Een jaar na de start oogt de balans van de Vrije Markt, het niet-gereglementeerde segment van Euro- next dat vooral op KMO's mikt, zeer povertjes. Nadat Propharex de spits afbeet, duurde het bijna een vol jaar voor er een tweede kandidaat opdook. Met een tiental introducties dat nu op stapel staat, belooft de toekomst beterschap, maar de Vlaamse bedrijven blijven uitblinken in afwezigheid (zie blz. 44). Op die manier laten onze KMO's veel kansen liggen, want een beursnotering is een interessante extra weg om kapitaal op te halen. Daardoor wordt de greep van...

Een jaar na de start oogt de balans van de Vrije Markt, het niet-gereglementeerde segment van Euro- next dat vooral op KMO's mikt, zeer povertjes. Nadat Propharex de spits afbeet, duurde het bijna een vol jaar voor er een tweede kandidaat opdook. Met een tiental introducties dat nu op stapel staat, belooft de toekomst beterschap, maar de Vlaamse bedrijven blijven uitblinken in afwezigheid (zie blz. 44). Op die manier laten onze KMO's veel kansen liggen, want een beursnotering is een interessante extra weg om kapitaal op te halen. Daardoor wordt de greep van de banken op het beleid zwakker. Bedrijfsleiders durven wellicht de stap naar de Vrije Markt niet zetten omdat ze vooroordelen koesteren tegenover het nieuwe segment. De Vrije Markt is echter allesbehalve een zedenloze rommelbeurs waar alles mag en kan. Akkoord, er is geen officiële waslijst met regeltjes zoals bij grote broer Eurolist, maar de ervaring leert dat die reglementering vaak voor een valse perceptie van degelijkheid zorgt. Malafide bestuurders laten zich daardoor niet afschrikken en blijven de boel belazeren. Het aantal onderzoeken dat de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) opent, blijft onrustwekkend hoog. Al ontbreekt voorlopig nog de slagkracht om de valsspelers definitief te ontmoedigen. Wil de Vrije Markt echter uitgroeien tot een succes, dan moet ze in de eerste plaats aan geloofwaardigheid winnen. Dat is niet in de eerste plaats een taak voor de mensen van Euronext, wel van de bedrijven zelf. KMO's met beursambities moeten daarom niet alleen de overheid en de beursautoriteiten overtuigen van hun goede bedoelingen. Zij moeten in de eerste plaats de markt, in casu de beleggers, overtuigen dat zij hun vertrouwen en dus een plaatsje op de koerstabellen verdienen. Kleine bedrijven die naar de beurs trekken, doen dat vaak om meer visibiliteit te krijgen. Bovendien is zo'n beursnotering een niet te versmaden troef bij de rekrutering van toppersoneel. Maar de KMO's mogen niet uit het oog verliezen dat er aan die notering ook verplichtingen vasthangen. Op papier lijken die minimaal. Zo zijn de bedrijven op de Vrije Markt niet verplicht om de IAS/IFRS-boekhoudnormen in te voeren. Halfjaarcijfers en koersgevoelige informatie moeten ze evenmin verspreiden, en hetzelfde geldt voor koersgevoelige informatie. Toch hebben zij er alle belang bij om zo eerlijk en zo goed mogelijk met de belegger te communiceren. Pionier Propharex zette alvast de toon door deze zomer op een nette en professionele manier een winstwaarschuwing uit te sturen. Hopelijk stemt dit tot voorbeeld voor alle anderen die ook een 'light' beursnotering ambiëren. Alleen op die manier kan de Vrije Markt alle kwalijke vooroordelen van zich afschudden en uitgroeien tot een extra hefboom voor onze KMO's. Dirk Van Thuyne