Vlaanderen geeft vandaag 2,63 % van zijn bruto regionaal product uit aan onderzoek en ontwikkeling (O&O). Dat is beter dan het Belgische (2,2 %) en Europese (2 %) gemiddelde (zie grafiek). De privé-sector neemt driekwart (1,93 %) voor zijn rekening. Vlaanderen is daarmee goed op weg om de doelstellingen te halen die Europa zichzelf heeft opgelegd in Lissabon en Barcelona: tegen 2010 moet 3 % van het BBP besteed worden aan O&O, 2 % door de privé en 1 % door de overheid.
...

Vlaanderen geeft vandaag 2,63 % van zijn bruto regionaal product uit aan onderzoek en ontwikkeling (O&O). Dat is beter dan het Belgische (2,2 %) en Europese (2 %) gemiddelde (zie grafiek). De privé-sector neemt driekwart (1,93 %) voor zijn rekening. Vlaanderen is daarmee goed op weg om de doelstellingen te halen die Europa zichzelf heeft opgelegd in Lissabon en Barcelona: tegen 2010 moet 3 % van het BBP besteed worden aan O&O, 2 % door de privé en 1 % door de overheid. De Vlaamse investeringen in O&O werpen vruchten af. Het aantal doctoraten stijgt, net als het aantal patent- of octrooiaanvragen. Ook de creatie en groei van technologiestarters en academische spin-offs neemt toe. Het Vlaamse aandeel in de wereldwijde publicaties in de natuur-, levens- en technische wetenschappen is op tien jaar tijd met een derde toegenomen. Maar er is nog ruimte voor verbetering. De meeste patenten die in België aangevraagd worden, zijn het resultaat van onderzoek in dochterbedrijven van buitenlandse ondernemingen. De innovatie is voor het overgrote deel geconcentreerd en dus afhankelijk van buitenlandse ondernemingen. Belgische ondernemingen zijn weinig actief in het aanvragen van patenten of octrooien. "KMO's zijn minder geneigd om een octrooiaanvraag te doen. De administratieve kost ligt enorm hoog. Zij zien de waarde van innovatie ook minder goed in," meent Wilson De Pril, directeur-generaal van Agoria Vlaanderen, de federatie van de metaal- en technologische industrie. Uit enquêtes blijkt dat een gebrek aan gekwalificeerd personeel het meest de innovatie in de bedrijfswereld in de weg staat. Te hoge kosten en te weinig financiering komen op plaatsen twee en drie. "Het aantrekken van buitenlands toptalent is bovendien te omslachtig. Een verblijfsvergunning voor vijf jaar aan een Indiër geven, is onbegonnen werk. Toponderzoekers zijn ook duur. Gelukkig is er een regeling op komst waardoor 50 % van de bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers niet moet worden doorgestort," aldus De Pril. De achilleshiel van innovatie in de Belgische bedrijven is dat er vooral in procesinnovatie wordt geïnvesteerd. Nieuwe producten zijn maar goed voor 2,6 % van de omzet in de Belgische industrie, terwijl het Europese gemiddelde 6,5 % bedraagt. De procesinnovatie moet de productiviteit opkrikken als reactie op stijgende kosten. O&O dient in Vlaanderen dus vooral om kosten onder controle te houden, en niet om nieuwe producten of diensten te verzinnen die minder concurrentiegevoelig zijn. Vlaanderen is dan ook minder gespecialiseerd in high- of mediumtechnologie. In de hightech (farmacie, biotechnologie, ICT en ruimtevaart) bevindt Vlaanderen zich qua octrooiaanvragen beneden het gemiddelde van de EU-15 en ver onder bijvoorbeeld Finland, Nederland of Duitsland. Ondanks de grote inspanning in O&O en het hoge opleidingsprofiel van de bevolking, slaagt Vlaanderen er moeilijk in om onderzoeksresultaten te vertalen in commerciële producten en diensten.