Tussen 2000 en 2013 steeg het bruto regionaal product in Vlaanderen in reële termen met gemiddeld 1,54 procent per jaar, tegenover 1,36 procent in Wallonië en 1,26 procent in Brussel. Kijken we naar de periode 2008-2013, een breekpunt door de financiële crisis, dan bedroeg de groei in Vlaanderen gemiddeld 0,63 procent per jaar, tegenover 0,48 procent in Wallonië en slechts 0,07 procent in Brussel. Dat blijkt uit de recentste economische vooruitzichten voor België van de KBC-studiedienst. Die cijfers relativeren de stelling dat Wallonië aan een forse economische inhaalbeweging ten opzichte van Vlaanderen bezig is. Economen verkondigden die stelling toen Wallonië in de periode 2008-2010 betere -- of minder slechte -- groeicijfers kon voorleggen dan Vlaanderen (zie grafiek Verloop van het reële bbp). De KBC-studie bevestigt dat de Grote Recessie vanaf eind 2008 Vlaanderen harder heeft getroffen, doordat die regio gevoeliger is voor de evoluties op de internationale exportmarkten. Wallonië is dat veel minder door het grotere gewicht van de overheid in de economie. De groei in Vlaanderen was in 2008 veel lager, en ook de terugval van de activiteit in 2009 was sterker.
...

Tussen 2000 en 2013 steeg het bruto regionaal product in Vlaanderen in reële termen met gemiddeld 1,54 procent per jaar, tegenover 1,36 procent in Wallonië en 1,26 procent in Brussel. Kijken we naar de periode 2008-2013, een breekpunt door de financiële crisis, dan bedroeg de groei in Vlaanderen gemiddeld 0,63 procent per jaar, tegenover 0,48 procent in Wallonië en slechts 0,07 procent in Brussel. Dat blijkt uit de recentste economische vooruitzichten voor België van de KBC-studiedienst. Die cijfers relativeren de stelling dat Wallonië aan een forse economische inhaalbeweging ten opzichte van Vlaanderen bezig is. Economen verkondigden die stelling toen Wallonië in de periode 2008-2010 betere -- of minder slechte -- groeicijfers kon voorleggen dan Vlaanderen (zie grafiek Verloop van het reële bbp). De KBC-studie bevestigt dat de Grote Recessie vanaf eind 2008 Vlaanderen harder heeft getroffen, doordat die regio gevoeliger is voor de evoluties op de internationale exportmarkten. Wallonië is dat veel minder door het grotere gewicht van de overheid in de economie. De groei in Vlaanderen was in 2008 veel lager, en ook de terugval van de activiteit in 2009 was sterker. Maar het herstel dat erop volgde hield in Vlaanderen dan weer langer aan, wat leidde tot een duidelijk steviger groei vanaf 2011. Sindsdien is de groeikloof tussen beide regio's opnieuw wat groter geworden. Johan Van Gompel, econoom bij KBC, plaatst de cijfers in een breder perspectief en waarschuwt voor overhaaste conclusies: "Ik ben altijd voorzichtig geweest met de stelling dat Wallonië aan een economische inhaalbeweging bezig is. Als de groeicijfers tussen Vlaanderen en Wallonië het voorbije decennium grotendeels gelijklopen, is dat niet direct het gevolg van een sterkere Waalse groei. Het komt doordat de Vlaamse groei lager is dan vroeger." De kloof tussen Vlaanderen en Wallonië werd de voorbije jaren gewoon niet meer uitgediept. Al is er nu opnieuw sprake van een sterkere Vlaamse groeiopstoot. Volgens de KBC-conjunctuuranalyse lijkt Vlaanderen ook dit jaar meer dan Wallonië van het conjunctuurherstel te profiteren, al is dat niet eenduidig. Conjunctuurindicatoren leren dat Vlaanderen meer profiteert van het aantrekken van de orders in de verwerkende nijverheid, wat "het Europese conjunctuurherstel weerspiegelt waar Vlaanderen relatief meer de vruchten plukt". Ook de evolutie van de bouwsector wordt in Vlaanderen minder negatief ingeschat. "Voor de handel en de dienstverlening aan bedrijven is de situatie daarentegen beter in Wallonië", stelt de studie. Aan de andere kant is het consumentenvertrouwen dan weer groter in Vlaanderen dan in Wallonië. De economen van KBC gaan ervan uit dat Vlaanderen dit jaar zijn groeibonus ten opzichte van Wallonië behoudt. Er is sprake van een reële bbp-groei van 1,4 procent, tegenover 1,2 procent in Wallonië. Johan Van Gompel waarschuwt wel voor te veel Vlaams optimisme: "Ik wil de aandacht vestigen op twee evoluties. Ten eerste is er de desindustrialisering, waaruit blijkt dat het aandeel van de industrie in de toegevoegde waarde van de Belgische economie afneemt. Welnu, het gewicht van de industrie in de Vlaamse economie daalt sterk, terwijl die daling in Wallonië minder opvalt en zelfs stabiliseert. Daarnaast neemt ook het gewicht van de hightechindustrieën in Vlaanderen af, terwijl die in Wallonië standhoudt. Er zijn toch regio's, zoals Waals-Brabant, en ook de zones rond de luchthavens in Charleroi en Luik, die economisch sterk staan in sectoren als biotech, farma en luchtvaart." Tussen Vlaanderen en Wallonië doet zich al een tijd een regionale convergentie voor van het aandeel van medium- en hoogtechnologische industriële sectoren in de toegevoegde waarde van de gewesten. Daarbij valt vooral de forse daling van dat aandeel in Vlaanderen op: in 1995 waren de medium- en hightechsector in Vlaanderen goed voor 11 procent van de bruto toegevoegde waarde. Dat is nu gedaald tot 6 procent. Dat is evenveel als Wallonië, waarvan het aandeel de voorbije jaren opvallend stabiel bleef. Van een verzwakking van de Waalse medium- en hoogtechnologische industrie is in Wallonië geen sprake. Dat is een gevolg van de marshallplannen die vooral inzetten op nieuwe sectoren. De versie 4.0 van het Waalse Marshallplan werd vorige week gelanceerd. Deze legislatuur wordt daar 2,9 miljard euro voor uitgetrokken. Met het Marshallplan 4.0 wil de Waalse regering Wallonië verder op de weg van de digitale revolutie sturen. Net zoals de vorige Waalse regeringen hoopt de ploeg-Magnette om het Waals Gewest te herindustrialiseren. Wallonië heeft die projecten meer dan nodig om de economische kloof met Vlaanderen niet opnieuw te laten uitdiepen. Dat is ook de stelling van Waals minister-president Paul Magnette (PS). Volgens hem haakt Wallonië nu aan bij het Europese peloton, zij het nog altijd achteraan. Een aantal economische signalen is positief. Wallonië is goed voor 19 procent van de Belgische export. Dat is ver achter de 78 procent van Vlaanderen, maar in 2000 bedroeg het Waalse exportaandeel amper 16,4 procent. De voorbije jaren zijn de buitenlandse investeringen in Wallonië sterk toegenomen, ondanks zijn imago van een overgesyndiceerde regio. Tussen 2000 en 2014 werd 10,6 miljard euro in de Waalse economie geïnjecteerd, goed voor 26.000 extra banen. Volgens de Waalse exportdienst Awex gebeurden die investeringen vooral in sectoren als logistiek, luchtvaart, chemie, biotech en agrobusiness. Niet toevallig sectoren die door de marshallplannen sterk worden ondersteund. Het grootste probleem van Wallonië blijft de slecht werkende arbeidsmarkt. De Waalse werkloosheid bedraagt 10,9 procent, terwijl Vlaanderen op amper 5 procent afklokt. Wallonië doet nog altijd beter dan Brussel (18 %), maar bevindt zich wel nog boven het Europese gemiddelde. De werkzaamheidsgraad in Wallonië bedraagt 62,5 procent, een stuk onder het Belgische gemiddelde van 67,2 procent. De Waalse werkgeversorganisatie Union Wallonne des Entreprises (UWE) ziet twee oorzaken daarvoor: een gebrek aan competenties, vooral bij jongeren, en een allesbehalve optimaal werkend onderwijssysteem. Eén op de zes Waalse jongeren verlaat het onderwijs zonder diploma. Die slecht functionerende arbeidsmarkt vertaalt zich ook in het inkomen per capita van de Walen. Volgens de Conseil Economique et social de Wallonie (CESW) bedraagt het Waalse inkomen per kop 22.380 euro, of 12 procentpunten onder het Europese gemiddelde. Een andere, vaak vergeten zwakheid is het gebrek aan kmo's. Per 100.000 inwoners telt Wallonië een derde minder kmo's dan Vlaanderen. Bovendien zijn ze vaak te klein. Alain Mouton"Als de groeicijfers tussen Vlaanderen en Wallonië grotendeels gelijklopen, is dat niet direct het gevolg van een sterkere Waalse groei" - Johan Van Gompel