Niemand minder dan het Vlaams Radio Orkest, het vroegere BRT Filharmonisch Orkest, mag de filmmuziek inblikken van 'The Aviator', de nieuwste film van Martin Scorsese. De intussen legendarische regisseur kreeg in 1997 een Life Achievement Award uitgereikt voor zijn palmares, dat films als 'Taxi Driver', 'Raging Bull', 'Goodfellas', 'The Color Of Money', 'The Last Temptation Of Christ' en 'Casino' omvat.
...

Niemand minder dan het Vlaams Radio Orkest, het vroegere BRT Filharmonisch Orkest, mag de filmmuziek inblikken van 'The Aviator', de nieuwste film van Martin Scorsese. De intussen legendarische regisseur kreeg in 1997 een Life Achievement Award uitgereikt voor zijn palmares, dat films als 'Taxi Driver', 'Raging Bull', 'Goodfellas', 'The Color Of Money', 'The Last Temptation Of Christ' en 'Casino' omvat. In zijn nieuwste film, die waarschijnlijk nog dit najaar in de zalen komt, vertelt Scorsese het levensverhaal van Howard Hughes, de erfgenaam van een zakenimperium die in de jaren twintig, dertig en veertig van de vorige eeuw furore maakte als filmregisseur (onder meer van 'Scarface' en de door Scorsese bewonderde film 'Hell's Angels') en vliegtuigbouwer. De hoofdrol van The Aviator is weggelegd voor Leonardo DiCaprio en ook Cate Blanchett, Kate Beckinsale, Gwen Stefani, Ian Holm, Alec Baldwin en Willem Dafoe figureren op de affiche. De muziek werd gecomponeerd door Howard Shore, die vorig jaar een oscar won voor de muziek van 'Lord Of The Rings: The Return Of The King' en daarmee eindelijk de erkenning kreeg die hij al jaren verdiende na knap werk voor onder meer 'Silence Of The Lambs', 'Philadelphia' en 'Se7ven'. Dat een Vlaams muziekgezelschap Howards werk mag inblikken, is geen toeval. In april 2004 werkten het Vlaams Radio Orkest en Howard Shore al eens samen voor een concertuitvoering van de filmmuziek van 'Lord Of The Rings' tijdens het Filmfestival van Vlaanderen-Gent. Howard was onder de indruk en liet dat ook duidelijk merken. "Belgische muzikanten behoren tot de beste van de wereld. Ik ben echt in de wolken met de kwaliteit van het orkest," liet hij in verschillende interviews optekenen. Het VRO werd in 1935 opgericht onder de vleugels van de openbare omroep, maar in 1998 werd het orkest, samen met het Vlaams Radio Koor (het vroegere BRT Kamerkoor) en de bijbehorende muziekbibliotheek, verzelfstandigd. De vzw kreeg een eigen beheersovereenkomst en een dotatie van de Vlaamse Gemeenschap. Toch blijft de band met de VRT heel sterk, vertelt Gunther Broucke, die in februari van dit jaar Dries Sel opvolgde als intendant. Zo mag de openbare omroep te allen tijde de concerten van het Vlaams Radio Orkest & Koor (VRO-VRK) capteren en uitzenden. Voorts doet de VRT geregeld een beroep op het orkest en het koor, onder meer in het kader van het Klara-festival, en ten slotte bestaat een gedeelte van het personeel uit statutaire werknemers die de VRT uitleent aan het VRO-VRK. Na haar scheiding van de VRT had de vzw oorspronkelijk wat moeite om een eigen weg te vinden. Nog in april van dit jaar kreeg het Vlaams Radio Orkest & Koor een negatief rapport tijdens de doorlichting van de zeven grote Vlaamse culturele instellingen. Maar nu lijkt het tij gekeerd, dankzij een platencontract en een vaste concertresidentie. Het VRO tekende zopas een contract voor vijf jaar met Glossa, een sublabel van Harmonica Mundi. "Een high-end label met wereldwijd een uitstekende verdeling," aldus een fiere Broucke. "En dat op een moment dat de meeste platenlabels hun vaste overeenkomsten opzeggen. Zelfs de Wiener Philharmoniker heeft geen vast platencontract meer." Waarom krijgt het VRO dat dan wel? "Omdat het VRO afwijkt van de platgetreden paden. Er is een schat aan hedendaags repertoire dat heel toegankelijk is, maar niet of nauwelijks bekend. Het VRO zal bijvoorbeeld geen Gustav Mahler opnemen, maar wel werk van Alexander Zenlinsky of Alexander Scriabin die in diezelfde periode actief waren," aldus de intendant. In mei van dit jaar tekende het VRO bovendien een residentielicentie met De Bijloke in Gent. "Een symfonisch orkest heeft twee dingen nodig: een repetitiezaal en een concertzaal. Idealiter vallen die twee samen, maar dat heeft men in Vlaanderen nog niet begrepen," lacht Broucke. "Het VRO was lang een reizend gezelschap en nu hebben we met De Bijloke eindelijk een vaste concertlocatie. Dat is belangrijk omdat je op die manier minder afhankelijk bent van concertorganisatoren, wat de artistieke bewegingsruimte vergroot." De samenwerking met Scorsese en Shore is dit jaar al de derde grote opsteker voor het Vlaams Radio Orkest. In de eerste week van september strijkt een team van vijftien technici neer in Leuven, de thuisstad van het VRO. Voor de opname werd de wereldberoemde Abbey Road-studio in Londen ontmanteld en naar de Leuvense repetitiezaal gehaald. Acht dagen lang zal het symfonisch orkest de muziek inspelen, synchroon met de film. Ze worden daarbij gedirigeerd door Howard Shore zelf. Vanuit de studio in Leuven heeft Belgacom drie straalverbindingen met New York aangelegd, waar regisseur en producer Martin Scorsese de audio- en video-opnamen op de voet volgt. Aan het einde van elke dag geeft hij zijn bedenkingen door aan Shore, die die meteen omzet in nieuwe muziek. Insiders voorspellen nu al dat de prent kans maakt op een oscar, zowel voor de gehele film als voor de muziek. De Vlaamse Gemeenschap is verantwoordelijk voor de basisfinanciering van het VRO. Maar als het orkest een artistiek surplus wil brengen, kost dat extra geld. Om die reden kreeg het VRO in februari van dit jaar met Peter Gistelinck ook een eigen sales- en marketingmanager. Gistelinck staat in voor de eigen inkomsten van de vzw. Die zijn voornamelijk afkomstig uit ticketing, sponsoring en muzikale events. Ook de muziekopnames die het Flemish Radio Orchestra, zoals het VRO zal worden genoemd in de credits van de film, nu gaat maken, passen in het financiële plaatje. Broucke: "De budgetten van een dergelijke film zijn van die aard dat we met dit project genoeg inkomsten genereren om het deficit te dekken op enkele andere projecten van dit najaar, zoals de tweede symfonie van Mahler." Hans Sterkendries