Nu het gevaar op een recessie in de Verenigde Staten almaar toeneemt, wordt onder meer gekeken naar Duitsland. Van onze oosterburen wordt verwacht dat zij de rol als trekker van de wereldeconomie - Duitsland is de derde grootste economische wereldmacht - overnemen van de VS.
...

Nu het gevaar op een recessie in de Verenigde Staten almaar toeneemt, wordt onder meer gekeken naar Duitsland. Van onze oosterburen wordt verwacht dat zij de rol als trekker van de wereldeconomie - Duitsland is de derde grootste economische wereldmacht - overnemen van de VS. Het kan dus wel degelijk verkeren. Wie in 2002 Duitsland als economisch rolmodel naar voren schoof, werd weggelachen. Duitsland was een verouderd industrieland, dat niet meer meekon in de wereld van dienstenactiviteiten. In 1990 leidde de hereniging nog tot een golf van (economisch) enthousiasme. Twaalf jaar later bleef Oost-Duitsland verder wegzinken in het moeras. Daar kwam de hopeloos ingewikkelde Duitse bureaucratie bovenop. Met als toetje voor de ondernemerswereld de archaïsche, want uit de 19de eeuw stammende Mitbestimmung, die de vakbonden een dikke vinger is de pap garandeerde. Maar 2002 werd het jaar van de verandering. Onder impuls van bondskanselier Gerhard Schröder kozen de sociaaldemocraten van de SPD voor een marktgericht beleid. "Recht op luiheid bestaat niet", liet ' der Basta-Kanzler' verstaan, toen hij in de zomer van 2002 een grootschalige versoepeling van de arbeidsmarkt aankondigde. Aanvankelijk klom het aantal werklozen verder. Tot een hoogtepunt van 5,2 miljoen in februari 2005. Maar drie jaar later is dat aantal geslonken met 1,7 miljoen. Vooral door de buitenlandse handel. Made in Germany werd opnieuw de wereldwijde exportkampioen in absolute cijfers. Maar de SPD werd niet beloond voor haar vrijemarktbeleid. De partij zakte in de jongste opiniepeilingen tot een dieptepunt van 20 %. Wat goed is voor Duitsland, is dus niet noodzakelijk goed voor de SPD. Wat kan men daaruit leren voor België? Dat een partij als de Parti Socialiste vooral niet hervormen wil, en daar ook niet toe gedwongen wordt. De partij heeft er geen belang bij dat Wallonië of Franstalig Brussel economisch goed boeren. Want dat ondergraaft enkel haar machtspositie. De Parti Socialiste is sinds een eeuw incontournable in de grote Waalse steden en de provincie Henegouwen. Ze herschiep die gebieden tot de armste en minst veilige van het land. Maar in tegenstelling tot wat de voorbije decennia gebeurde in Groot-Brittannië (1979 en Margaret Thatcher) en Duitsland, voelt de PS geen enkele nood om haar beleid te veranderen. De partij kan blijven leven dankzij de zogenaamde solidariteitsstromen vanuit Vlaanderen. Met een boutade zou men kunnen zeggen dat het beste wat Wallonië kan overkomen, de Vlaamse onafhankelijkheid is. Het gewest zal dan eindelijk niet langer onder de knoet van de transferinkomens leven. De gedwongen responsabilisering zal tot een grootse sociale dynamiek leiden. Want niets verhindert dat de Walen een even welvarende regio zouden kunnen creëren als de Vlamingen. Behalve het immobilisme van de PS en de daaraan gekluisterde solidariteitsstromen. (T)Door Wolfgang Riepl