Het Verenigd Koninkrijk (VK) is een van de landen in Europa die het zwaarst getroffen zijn door de crisis. Net als Spanje en de VS had het te lijden onder de gevolgen van een vastgoedboom en van de te hoge schulden van de consumenten. En net als de VS is het land sterk afhankelijk van de toestand van de financiële sector, want Londen speelt binnen die sector op internationaal niveau een sleutelrol. Het VK was in het tweede halfjaar van 2009 dan ook nog in recessie, terwijl Frankrijk en Duitsland al aan een herstel begonnen waren. Dat neemt niet weg dat de Britse aandelen in 2009 even sterk gestegen zijn als de andere en winsten van rond 20 % lieten optekenen. Dat enthousiasme toont aan dat er aan de overkant van het Kanaal geanticipeerd wordt op een stevig en snel herstel, maar is dat wel gerechtvaardigd? En vooral: welke strategie moeten we voor de Britse aandelen hanteren?
...

Het Verenigd Koninkrijk (VK) is een van de landen in Europa die het zwaarst getroffen zijn door de crisis. Net als Spanje en de VS had het te lijden onder de gevolgen van een vastgoedboom en van de te hoge schulden van de consumenten. En net als de VS is het land sterk afhankelijk van de toestand van de financiële sector, want Londen speelt binnen die sector op internationaal niveau een sleutelrol. Het VK was in het tweede halfjaar van 2009 dan ook nog in recessie, terwijl Frankrijk en Duitsland al aan een herstel begonnen waren. Dat neemt niet weg dat de Britse aandelen in 2009 even sterk gestegen zijn als de andere en winsten van rond 20 % lieten optekenen. Dat enthousiasme toont aan dat er aan de overkant van het Kanaal geanticipeerd wordt op een stevig en snel herstel, maar is dat wel gerechtvaardigd? En vooral: welke strategie moeten we voor de Britse aandelen hanteren? "Er zijn twee grote redenen waarom het Verenigd Koninkrijk momenteel onderwogen is", zo stelt Luke Stellini, productspecialist van het team Europese aandelen bij Invesco Perpetual. De eerste heeft te maken met de te hoge schuldgraad bij staat en consument. Het overheidstekort bedraagt 12 à 13 % van het bbp, tegenover 6 % in de eurozone. De schulden van de consument nemen wel niet meer toe, maar zijn goed voor 160 % van zijn inkomen. We zullen in 2010 moeten letten op elk teken van een duurzame verbetering in de vastgoedprijzen en in de werkloosheidscijfers. Die twee factoren spelen immers een bijzonder grote rol in de beslissing van consumenten om opnieuw geld uit te geven. Jammer genoeg zal de werkloosheid nog een tijd blijven toenemen. Enerzijds zit de tewerkstelling bij de overheid op een historisch record en gezien de overheidsschuld, staat het vast dat de overheid tot ontslagen zal moeten overgaan. Anderzijds kijken de ondernemingen tegen een enorme overcapaciteit aan en hebben ze al hele teams gedeeltelijk of tijdelijk werkloos moeten maken. Zelfs als de vraag weer op gang zou komen, zullen ze niet meteen opnieuw starten met aanwervingen. Er is echter op korte termijn wel één positieve factor: als gevolg van de crisis hebben de ondernemingen hun productie radicaal beperkt. In die mate zelfs dat hun voorraden momenteel te laag zijn. Op korte termijn zullen ze verplicht zijn die aan te vullen, zelfs als de vraag maar matig herneemt, en dat zal bijdragen tot de groei. De tweede factor die de onderweging van het VK verklaart, is van politieke aard. Er zijn in 2010 immers verkiezingen. Alles lijkt erop te wijzen dat die in maart zullen plaatsvinden - ook het feit dat het recentste rapport over de budgettaire verwachtingen bijzonder vaag was. De conservatieve partij zou de overwinning in de wacht moeten slepen, maar het is niet onmogelijk dat geen van beide partijen een meerderheid behaalt. In dat geval wordt het systeem lamgelegd. Als de conservatieven winnen, zullen zij proactief zijn met concrete maatregelen voor het terugdringen van het overheidstekort. Daar zullen ook fiscale maatregelen en ontslagen bijhoren. Een parlement zonder meerderheid zou er echter alleen maar voor zorgen dat de onzekerheid zou blijven duren en zou de maatregelen voor zich uit schuiven. 2010 zal dus starten op een basis die weinig solide is en niet echt gunstig voor expansie. Invesco schuift een matige groei van het Britse bbp naar voor, dat tussen 0 en 0,5 % zal bedragen, en zeker geen V-vormig herstel. Ondanks die slappe vooruitzichten kunnen beleggers die ponden bezitten, hun slag thuishalen. Invesco stelt vast dat sinds maart onder andere de meest cyclische bedrijven, financials, bedrijven met schulden en smallcaps het sterkst stegen in anticipatie op een herstel, in tegenstelling tot de largecaps, defensieve bedrijven, ondernemingen met veel cash en bedrijven die minder cyclusgevoelig zijn. Die laatste groep noteert met een korting van 20 % ten opzichte van de markt en met een koers-winstverhouding 2010 van 9, tegenover 19 bij de eerste groep. Een overschakeling naar de meer defensieve aandelen lijkt dan ook aan de orde: ze zijn niet alleen goedkoper en beschikken over solidere fundamentals, maar bij een teleurstelling wat betreft de kracht van herstel of de verkiezingen zijn het ook de cyclische aandelen die het meest te verliezen hebben. Invesco geeft voorrang aan de grote defensieve kwaliteitsaandelen, ook om te kunnen profiteren van hun toenemende dividenden, want "we mogen niet verwachten dat aandelen in 2010 opnieuw met 50 % stijgen en daarom zullen de dividenden een toenemende rol spelen in het totale rendement dat de aandeelhouders zullen behalen". Als voorbeelden noemt Luke Stellini openbare nutsbedrijven zoals Centrica en Scottish & Southern Energy "die profiteren van een gereglementeerde omgeving waarbinnen er een grote visibiliteit is. Bovendien heeft iedereen zelfs tijdens een crisis elektriciteit nodig". Een ander voorbeeld is telecombedrijf Vodafone, "dat veel cash heeft, wat goed is voor het dividend; dat een programma voor kostenreductie opzette waarvan de resultaten op korte termijn zichtbaar zouden moeten worden en dat op langere termijn via overnames zou moeten groeien, met name in de opkomende landen". Tegelijkertijd mikt Invesco op exportbedrijven, met name in de farmasector, met groepen zoals AstraZeneca en GlaxoSmithKline. "Die bedrijven hebben een grote visibiliteit wat hun inkomsten betreft, bieden een dividend van ongeveer 5 % en noteren met en korting van 20 %, terwijl ze traditioneel met een premie van 40 % ten opzichte van de markt verhandeld worden." Er zijn drie argumenten die in het voordeel van Glaxo pleiten: "De groep heeft meerdere producten die zich in de laatste fase van de klinische studies bevinden en die in 2010 aan de Amerikaanse gezondheidsautoriteiten zouden worden voorgelegd; Glaxo heeft een agressief programma voor de rationalisering van de kosten en het heeft de intentie om zijn segment 'consumptiegeneesmiddelen' in China te positioneren". Naast die klassieke strategie kunnen liefhebbers van Britse aandelen ook meer dynamische tactieken overwegen die te maken hebben met fusies, het afstoten van activa of andere herstructureringen die gebruikt worden door onder andere Edmond de Rotschild Asset Management. (C) Door Béatrice DenisInvesco geeft in het VK voorrang aan exportbedrijven en grote defensieve kwaliteitsaandelen, ook om te kunnen profiteren van hun toenemende dividenden.