makelaar in communicatie en dat klinkt mooi als bij Multatuli. Wat betekenen wij naast een Koninklijke Shell of een Hoogovens?”

In zijn recente memoires schrijft Jason Epstein, de uitvinder van de paperback, dat “het uitgeven opnieuw een huisindustrie kan worden”. Gaat u daarmee akkoord?

MANTEAU. “Boeken uitgeven is van nature een huisindustrie, een cottage industry. Zie dat niet als iets romantisch: ook huisnijveraars kunnen goede cijferaars zijn.”

LANNOO. “Door kleine toestellen voor printing-on-demand in de huiskamer zou ooit fors kunnen worden gesneden in de productie- en verkoopkosten van boeken, wat ons opnieuw letterlijk zou voeren naar de beginperiode van het uitgeven. De improvisatie is voorbij in het vak en toch moeten ook wij nog elk jaar onze paasbiecht gaan spreken bij De Slegte. Hoewel we er ons van bewust zijn dat het marktverstorend werkt, leveren we jaarlijks duizenden boeken aan de ramsj. Het gevolg van foute uitgeversbeslissingen. Vroeger lag een manuscript na enkele dagen op de pers. Nu is de productietijd nihil en de preparatie en herschrijving van een manuscript vraagt soms negen maanden. Ach, een uitgever is zot van zijn vak, er zit romantiek in, weze het met kleine lettertjes. Books are different, want er kleeft altijd een cultureel aspect aan vast.”

Is specialisering de natuurlijke oplossing voor Vlaamse uitgevers?

LANNOO. “Een niche is op de duur aanleiding tot een bestendiging van het amateurisme.”

MANTEAU. “Toen ik mijn uitgeverij had, waren Orion, Ontwikkeling en Heideland mooie kleine uitgeverijen met typische boeken. Alle drie zijn ze failliet gegaan en Manteau werd overgenomen door een Nederlandse groep. Intreurig.”

LANNOO. “Als de Nederlandse kleine uitgever goed zijn werk doet, wordt ook hij opgeslorpt, misschien als specialistische, half-autonome partner in een concern.”

Verschijnen er te veel boeken?

LANNOO. “Bij ons komt er per werkdag één boek op de markt. Ik vraag geregeld: jongens, is dat niet te veel? Een heel belangrijke functie van een uitgever is om neen te zeggen, dat leerde ik al van mijn vader. Op honderd ongevraagde manuscripten worden er door ons nauwelijks een paar uitgegeven. Dat houdt in dat je één gelukkige maakt en bijna honderd ongelukkigen.”

MANTEAU. “Ik heb alle bewondering voor mensen die zich geroepen voelen om te schrijven. Bij uitgeverij Manteau ontving ik elke dag een manuscript. Maar ik gaf voorrang aan de auteurs van de eigen stal.”

Internet, spelletjes en televisie knabbelen bestendig aan de boekenverkoop. Hoe kan de boekensector daar tegenop?

MANTEAU. “Met die ontwikkelingen zullen we moeten leren leven en zij schrikken mij niet af. Ik heb gelijkaardige paniekverhalen gehoord bij het doorbreken van de radio, de plaat, de bioscoop. Het boek is er nog steeds.”

LANNOO. “Het vertrouwen in het boek neemt opnieuw toe. Dat zie ik op de jaarlijkse boekenbeurs in Frankfurt. Bij Lannoo twijfelen wij niet meer. Onze reisboeken draaien bijvoorbeeld goed, hoewel alle hotels van Parijs, Londen, Barcelona enzovoort op internet staan. In winkels voor informatica staan de rekken met de gedrukte handleidingen in het gelid.”

Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux en minister van Economie Charles Picqué zouden de vaste boekenprijs na jaren van discussie en treuzelen opleggen?

MANTEAU. “Het is erg betreurenswaardig dat die vaste boekenprijs zo lang op zich heeft laten wachten. Daardoor werden belangrijke kansen verspeeld voor de boekhandels en de Vlaamse uitgevers. Nagenoeg alle landen hanteren een vaste boekenprijs. Een vaste boekenprijs is een noodzaak, want boeken zijn en blijven de basis van het geestesleven.”

LANNOO. “We zijn 25 jaar bezig met de vaste boekenprijs. Ik ben blij dat hij op komst zou zijn. Maar de vaste prijs komt te laat voor de boekhandelaars in Vlaanderen. Ieder jaar sluit een aantal keurige boekenzaken omdat ze failliet gaan, gekocht worden door een keten of moedeloos de deuren sluiten. Het percentage van boeken dat Lannoo verkoopt aan de echte boekhandel krimpt; meer en meer boeken belanden bij de ketens en in de warenhuizen. Het aanslepen van de kwestie is een Belgisch probleem: Vlamingen en Franstaligen denken immers anders over de boekenprijs, het uitleenrecht, het onderbrengen van de boekenpolitiek bij het ministerie van Economische Zaken of Cultuur enzovoort.”

MANTEAU. “Kijk naar Nederland en zijn boekhandels. Elke stad heeft daar een kloeke, goedgevulde zaak met veel klandizie. Een boekhandelaar in Nederland verdient door de vaste boekenprijs zijn brood. In Vlaanderen is de situatie van de boekhandel erbarmelijk. Ik ben op mijn negentig gedebuteerd bij Standaard Uitgeverij. Stel u voor: het boek is niet eens te vinden bij Standaard Boekhandel. Ik weet zoals de andere ingewijden dat er tussen beide ondernemingen geen band meer is, maar het zet je toch aan het denken. Je vindt mijn boek bij De Plukvogel, Walry en Fnac. Als mijn vrienden in een andere boekhandel stappen, horen ze van de verkoper: het is uitverkocht.”

Verpietert het boek in Vlaanderen op een té kleine thuismarkt?

LANNOO. “De scheiding van de Nederlanden in de zeventiende eeuw is voor onze cultuur en letterkunde een drama. We hadden op politiek en cultureel gebied een wereldmacht kunnen zijn. We werden in de literatuur twee aparte landen. Over twintig jaar moeten we, ondanks dat drama, komen tot een Nederlands-Vlaams Commonwealth.”

MANTEAU. ” Ludo Simons stuurde me zijn nieuwe noord-zuidboek Antwerpen-Den Haag Retour. Ik schreef hem een brief terug met de bedenking: bij Roosendaal gaapt een Grand Canyon tussen zuid en noord.”

LANNOO. “Mijn vader exporteerde kisten Nederlandse boeken naar Nederlands-Indië, Detroit, Zuid-Afrika en Belgisch-Congo. We trachten ons te weren en hebben een filiaal in Franstalig België, Racine, en een dochter in Nederland, Terra. Racine is vandaag de toonaangevende uitgeverij in Franstalig Belgë. Maar om mee te tellen in Parijs heeft ze het nog moeilijker dan Lannoo in Amsterdam.”

MANTEAU. “Je vindt in Amsterdam meer Engelse dan Vlaamse boeken.”

LANNOO. “Dat kan ik aanvullen met de vaststelling dat je in Brussel eveneens makkelijker Engelse dan Nederlandstalige boeken vindt.”

MANTEAU. “In De Standaard schreef Marcel Van Nieuwenborgh terecht en grappig dat je bij een brand in de Brusselse City 2 het snelst buitengeraakt langs de Vlaamse boekenrekken. Die zijn bijna leeg en dus slentert er geen volk.”

LANNOO. “Bijna al onze boeken worden vandaag aangeboden in Nederland. Vlaanderen telt zes miljoen inwoners en Nederland zestien miljoen. Veel van onze boeken worden op de markt gebracht in co-editie met een Nederlandse uitgever. Ooit beloofde de Wetstraat om een studie te laten maken over de penetratie van Vlaamse boeken in Nederland. We wachten op de invulling van die belofte. Zowel Matthias, mijn zoon, als Lieven Sercu en Luc Demeester, twee topmedewerkers, bezoeken wekelijks Nederland. Het Davidsfonds en Lannoo vechten in Nederland en worden daar niet ernstig genomen. We weten dat je presentexemplaren niet vanuit Tielt mag sturen of ze worden amper opengeslagen.”

Vlaamse auteurs verkopen zich graag aan Nederlandse uitgevers. Hoe kan een eigen stal worden opgebouwd?

MANTEAU. “De Vlaamse auteurs die voor het grote succes weghollen van bij Vlaamse uitgevers naar de Amsterdamse grachtengordel maken zich illusies. Kijk naar de boekenlijstjes van het Nederlandse vakblad Boekblad. In de toptien van Bijenkorf of V&D zie je geen Vlamingen of hoogstens een handvol ‘klassiekers’ als Hugo Claus, Kristien Hemmerechts en Herman de Coninck. Punt uit. Waar blijven bijvoorbeeld Jef Geeraerts, Herman Brusselmans en Tom Lanoye? Het jeugdboek Broere van Bart Moeyaert valt wel in de literaire prijzen, maar volgt het Nederlandse publiek?”

LANNOO. “Op dat vlak gaan we d’r niet op vooruit. Stijn Streuvels, Willem Elschot, Guido Gezelle en Felix Timmermans werden groot en populair in Nederland door de uitgevers van boven de Moerdijk toen wij nog onze energie in de taalstrijd moesten steken.”

MANTEAU. “Onze kleine markt is de grootste handicap van het Vlaamse boek. Die situatie delen we met de Denen, de Noren en de Zweden.”

De schrijver wordt meer en meer een showman. Wie het talent van de toneelspeler mist, verkoopt blijkbaar geen papier?

MANTEAU. “Ik kijk daar niet negatief of cultuurpessimistisch op neer.”

LANNOO. “Voor de uitgever is het opperste verdriet dat een boek wordt doodgezwegen. Bij Lannoo houden wij van interviews en beperkte voorpublicaties. Een nieuwe en steeds belangrijker wordende factor bij ons is de communicatie. Wij hebben 600.000 eigen boeken in voorraad. Die moeten weg. Nu is er al bij elk boek, als het enigszins kan, een doopplechtigheid. Le plaisir de se voir imprimé is onuitroeibaar.”

De bestsellers worden gehypt, sterretjes gemasseerd. Is de uitgever van nu een marketeer?

MANTEAU. “Hier geldt de 20/80-regel. Ik maakte tachtig procent van mijn omzet met twintig procent van mijn boeken. De rest was matig wat de verkoopcijfers betrof. Een dichtbundel in Vlaanderen op 300 exemplaren vind en vond ik goed en wonderlijk. Alles in verhouding doen de letterlievender Angelsaksische landen daar niet beter.”

LANNOO. “Het masseren van sterretjes is een feit. Een uitgever kan echter niet alleen van beststellers leven en daarrond alles opbouwen.”

MANTEAU. “Godfried, jij bent grootvader. Je kleinkinderen zullen je overtuigen om Brusselmans uit te geven. Brusselmans vind ik persoonlijk niks: hij is performance zonder inhoud. Hij begint met ik en eindigt met ik. Voor Lanoye heb ik een zwak: hij hanteert een goede taal en het verschil met Brusselmans is hemelsbreed. Tom is een natuurlijke performer. Ik ben geen couturière, dus Brusselmans zal me na die veroordeling wel gerust laten.”

Boeken en de boekenbranche worden gemakshalve gelijkgesteld aan romans, aan de hoge literatuur. Maar klopt dat beeld wel?

MANTEAU. “De neiging is groot en verlokkelijk om enkel het literaire boek te loven en ernstig te nemen. Dat is uiteraard dwaas. Het beste bewijs is Lannoo. Ook non-fictie als reisboeken, journaals, verhandelingen zijn waardevol en beantwoorden aan de opdracht van het boek.”

LANNOO. “Literatuur verkoopt als het succesvol is tegen 2000 à 3000 exemplaren. Literatuur is een klein onderdeel van de boekenoogst. Boeken vormen nog niet 1% van het bruto nationaal product. In dat schamele procent zit de letterkunde voor 13% à 15%.”

MANTEAU. “In de totale boekenverkoop in Nederland speelt de letterkunde mee voor 10%.”

De pittigste nieuwe boeken zijn titels van allochtone Nederlanders? Een mode, een blijver?

MANTEAU. “In Boekblad verschijnen ze met namen die niemand kan onthouden. Ik ben heel blij dat Noord-Afrikanen kiezen voor mijn taal en cultuur. Ik vraag me echter af of dit meer is dan een tijdelijk verschijnsel.”

LANNOO. “Ik juich die verrijking van ons literaire aanbod toe. Vlaanderen is te florissant, te gemakzuchtig en te zwaarlijvig geworden. Ik stel me de vraag of je in een klimaat van materieel welbehagen grote literatuur kunt schrijven.”

Frans Crols – Luc de Decker

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content